Column

Rapport Oosting over deal met Cees H. laat ernstig falen Justitie zien

Het beste advies van de commissie Oosting woensdag aan minister Van der Steur (Justitie VVD), was wel het advies dat zij besloot niet te geven. Namelijk: „Bevorder in alle lagen van de organisatie de politieke sensitiviteit.” De commissie vond dit te veel een open deur. Tegelijk is het ook „een essentieel aspect van de cultuur” binnen de overheid. En dus bij Justitie en het Openbaar Ministerie. Daarmee was het maar mooi toch gegeven.

Het schort bij Justitie dus aan politiek management, aan regie, aan het vermogen om de juiste informatie op de goeie plek te krijgen. Zodat de Tweede Kamer juist wordt ingelicht, de minister de goede cijfers kent en alle feiten op een rijtje heeft. En vooral: zodat het departement weer voeling krijgt met de informatieomgeving waarin publiek, media en politiek op elkaar reageren. Het rapport dat de geheime schikking met hasjhandelaar Cees H. onderzocht, bevestigt wat eerder al bij andere ernstige incidenten bleek. Het non-advies is zo bezien een elegante manier om de klok te luiden.

Het op een na beste advies aan het kabinet waait eveneens binnen door een open deur. In tijden van crisis, in de relatie met de Kamer, de openbaarheid en de burger: neem dan een onafhankelijk onderzoeker. Iemand van buiten. Niet iemand van binnen, zoals minister Opstelten (VVD) destijds besloot, toen hij oud-OM’er Henk van Brummen twee weken gaf de feiten bij elkaar te zoeken. Ook dat moet niet moeilijk te onthouden zijn. Het vraagt alleen wel een mentaliteit die daarbij past: verantwoording willen afleggen. Daar is ook winst te behalen, vriendelijk gezegd.

Het rapport zelf blijft intussen politiek nog volop explosief. Dit is een VVD-dossier, waarin vijf bewindslieden, de premier en de voorzitter van de Tweede Kamer een rol hebben. Oosting laat helder zien dat de Kamer herhaaldelijk door het kabinet het bos is ingestuurd. Met kletspraat over een vertrouwelijk te houden ‘persoonlijke aantekening’ die in werkelijkheid een keurig ambtelijk gespreksverslag betrof, met zeer pregnante informatie. Met een Kamervoorzitter die de onderzoekscommissie een belastende anonieme brief onthield.

Het onderzoek zelf bevestigde de feiten die in de media waren verschenen. De kwalificaties waren stevig en terughoudend tegelijk. De schikking „kon de toets der kritiek niet weerstaan”. Noch naar inhoud, wijze van totstandkoming of naar de afwikkeling. Lees: deugde van geen kanten. Het geïncasseerde bedrag van zo’n 7 ton was „niet evenwichtig”. Lees: veel te laag, een schijntje. Opsteltens informatie aan de Tweede Kamer „toonde tekortkomingen”. Lees: klopte gewoon niet.

Geruststellend was dan weer de conclusie dat de kans op herhaling niet groot is. Feitelijk beschrijft het rapport de cowboyjaren van de ‘pluk ze’-praktijk, waarin officieren als Fred Teeven met handjeklap hun weg vonden. Met bazen die de juiste vragen niet stelden en improviseerden in een organisatie met achterstanden. De strafzaak tegen Cees H. lag jaren op het parket stof te verzamelen, als ‘vensterbankdossier’. Dat twintig jaar later de stukken zoek waren, totdat een IT-specialist ze uit een verouderd systeem wist te plukken, is dan niet eens vreemd.