Column

Het complot

Zal minister Edith Schippers erg ingenomen zijn met het rapport van de commissie-Oosting? Ze wilde immers zo graag een onderzoek dat zich ook uitstrekte tot een mogelijk complot tegen die arme VVD. Dat onderzoek is er gekomen en de commissie zegt: „Complot? Daar is geen enkele aanwijzing voor.”

Eindelijk heeft de minister dus de duidelijkheid gekregen waar ze zo hartstochtelijk naar verlangde. Op 14 maart van dit jaar zegt ze tegen De Telegraaf: „Als een bonnetje van vijftien jaar geleden een week voor de verkiezingen opdoemt, dan is mijn conclusie dat het niet voor niets nú gebeurt. […] De een zegt: het is de onderwereld. De ander zegt: het zijn krachten bij justitie. Een derde zegt: het zijn krachten uit de advocatuur. Ik kan dat niet beoordelen. Maar er zit ergens een kracht achter.”

Ook al neemt de minister niet zelf het woord ‘complot’ in de mond, de suggestie is duidelijk: op zijn minst één boze kracht probeert de VVD kort voor de Provinciale Statenverkiezingen te beschadigen.

Een dag later geeft de minister in Buitenhof een interview aan Paul Witteman. Het wordt een intrigerend steekspel tussen een sluwe minister en een vasthoudende journalist. Het eerste kwartier gaat helemaal over het vermeende complot. Schippers doet alsof zij geen enkele beschuldiging uit, zij heeft alleen maar allerlei speculaties gehoord en ze wil nu weleens het naadje van de kous weten, vooral als de VVD tot twee keer toe met die kous gewurgd dreigt te worden. „Eén keer is toevallig, twee keer te toevallig, dat moeten we onderzoeken”, zegt ze.

Witteman stelt vast dat de minister allerlei suggesties doet nog voordat het onderzoek is begonnen. Welnee, zegt de minister dan weer, zij beschuldigt niemand, zij citeert alleen maar anderen, dat zijn feiten, zij weet nog niks, daarom moet er onderzocht worden.

„Dat is uw mantra”, lacht Witteman. „Nee”, zegt de minister fel, „dat is geen mantra, ik vind echt dat we de onderste steen boven moeten krijgen.”

Die steen ligt nu dankzij de commissie-Oosting boven. Het is een keiharde baksteen die dwars door de voorruit van de VVD is gevlogen, allerlei prominente VVD’ers zitten onder de glasscherven. De suggesties van minister Schippers keren zich tegen haar en tegen haar partij: de VVD is niet op een stiekeme manier door derden beschadigd, maar door zichzelf.

Het is alsof Paul Witteman die mogelijkheid in dat interview voorvoelt. „Als de VVD nu eens de hand in eigen boezem steekt”, zegt hij, „een minister [Opstelten] moet aftreden omdat hij de Kamer verkeerd heeft voorgelicht – dat is ook een feit.” Schippers zucht. „Ik vind het vreselijk dat zulke leden van het kabinet na veel succesvol beleid moeten aftreden… Maar stel dat dit door krachten in de onderwereld is gebeurd, dan moeten wij dat boven krijgen.”

Hoe moeten wij dit optreden van de minister achteraf duiden? Twee mogelijkheden. Zij meende wat zij suggereerde, ook al had zij daarvoor geen duidelijke aanwijzing, laat staan een bewijs. Of: zij wist dat zij kletskoek verkocht, maar zij probeerde verwarring te zaaien en daarmee een dreigende verkiezingsnederlaag van de VVD te voorkomen.

Mij lijkt in deze zaak eerder sprake van een complot van de VVD – een gezamenlijke poging om de waarheid in de doofpot te krijgen – dan een complot tegen de VVD. Let wel, ik zeg: lijkt. Verder heb ik niks gezegd.