Sympathieke zaak waar nog iets te veel mis gaat

Tussen de kantoorkolossen bij Sloterdijk ligt een alleraardigste bar/lunchroom/restaurant/club: Bret. ’s Avonds draaien er dj’s en overdag zullen er ongetwijfeld kantoorklerken aan tafel schuiven. Bret heeft een eigen moestuin, werkt met lokale producten (voor zover mogelijk), biologisch vlees, er worden biolimonades geschonken en bier uit een eigen brouwerij. Kortom: Bret deugt van alle kanten. De mensen achter Bret hebben ook Hanneke’s Boom en de Ceuvel opgezet, dus dan weet je het wel. De inrichting van het gebouwtje, negen knalrode zeecontainers, is stoer en eenvoudig, alsof het een strandtent is. De sfeer is gemoedelijk en zelfs op deze gure maandagavond zit het stampvol.

We bestellen van de bescheiden menukaart een handjevol gerechten, waarbij we extra letten op de vegetarische, want het is duidelijk dat Bret daar veel aandacht aan besteedt. Voorgerechten zijn er niet, maar het meisje in de bediening adviseert ons wat borrelhappen te nemen voor we ons aan het echte werk zetten. We doen het net even anders, het wordt een portie geitenkaaskroketjes (6,-) en een lunchgerecht vooraf: warme linzensalade met koningsboleet, vegetarische jus, oerpeen en een gepocheerd ei (12,-).

De kroketjes zijn lekker, heet en goed gefrituurd, maar de rode chilisaus, waarschijnlijk zo uit de spuitfles, detoneert. De linzensalade is te hoog op smaak en de smaak van lavas overheerst, maar de boleet en de oerpeen zijn lekker; die laatste is knapperig gebakken en het ei is mooi gepocheerd, prima! Van de hoofdgerechten proberen we er drie uit: kruidenrisotto met geroosterde herfstgroenten (16,-), pulled boarburger met pickles en jalapenos, coleslaw, limoenmayonaise en friet (16,-) en halve canner kreeft (een kleine Canadese) met zwarte tagliatelle, antiboise, veldsla en hollandaise (22,-).

Nu glijdt de keuken jammerlijk uit. De kruidenrisotto – en vooral die geroosterde groenten – kunnen nog wel bekoren, alhoewel de risotto een beetje aangebrand is en we dit als hoofdgerecht aan de kale kant vinden. Maar over de boarburger lijkt wel een halve pot kruidenmix gestrooid te zijn, het is zout en de smaak van vlees (boar is mannetjesvarken of wild zwijn, dit is varken) is niet meer te herkennen. De jalapeño’s lijken een zware oorlog overleefd te hebben, ze zijn verpieterd, zwartgeblakerd en bitter. Het bijgerecht, zoete aardappel met crème fraîche, is wel aardig. De kreeft is op zich smakelijk, maar in de kreeftschaal drijft water en – nog een onaangename verrassing – de tagliatelle wordt er koud bij geserveerd. Wat een slecht idee: ijskoude tagliatelle met de antiboise (fijn gesneden tomaat, knoflook, kappertjes, olijven) er doorheen geroerd. De smaak is wel in orde, maar dat koude levert een keiharde klap met de warme kreeft en hollandaisesaus op. Ter troost storten we ons op die hollandaisesaus die in ieder geval warm is. En romig. En zuur. Zoals het hoort dus.

We zitten al een paar uur aan tafel. Er is te weinig bediening, iedereen rent zich rot maar komt handen te kort. Het meisje dat onze tafel aandoet weet niet wat ze serveert. Na een paar vragen, verzucht ze: „Eigenlijk weet ik niks.” Dat vinden wij dan weer zó zielig, ze is namelijk wel héél aardig – dus zeggen we dat ze vast wel wát weet. We nemen nog maar eens een slok wijn, die is aardig en betaalbaar, maar verre van bijzonder.

En we storten ons op de toetjes, onze hoop in bange dagen. En die vallen dan weer mee: de appeltaart met caramel en vanilleroomijs (7,-) is een weldadig boterig bladerdeegtaartje gevuld met appels, en de lauwwarme dadelcake met toffeesaus, walnoten en mandarijnroomijs (7,-) is mooi smeuïg.

Bret is een enorm sympathieke zaak waarover we graag de loftrompet zouden steken. Maar er gaat te veel mis in de keuken en de bediening maakt er hier en daar een potje van. D’r moeten nog een heleboel puntjes op de i.