Klimaattop gaat zeker een nacht langer duren

Nog onenigheid over financiering en rol van opkomende landen.

De klimaattop in Parijs gaat zeker nog tot zaterdag duren. Dat is minimaal een nacht langer dan de bedoeling was van het Franse voorzitterschap. Maar het is wel wat veel deelnemers eerder voorspelden.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius, voorzitter van de onderhandelingen, zei vanochtend vroeg na een nieuwe nacht van overleg dat hij in principe zaterdagmorgen klaar wil zijn. In het begin van de middag wil hij dan in een plenaire zitting de instemming van alle bijna tweehonderd deelnemende landen. Maar dat wordt gezien als een optimistische planning.

In het conceptakkoord dat Fabius donderdagavond presenteerde zijn wel weer veel strijdpunten verdwenen. Hij voerde de druk op door de nieuwe tekst „een beslissende stap” te noemen naar een „wereldwijd, juridisch bindend, ambitieus en blijvend akkoord”.

Michael Jacobs van het New Climate Economy project noemde het concept donderdagavond „een uitgebalanceerd akkoord”, dat de wereld in de richting van duurzaamheid stuurt. Alle partijen kunnen volgens hem elementen vinden die voor hen belangrijk zijn. Juist daardoor is het volgens hem nu moeilijker om compromissen te vinden. Te veel aanpassingen op een van de onderwerpen kunnen die balans in gevaar brengen.

De gesprekken vinden in beslotenheid plaats. Uit wat er naar buiten komt blijkt dat twee onderdelen nog voor de meeste problemen zorgen. De belangrijkste gaat over wat in het jargon hier ‘differentiatie’ wordt genoemd. Rijke landen willen dat opkomende economieën, die officieel in de onderhandelingen nog worden beschouwd als ontwikkelingsland, een groter aandeel nemen in de reductie van broeikasgassen en de financiële steun aan de allerarmste landen.

Een ander gevoelig punt betreft het beoordelen van de beloofde reducties. Zijn die voldoende om het doel van het akkoord te halen? Over dat doel zelf – een maximale opwarming van twee graden, of liever nog anderhalve graad aan het eind van de eeuw – bestaat ook nog onenigheid.

De EU wil dat de opkomende landen hun voortgang bij het halen van de reductiedoelen op dezelfde manier gaan meten als de geïndustrialiseerde landen: met een volwaardige, verifieerbare beoordeling. Elina Bardram, hoofdonderhandelaar van de Europese Unie, noemde het vannacht onacceptabel dat grote opkomende economieën niet bereid zijn om hun toezeggingen net zo strikt te rapporteren als de rijke landen.