Column

Soevereiniteit

Het komt niet vaak voor dat een woord van vijf lettergrepen in de mode is, maar sinds het Front National van Marine Le Pen een zege heeft behaald bij de Franse regionale verkiezingen en gelijksoortige partijen in andere Europese landen aan een opmars bezig zijn in de peilingen, heeft iedereen het over soevereiniteit. Dat is iets wat de populisten willen. Volgens hen is soevereiniteit iets wat we zijn kwijtgeraakt, hetgeen de oorzaak is van al onze problemen, en zullen al onze problemen worden opgelost zodra we hen de volmacht geven om onze soevereiniteit terug te halen. Bij ons drukt Wilders zich vaak in deze termen uit, maar paradoxaal genoeg is het een paneuropese stroming om niets meer met Europa te maken te willen hebben.

Want met soevereiniteit bedoelen ze herstel van onafhankelijke zeggenschap van afzonderlijke natiestaten die in hun ogen is verkwanseld aan overkoepelende Europese instanties. Het is niet moeilijk om de populariteit van deze gedachte te analyseren als een combinatie van twee factoren: conservatisme en representatief onbehagen. We voelen ons onzeker door alles wat er vanuit de wijde wereld op ons afkomt, de gevolgen van globalisering, vluchtelingen die maar blijven komen en die hun enge religie meenemen waar je terrorisme van krijgt. Een foute, maar begrijpelijke reactie op die angst is dat we terugverlangen naar vroeger, toen de harde gulden nog van zilver was, de buurvrouw het stoepje boende, de koningin op de fiets ging, het Drielandenpunt door kranige jongens van stavast werd bewaakt en er nog goed werd gesjoeld. Want toen hadden we al die moderne problemen niet. De wereld bleef buiten en het land was nog gezellig. Dat is de conservatieve reflex waarop de populisten inspelen. Het representatieve onbehagen manifesteert zich in het gevoel dat we ons door de supranationale politiek niet vertegenwoordigd voelen. Brussel is voor ons een bureaucratische abstractie die zich met van alles bemoeit zonder dat we het idee hebben dat we er enige invloed op hebben. Deze twee sentimenten vormen een explosief mengsel dat de Europese samenwerking dreigt op te blazen.

Maar herstel van nationale soevereiniteit is precies het verkeerde antwoord op het onbehagen dat deze sentimenten voedt. Niet minder Europa is de oplossing, maar heel veel meer Europa. Juist de problemen waarover we ons vandaag de dag het meeste zorgen maken, de gevolgen van globalisering, het vluchtelingenvraagstuk, economie en veiligheid, zijn bij uitstek zaken die onmogelijk zijn op te lossen in een kleinschalig nationaal verband. De grenzen sluiten helpt niet als de terroristen in ons eigen land geboren zijn. Voor veiligheid zijn we al sinds jaar en dag aangewezen op internationale samenwerking. We kunnen de illusie hebben dat we de vluchtelingenstromen kunnen negeren door ons terug te trekken in onze moerassige rivierdelta in het uiterste Noordwestelijke hoekje van het continent, maar een werkelijke aanpak van het probleem vergt internationale solidariteit en coördinatie. De economie trekt zich al decennia niets aan van landsgrenzen, om nog maar te zwijgen van het klimaat. Om een speler te worden in plaats van een slachtoffer van wereldwijde processen hebben we een groot, sterk, verenigd en zelfbewust Europa nodig. Met een gezellig bijziend koninkrijkje redden we het niet.

Maar dat Europa moet dan wel heel veel democratischer om het terechte gevoel weg te nemen dat we geen invloed hebben op de besluitvorming. Zolang ondemocratische instanties als de Europese Centrale Bank het beleid bepalen op een manier die elke vorm van politieke discussie bij voorbaat uitsluit, is Europa nog niet van ons.