Robots vergen zelfvertrouwen

Nee, we hebben geen 15-urige werkweek, ook al verwachtte de econoom John Maynard Keynes in 1930 dat die er door de mechanisering nu wel zo’n beetje zou zijn. Er zijn talloze voorbeelden van toekomstvisies die niet uitkwamen omdat techniek en samenleving niet het lineaire pad bewandelden dat ervoor was uitgestippeld. Bekend is de alarmerende verwachting in het New York van het einde van de negentiende eeuw, dat de stad door het steeds intensievere verkeer op den duur onbegaanbaar zou worden door de paardenmest.

Het is dan ook goed dat de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR) zich in het deze week gepubliceerde rapport De robot de baas niet heeft laten verleiden door, in zijn eigen woorden, „utopische of dystopische” vergezichten.

Geheel in de recente traditie van de WRR is een tegelijkertijd diepgaand én leesbaar werk afgeleverd over robotisering. De oprukkende robot – in welke vorm dan ook – biedt kansen op hogere productiviteit en welvaart, maar wordt evenzeer als potentieel bedreigend ervaren. Want niet alleen handarbeid maar ook hoofdarbeid kan in de toekomst steeds meer door machines worden verricht. Ook de (hogere) middenklasse krijgt daardoor te maken met vervangbaarheid.

Deze ontwikkelingen en de mogelijke maatschappelijke gevolgen ervan verdienen de aandacht van beleidsmakers tot op het hoogste niveau. De WRR geeft daarvoor een welkome en uitstekende voorzet. Er is geen reden tot paniek: naast de techniek ontwikkelen samenleving en economie zich óók. Maar voorbereiding is geen overbodige luxe. Beter, en ander, onderwijs kan de samenleving voorbereiden op het creëren en vervullen van taken die niet, of voorlopig niet, door zelfstandig denkende, lerende of handelende machines en programma’s kunnen worden overgenomen.

De meest prangende vragen spelen op het terrein van eigendom en verdeling. Het gaat erom de samenleving als geheel, en niet slechts een kleine elite, te laten profiteren van de vruchten van de robotisering. Of de tentatief geopperde oplossingen – van een nieuwe vut, een basisinkomen, een gedeeld eigendom van technologiebedrijven tot aan speciale belastingen – daarbij uitkomst bieden, is de vraag.

Tot nu toe is de ervaring dat economie en maatschappij zich verrassend soepel voegen naar veranderingen. Vertrouwen in de toekomst moet blijven samenhangen met een geloof in de flexibiliteit van de mens en zijn unieke vermogen om de omstandigheden aan te passen aan zichzelf. Niet andersom.