Het Timmerhuis: centraal én riant met leuke buren

Vandaag opent het Timmerhuis, het nieuwste gebouw van het Office voor Metropolitan Architecture (OMA) dat wonen, werken en een museum combineert. Kersverse bewoners zijn dolenthousiast.

Margaret Hazekamp in haar „heerlijk lichte” appartement in het nieuwe Timmerhuis. Foto Walter Herfst

Alle 84 appartementen in het markante gebouw, gelegen achter het stadhuis en het voormalige postkantoor, zijn verkocht, maar ze zijn nog niet allemaal bewoond. Enkele worden nog verbouwd. Dat verklaart de aanwezigheid van bouwvakkers op een aantal verdiepingen en de bescherming van de liftkooien met mdf-platen.

De eerste bewoners van de ‘wolk van glas en staal’ van architect Reinier de Graaf (van Office for Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas) betrokken hun nieuwe onderkomen eind oktober. Alles in het nieuwe pand, een combinatie van het oude stadstimmerhuis met daarop nieuwbouwblokkendozen die inspringend op elkaar zijn geplaatst, functioneert zoals het moet. Van de liften tot de energiezuinige ventilatie- en klimaatbeheersystemen, zo leert een rondgang.

„Het enige vervelende is dat bezorgers van Ikea en andere bedrijven ons niet kunnen vinden omdat de routeplanners ons adres, de Halvemaansteeg, niet kennen”, zegt Suzanne Overvoorde (39). Ze woont op de elfde verdieping van de Noordtoren. Zo’n 96 vierkante meter voor minder dan drie ton. „Ik wilde aan deze kant wonen omdat ik het uitzicht mooier vindt dan in de Zuidtoren. Je ziet het stadhuis maar ook het buitengebied. Bovendien is het aan de zuidkant warmer. Ik heb geen dakterras maar wel twee glazen schuifpuien in zowel de voor- als zijkant die je volledig open kunt zetten.”

De stafmedewerkster van het Rotterdams Philharmonisch koos voor het Timmerhuis vanwege het bijzondere karakter, de locatie, het licht en de kleinschaligheid. „Ik kom uit een flat met negen bewoners per gang.” Overvoorde is nu omringd door wat ze „een grappige mix van mensen” noemt. Naast haar woont een ouder Nederlands stel, boven haar een Franse expat en daarnaast architectuurfotograaf Ossip van Duivenbode met vrouw en zoontje.

De twee appartementen op de bovenste verdiepingen, die momenteel worden samengevoegd tot een, zouden zijn gekocht door een Rus die afwisselend in Engeland, Spanje en Nederland woont. Elders in het gebouw wonen Chinezen, Surinamers, een Oekraïner, Oost-Europeanen, Rotterdammers en Nederlanders die in het buitenland werken en alleen de weekends thuis zijn.

Margreet Hazekamp in het appartement naast Overvoorde bestempelt de medebewoners als „een leuke mengeling” van jong en oud . „Niet allemaal kakkerige mensen maar van alles wat.” Haar echtgenoot en zij kochten hun appartement van 130 vierkante meter voor bijna vijf ton. „Wij komen uit Schiebroek en wilden naar de binnenstad. Zó centraal wonen met zoveel buitenruimte is uniek”, zegt de vrouw van middelbare leeftijd terwijl ze de glaswand naar het 45 vierkante meter grote terras wegschuift. „Onze tuin was nauwelijks groter. Ik mis alleen wel het praatje over de heg met de buurman.” Hazekamp vindt het appartement „heerlijk licht” en het uitzicht fantastisch met de toren van het stadhuis bijna in de living en de skyline van het centrum ernaast. „Bij helder weer zien we de havens en Delft.”

John Spencer (64) ziet vanuit zijn appartement op de 10e en 11e – en tevens hoogste– verdiepingen van de Zuidtoren de volledige skyline van Rotterdam. Hij betaalde 340.000 euro voor 110 vierkante meter met een even groot dakterras als Hazekamp. „Goedkoop vergeleken met andere steden. Centraler kun je niet wonen. De sportschool, de winkels, cafés en restaurantjes, alles zit om de hoek.”

Onderbuurman Philippe Braun kocht zijn appartement van 65 vierkante meter voor 245.000 euro. „Onmogelijk in andere steden. Een compacte woning maar wel met een klein dakterras”, zegt de Luxemburger trots. Hij werkt bij het architectenbureau van Koolhaas en wilde in het Timmerhuis wonen vanwege de centrale ligging en de architectuur. „De stalen balkenconstructie is zoveel mogelijk open gelaten. Dat zie je niet vaak in Nederland. Vanuit Rotterdam zit je ook zo in de rest van Europa. Bovendien is het geen saaie museumstad zoals Amsterdam maar een stad die leeft en waar veel gebeurt.”