Geen spijt, 'schaamteloos' gedrag: Möllenkamp krijgt 2,5 jaar cel

De ex-directeur van corporatie Rochdale wilde door omkoping en fraude ver boven zijn stand leven, zei de rechter.

De rechtbank acht bewezen dat Möllenkamp zich onder meer schuldig heeft gemaakt aan omkoping, oplichting van zijn werkgever, witwassen en meineed. Foto REMKO DE WAAL / ANP

Het heeft Hubert Möllenkamp niet geholpen dat hij nooit enig schuldbesef heeft getoond. En ook de „schaamteloze wijze” waarop hij gehandeld heeft, rekent de rechter hem zwaar aan. Er werd donderdag een streng vonnis uitgesproken over de oud-directeur van de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale: een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar.

De rechtbank Amsterdam acht bewezen dat Möllenkamp zich jarenlang heeft schuldig gemaakt aan omkoping, oplichting van zijn werkgever, verduistering, witwassen, belastingfraude en meineed.

Iets lagere straf

Justitie had drie jaar geëist; de „iets lagere straf” heeft Möllenkamp niet te danken aan de lange duur van de strafzaak (zeven jaar) en ook niet aan de „zware wissel die alle media-aandacht op hem heeft getrokken”. Want die was „onvermijdelijk”, aldus de rechtbank. Reden voor de lagere straf is vrijspraak op enkele kleine punten. Zo is onvoldoende duidelijk geworden of Möllenkamp betrokken was bij het opstellen van een valse factuur door zijn vrouw Alberdien V. Zij is daarvoor veroordeeld tot 240 uur taakstraf.

Möllenkamp is, samen met de Maserati waarin hij zich in 2006 liet rondrijden, het symbool geworden van corrupte corporatiedirecteuren. Die Maserati speelde in de strafzaak geen rol. Wel ging het onder meer over de honderdduizenden euro’s die Möllenkamp ‘leende’ van zijn zakenpartners, de auto’s die hij mocht ‘gebruiken’ en inruilde tegen duurdere auto’s, een Spaanse vakantievilla, een luxe appartement in Lelystad, een zwembad op kosten van zijn zakelijke relaties, privé-uitgaven met de creditcard van Rochdale en de steekpenningen die hij kreeg en bovendien niet aangaf bij de Belastingdienst.

Steekpenningen

Opmerkelijk was het oordeel van over de beschuldiging van meineed. Tijdens het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties, vorig jaar, had Möllenkamp onder ede gezegd dat hij nooit giften had aangenomen. Zijn advocaat vond dat hij in een dwangpositie was gebracht door de commissie, die met vragen daarnaar bewust inbreuk zou hebben gemaakt op een lopende strafzaak.

De rechtbank verwierp donderdag het pleidooi van de verdediging om die beschuldiging te laten vallen. Het recht van de verdachte om zichzelf niet te belasten, zo zei ze, biedt geen bescherming tegen een valse verklaring. Möllenkamp heeft „willens en wetens steekpenningen aangenomen en heeft bewust verklaard dat hij dat nooit heeft gedaan”.

Gedurende het proces zijn de „motieven voor zijn gedrag niet duidelijk geworden”, zei de rechter.

„Mogelijk wilde de verdachte het beeld ophouden van een geslaagde corporatiebestuurder, hij wilde ver boven zijn stand leven.”

En dat terwijl hij een maatschappelijke voorbeeldfunctie vervulde.

Ook zijn zakelijke relaties, Henk O. en Arie van E., zijn veroordeeld voor omkoping. Zij moeten respectievelijk twee maanden en één maand de cel in en kregen een taakstraf van 240 uur.

De rechter acht de omkoping van Möllenkamp door beiden bewezen. Ze noemde hun gevangenisstraffen gerechtvaardigd vanwege de maatschappelijke impact van hun daden en ook vanwege „het oogpunt van generale preventie en vergelding”.