Medeplichtig aan seriële massamoord

O bama zei nog net niet dat de terroristen het kunstje hadden afgekeken van ontspoorde Amerikaanse tieners, overspannen postbodes en andere gevaarlijke burgers met vuurwapens en een appeltje te schillen. Maar het scheelde niet veel.

In zijn toespraak tot de natie, zondagavond, legde Obama zonder omhaal het verband tussen geradicaliseerde moslims die vorige week in San Bernardino 14 mensen doodschoten, en gefrustreerde figuren zónder moslimachtergrond die sinds jaar en dag massaslachtingen aanrichten in scholen, kantoren, abortusklinieken en bioscopen.

Hoe verschillend hun achtergrond en hun motieven ook mogen zijn, ze hanteren dezelfde methodes en ze profiteren met hetzelfde gemak van de onwil van het Amerikaanse Congres om het bezit van vuurwapens strenger te reguleren.

De afgelopen jaren is de terreurdreiging een nieuwe fase in gegaan, betoogde Obama. „Naarmate we beter zijn geworden in het voorkomen van complexe aanvallen als die van 9/11, zijn terroristen gaan kiezen voor minder ingewikkelde gewelddaden, zoals de massale schietpartijen die in onze samenleving maar al te gewoon zijn.” Tja, en hoe wil je die voorkomen zolang het in Amerika zo makkelijk blijft om allerlei vuurwapens te kopen die eigenlijk voor militair gebruik zijn ontwikkeld?

Gemiddeld vindt in de VS elke dag een schietpartij plaats waarbij vier of meer mensen omkomen of gewond raken, meldde The New York Times vorige week. Obama laat steeds vaker blijken hoe intens gefrustreerd hij daarover is.

Twee maanden geleden, na de zoveelste schietpartij op een school (deze keer in Oregon, negen doden), zei hij bitter: „Wij maken de politieke keuze om dit eens in de zoveel maanden te laten gebeuren.” Harde taal, zou je zeggen. Hier verweet een president de hele politieke klasse (‘wij’) medeplichtigheid aan seriële massamoord. Veel indruk maakte het niet. Merkbaar effect had het evenmin.

Zondagavond deed Obama voor de zoveelste keer zijn best om de Amerikanen ervan te doordringen dat hij de terreurdreiging heel serieus neemt. Vanaf mijn eerste dag als president, zei hij, heb ik Amerikaanse troepen daarom toestemming gegeven terroristen in het buitenland te doden. „Want ik weet hoe reëel het gevaar is.”

Vandaar de liquidaties per drone. Vandaar het reusachtige veiligheidsapparaat dat in Washington is opgebouwd om ‘een nieuw 9/11’ te voorkomen. „Als opperbevelhebber heb ik geen grotere verantwoordelijkheid dan de veiligheid van de Amerikaanse bevolking”, zei Obama zondag nog maar eens.

Maar als hij die opdracht serieus neemt, hoe zit het dan met dat andere gevaar, dat ook uit de loop van een geweer komt? Het gevaar van het alledaagse vuurwapengeweld? Sinds 9/11 zijn in de VS 45 mensen omgekomen door jihadistische terreur. In dezelfde periode zijn 48 mensen gedood bij aanslagen gemotiveerd door blank racisme. En meer dan 200.000 mensen zijn om het leven gebracht door gewone moorden.

Maar tegenover dát gevaar voelt de president van supermacht Amerika zich machteloos, zolang het vuurwapenbezit van burgers heilig is. Hoe kan hij blijven zeggen dat de veiligheid van de Amerikaanse bevolking zijn grootste verantwoordelijkheid is, terwijl hij intussen de ‘epidemie’ van vuurwapengeweld, zoals The New York Times het laatst noemde, moet laten voortwoekeren?

Voor Obama, de koele rationalist, is het niet te begrijpen, laat staan te verteren. Veel van zijn landgenoten vinden vrijwel alle middelen geoorloofd om het gevaar van jihadistische terreur te bestrijden. Maar tegen het veel grotere gevaar van hun bewapende buurman mag hij nog niet de meest voor de hand liggende maatregelen nemen. Onbegrip en minachting voor degenen die hem dat beletten, klinkt steeds duidelijker in de woorden van Obama door.