Haar sculpturen hebben r u i m t e nodig

Barbara Hepworth werd beroemd door haar abstracte en toch vitale beelden. Nu is er een overzichtstentoonstelling.

Forms in Echelon van Barbara Hepworth.

Een hang naar abstractie en spiritualiteit aan de ene kant, en een liefde voor de stoffelijke wereld aan de andere kant: heel het oeuvre van de Britse beeldhouwer Barbara Hepworth (1903-1975) staat in het teken van de spanning tussen deze twee polen. „Een sculptuur moet een lofzang zijn, een blijvende uitdrukking van de goddelijke geest”, verklaarde Hepworth in 1965. Maar ook wilde ze de „warmte, oorspronkelijkheid en menselijkheid”, zoals ze die zag in ‘primitieve’ Afrikaanse kunst. Uiteindelijk ontwikkelde Hepworth een eigen idioom dat abstract, maar ook organisch en vitaal is.

De kenmerkende ronde gaten in haar beelden doorboren de materie, zoals bij het monumentale werk Squares with Two Circles (1963) in het Rietveld Paviljoen van het Kröller-Müller Museum. De gaten dringen letterlijk en metaforisch door het schijnbaar harde oppervlak van de dingen heen en bieden de beschouwer een blik op een andere wereld. Hepworth wilde beeldhouwen met ruimte.

Nog niet eerder vertoonde foto’s

In Oval Sculpture (1943) omhelzen materie en ruimte elkaar. Het kleine gepolijste houten object is uitgehold zodat ovale gaten zijn ontstaan en het hout een transparant membraan geworden is, met een wit geverfde binnenkant. De holten in het glanzend bruine ei zijn complex van vorm en tegelijk is het werk, met zijn zacht glanzende en perfecte curven, eenvoudig en sereen.

Hepworth was een meester in de lichamelijk zware techniek van het direct hakken in steen en in hout, met beitel en guts. Op een groepsfoto uit het begin van de jaren dertig, met onder meer Henry Moore, de beeldhouwer met wie Hepworth haar leven lang bevriend was, en de schilder Ben Nicholson, zien we een kleine, meisjesachtige vrouw met een zeer gespierd bovenlichaam.

Ook in andere opzichten was Hepworth een indrukwekkende persoon. Bij haar eerste echtgenoot, de beeldhouwer John Skeaping, kreeg ze op 25-jarige leeftijd een zoon en vijf jaar later volgde bij haar tweede echtgenoot Nicholson een drieling. Op de tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum zijn nog niet eerder getoonde foto’s te zien, afkomstig uit het onlangs geopend familiearchief.

Eind jaren dertig trok Hepworth zich terug in St. Ives, aan de kust van Cornwall, waar ze haar kinderen opvoedde en zich ontwikkelde tot een van de meest toonaangevende beeldhouwers van het modernisme. Dit gebeurde in een intensieve dialoog met het werk van andere kunstenaars. In het vroege werk zijn overal de invloeden te zien van Brancusi, Moore en de constructivistische beeldhouwer Naum Gabo. In een enkel geval is die invloed zo sterk dat Hepworths werk nauwelijks te onderscheiden is van dat van collega’s.

Hepworth hechtte veel belang aan de opstelling of ‘choreografie’ van haar sculpturen. Zij maakte montages van foto’s van haar werk, op schaal, gecombineerd met foto’s van tuinen, landschappen en van modernistische gebouwen. Deze fotomontages zijn fantastische documenten die op een unieke manier inzicht geven in het denken van de kunstenaar.

In 1965 vond de eerste expositie van Hepworth op het Europese continent plaats, in het paviljoen van Gerrit Rietveld in de tuin van Kröller-Müller. Hier werd Hepworths choreografische visioen meer dan ooit bewaarheid. Rietvelds transparante en harmonieuze structuur en Hepworths beelden zijn op een bijzondere wijze complementair. Deze utopie van een open wereld, van menselijke schaal en natuurlijke ritmen, is het modernisme op zijn best en houdt voor ons vandaag opnieuw een belangrijke boodschap in.