Hier, op dit scheepsdek, begint Darwins grote revolutie

Onlangs dook de enige afbeelding op van de jonge Charles Darwin op de wereldreis met het Britse marineschip HMS Beagle. De tekening vertelt net zo veel als een hele biografie.

Aanstaande dinsdag veilt Sotheby’s in Londen deze waterverftekening uit 1832, genaamd Quarter Deck of a Man of War on Diskivery [sic] or interesting Scenes on an Interesting Voyage. „Interessante taferelen op een interessante reis” – dat is inmiddels een understatement.

Want deze tekening, recent opgedoken in een Amerikaanse privécollectie, is de enige afbeelding van de jonge Charles Darwin aan het werk tijdens zijn vijf jaar durende wereldreis op het Britse marineschip de HMS Beagle. We zien de jonge ‘naturalist’ in geklede jas en hoge hoed, terwijl hij, met zijn kenmerkende uitvoerigheid, de lichaamsdeeltjes aanwijst van een of ander bruingeel insect.

Klik of tap op deze afbeelding voor uitleg:

Hij was pas 23 jaar

Dit is niet de bejaarde Darwin van de iconische foto’s, met lange baard. Dit is de geniale bioloog, op deze tekening 23 jaar, die vóór zijn dertigste een theorie ontwikkelde die het wereldbeeld van een hele beschaving zou laten kantelen. En hier zien we hem op het schip dat hem naar de gebieden bracht die hem inspireerden voor zijn ideeën over evolutie en geologie. De Galapagoseilanden natuurlijk. Maar ook de pampa’s, regenwouden en de Andes van Zuid-Amerika. Tahiti ook, en Australië.

De tekening (34 x 20,5 cm) is toegeschreven aan Augustus Earle, op basis van tekenstijl, zijn kennis van de situatie en het negentiende-eeuwse papiermerk. Earle was de vaste tekenaar aan boord van het onderzoeksschip, dat onder leiding van kapitein Robert FitzRoy de kusten van Zuid-Amerika verkende. Het is een parodie, kennelijk voor de lol gemaakt door de tekenaar. „Dit is ontzettend leuk”, reageert Darwin-biograaf Janet Browne (Harvard University). „Als iemand een tekening van Darwin op de Beagle zou willen vervalsen, zou hij zo’n tafereel kiezen.”

Het hele verhaal in één beeld

Want de scène vertelt in één beeld wat Darwins biografen in vuistdikke boeken hebben beschreven. Ruim zeventig man aan boord, de meesten onder de dertig. Er waren ongeletterde matrozen bij die een dagelijkse portie rum ontvingen (zie het flesje in de hand van de man die naar rechts wegloopt), of lijfstraffen als ze zich misdroegen. Maar zij hielpen ook enthousiast met verzamelen. Geschoten dieren, fossielen, planten, schelpen. Het werd vol op het dek. Er ging zelfs een levende reuzenschildpad mee terug naar Engeland, weten we. Geen hele palm, zover bekend.

En we zien de officieren, van wie velen óók wetenschappelijk geïnteresseerd waren. Zoals chirurgijn Benjamin Bynoe (hier waarschijnlijk de gebogen man met een kool in de hand), die op reis groenten verzamelde maar ook een botanische collectie opbouwde.

De kapitein met wie hij ruzie kreeg

De belangrijkste: de briljante kapitein Robert FitzRoy (op de rug gezien met pet) hier 27 jaar oud, die Charles Darwin op reis had meegenomen als intellectueel gezelschap.

FitzRoy was een vroom christen die met Darwin gebrouilleerd zou raken – hij reageerde decennia later verontwaardigd op Darwins On the Origin of Species. Maar hij had een diepe wetenschappelijke interesse. Hij maakte uitstekende kaarten van Zuid-Amerika, en werd later ook vermaard om zijn meteorologische waarnemingen (hij werd de eerste directeur van de Britse Met Office, de eerste nationale weerdienst ter wereld).

Hij was het ook die Darwin bij de afvaart het net verschenen eerste deel van Charles Lyells Principles of Geology cadeau gaf. Dat revolutionaire boek schetste een geologie van graduele veranderingen over extreem lange tijdschalen – en zonder plaats voor een of meerdere zondvloeden. En juist die zondvloed staat hier, bedoeld of niet, op de voorgrond. Darwin staat bij een partij zoogdierfossielen waarvan bekend is dat hij die op 24 september 1832 verzamelde bij de Argentijnse baai Bahía Blanca. Sotheby’s dateert de tekening op, of net na die dag.

Tegen de zondvloed

Op één slagtand staat ‘antidiluvian’. Antediluvian, met een e dus, was toen nog een gangbare tijdsaanduiding voor de periode vóór de zondvloed. Darwin-biograaf Janet Browne zoekt er weinig achter. „Ik denk dat de tekenaar de correcte spelling niet kende.”

Maar de Nederlandse Darwinkenner Ludo Hellemans, verbonden aan de Universiteit van Maastricht, zet het aan het denken. „Ik vind dit het meest intrigerend”, zegt Hellemans. „Deze slagtand is niet van vóór de zondvloed, hij is tégen de zondvloed. Ik denk dat die woordgrap laat zien dat Darwin en FitzRoy het op dat moment eens waren: het idee van de zondvloed klopt niet.”