‘Laat vluchteling zo snel mogelijk meedraaien’

Zwangerschapsdiscriminatie is „echt een probleem”, zegt de voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Dat geldt ook voor de reactie op vluchtelingen. „10 procent vindt hen eigenlijk geen mensen.”

Adriana van Dooijeweert: „Toegang tot de rechter is een mensenrecht.” Foto Olivier Middendorp

Op de voorkant van een ansichtkaart staan mensen die een wedstrijdje zaklopen doen. Naakt. Je ziet hun bruine en witte billen. „Heb jij recht op... vrijheid?” staat erbij.

Nee, het is niet overal toegestaan om bloot over straat te gaan, is de uitleg op de achterkant. „Maar het recht om vrij te zijn en je eigen gedachten en ideeën te hebben, behoort tot de fundamentele rechten van de mens.”

De ansichtkaarten zijn onderdeel van een campagne van het College voor de Rechten van de Mens. Dat college bestaat sinds 2012, daarvoor heette het de Commissie Gelijke Behandeling. Het college komt op voor de mensenrechten in Nederland. Sinds 1 september is Adriana van Dooijeweert de voorzitter.

Ze ziet dat in Nederland „een heleboel goed gaat” als het om mensenrechten gaat. „Maar er zijn ook genoeg dingen waar je commentaar op kunt hebben.”

Wat is de ergste zaak die u zag langskomen sinds u begon als voorzitter?

„Ik ben enorm geschrokken van de respons die we kregen op onze campagne rond zwangerschapsdiscriminatie. Honderden zaken. De meeste moeten we nog uitzoeken, maar zwangerschapsdiscriminatie is echt een probleem. Zouden zo veel bedrijven werkelijk niet weten dat zwangerschap geen rol mag spelen bij een arbeidscontract? Dat je een vrouw met een vast contract niet mag ontslaan vanwege haar zwangerschap, dat weten de meeste bedrijven nog wel. Maar aannemen of een tijdelijk contract verlengen, dat hoeft niet als iemand zwanger is, denken een heleboel werkgevers.”

Moet de overheid daar harder tegen optreden?

„De regels zijn scherp genoeg: het mag niet. Vaak blijkt dat werkgevers zich niet realiseren dat ze discrimineren. Hetzelfde geldt voor leeftijdsdiscriminatie. Middelgrote of kleine bedrijven zeggen: ik heb een jong team. Dan mag ik toch wel iemand van boven de zestig weigeren omdat die niet in ons team past? Nee, dat mag dus niet, het is leeftijdsdiscriminatie. Als je dat uitlegt, hebben ze vaak spijt en doen ze van alles om het goed te maken. Cadeaubonnen, etentjes, dan zijn ze echt creatief omdat ze inzien dat het niet klopte wat ze deden.”

Zou het niet beter zijn als uw college bindende uitspraken kan doen en boetes aan bedrijven kan uitdelen?

„Ik geloof niet dat we die instrumenten nodig hebben. Naming and shaming vinden bedrijven vreselijk en ze komen door onze uitspraken met naam en toenaam in de publiciteit. Ook bij de paar zittingen die ik tot nu toe bijwoonde, merkte ik weinig verschil met de gewone rechtszaal, als het bijvoorbeeld om gezag gaat.”

Wat haar opvalt, zegt Van Dooijeweert, is dat er in Nederland nog veel verbeterd kan worden voor mensen met een beperking. Toegankelijkheid van musea kan beter, net als de leesbaarheid van borden op stations en luchthavens. „We zien ook dat mensen met psychiatrische ziektebeelden minder makkelijk toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. We hebben zaken over problemen met dyslexie en dyscalculie in het onderwijs. Ook mensen met leerachterstanden moeten de kans krijgen tentamens goed af te leggen. Scholen zeggen vaak dat ze het niet kunnen regelen, maar je kunt die mensen meer tijd geven of in een aparte ruimte neerzetten.”

Sommige politieke partijen zouden zulke voorbeelden uitholling of inflatie van het begrip mensenrechten noemen.

„Dat zou onrecht doen aan de fundamentele aard van het begrip. Natuurlijk is het recht op leven van een andere orde dan bijvoorbeeld het recht op onderwijs. Maar dat is wel het basisrecht van iemand om zich te ontplooien en te ontwikkelen.

„Ik zie ook een stroming in Nederland die een minimalistische invulling van de mensenrechten voorstaat. Nou, daar hoor ik niet bij. Er is geen mens voor wie de mensenrechten niet gelden. Neem de bezuinigingen op de toegang tot het recht die dit kabinet nog steeds van plan is. Toegang tot de rechter is een mensenrecht en dat is geen kopje koffie. Ben je in conflict met de overheid, dan heb je recht op een advocaat als je die niet kunt betalen. Dat is geen inflatie, uitholling of flauwekulrecht.”

Op de internationale Dag van de Mensenrechten bracht het college deze week een onderzoek naar buiten over hoe Nederlanders tegen mensenrechten aankijken. Er staat bijvoorbeeld in dat één op de tien Nederlanders vindt dat mensenrechten niet zouden hoeven gelden voor vluchtelingen hier. Maar ook dat meer dan de helft van de Nederlanders, 53 procent, vindt dat de overheid er alles aan moet doen om de rechten van vluchtelingen te beschermen.

Wat zeggen deze cijfers u?

„Ik was geschokt. 10 procent van de Nederlanders vindt dus dat vluchtelingen eigenlijk geen mensen zijn, want ze hebben geen mensenrechten. Natuurlijk, een groter percentage vindt van wel. Maar dit zegt iets over de toon van het migratiedebat. Die toon is er eentje van: liever niet in mijn achtertuin. Terwijl we onder ogen moeten zien dat de migratie aanhoudt. Misschien niet in de aantallen die we afgelopen maanden zagen. Maar we zullen overal in Nederland mensen uit andere landen en andere samenlevingen volwaardig moeten laten meefunctioneren. Dat staat vast.”

Doet het kabinet genoeg?

„Ze werken verschrikkelijk hard om ervoor te zorgen dat iedereen nu een bed heeft. Maar ik zie ook dat de overheid niet zo heel ver komt voorbij wat ‘de crisis’ heet. Ze kijken niet verder dan het eerste half jaar. En nog steeds denkt men dat deze problematiek over een jaar wel achter de rug is. Dat is niet zo. Van de mensen die hier nu zijn, blijft een aanzienlijk deel hier. Syrië is binnen twee of drie jaar niet ineens een land waar je mensen veilig naar kunt terugsturen. Dus laat ons alsjeblieft zorgen dat die mensen, die hier een veilig heenkomen zoeken, zo snel mogelijk kunnen meedraaien in onze maatschappij. Voor deze groep moet de overheid het stringente beleid van afgelopen jaren loslaten. Als we wachten met hun de taal te leren en met hen aan arbeidsmarktoriëntatie te doen, dan zitten zij straks zonder baan. Dat moet gewoon meteen, we moeten niet wachten tot ze een verblijfsstatus hebben.”

Snapt u de scheve blikken van Nederlanders? Zij moeten wachten op hun woning.

„Daar moet je zeker ook rekening mee houden en die zorgen moeten besproken worden. Maar ik vind de koppeling die nu vaak gelegd wordt tussen vluchtelingen en terroristen ronduit gevaarlijk. Alsof iedereen die een trauma heeft opgelopen en hier een veilig heenkomen zoekt, meteen een terrorist of verkrachter is. Ik vind ook dat de regering, en eigenlijk de premier zelf, hier een duidelijker standpunt over moet innemen.”

Wat moet premier Rutte volgens u doen?

„In elk geval stoppen met elk incident aangrijpen, hoe vreselijk en dichtbij ook, zoals nu Parijs, om met weer strengere wetgeving te komen. Er kan al zoveel met bestaande regels. Zo’n actie/reactieverhaal versterkt bij de burger het idee dat er hier verschrikkelijk veel aan de hand is. Ik denk dat het kabinet de burger meer moet aanspreken op het gevoel voor zijn eigen veiligheid en vrijheid, maar ook op het gevoel voor zijn medemens.

„Als Rutte zelf meer zou uitstralen voor welke soort maatschappij hij staat, dat hij staat voor de menselijke waardigheid van deze vluchtelingen, dan zou dat de discussie verder brengen dan alleen die stoere taal van nu. Hij moet zich mengen in de maatschappelijke discussie en zeggen: wij zijn een land waar mensen die bescherming nodig hebben op een waardige manier behandeld worden.”