Groei islamofobie is een mythe

„Wij onderzoeken thema’s over de loop van tien jaar, we nemen afstand van de waan van de dag”, zegt Rob Bijl, onderzoeker en adjunct-directeur SCP.

Over de Nederlander van nu bestaan tal van wijsheden. Zoals: de burger is boos. En: de middenklasse is de dupe van alles.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) prikt deze mythes vandaag door in het tweejaarlijkse onderzoek de Sociale Staat van Nederland. Het vierhonderd pagina’s tellende rapport, waarvoor literatuur, datasets en enquêtes werden geraadpleegd, stapelt nuance op nuance. „Wij onderzoeken thema’s over de loop van tien jaar, we nemen afstand van de waan van de dag”, zegt Rob Bijl, adjunct-directeur van het SCP en een van de onderzoekers van dit rapport. 

De eerste mythe die sneuvelt is de vermeende groei van de islamofobie en vreemdelingenangst. Sinds 2004 is men positiever gaan denken over vreemdelingen en de islam, blijkt uit het SCP-rapport. Vond toen nog 47 procent dat er te veel buitenlanders in Nederland wonen, nu is dat gedaald tot 36 procent. Overigens is er het laatste jaar weer een lichte stijging te zien.

Nuance twee gaat over de ‘middengroep’, die speciale aandacht kreeg in dit onderzoek. De middenklasse staat bekend als de groep die het het zwaarst te verduren heeft: banen in dit segment verdwijnen door automatisering, en intussen profiteert deze groep het minst van de overheid. Het SCP, dat de middenklasse definieert als de groep middelbaar opgeleiden, stelt vast dat het de misère meevalt. Werkgelegenheid en inkomen onder middelbaar opgeleiden zijn weliswaar iets gedaald, maar gezondheid en tevredenheid met het leven blijven stabiel. Bovendien zijn er grote verschillen binnen de middenklasse, waardoor je moeilijk van één groep kunt spreken. 

Opvallend is ook de relatief positieve houding van Nederlanders tegenover zowel de nationale als de Europese politiek. Nederlanders mogen dan mopperen over ‘de hoge heren in Den Haag’, vergeleken met andere Europese burgers valt hun onvrede mee. 61 procent van de Nederlanders is bijvoorbeeld ‘min of meer’ tevreden met de regering.

Allemaal goed nieuws. ‘Nederland veert terug’ is dan ook de titel van het rapport: Nederlanders klimmen uit de recessie en zijn tevreden. Dat zien we terug in het gemiddelde cijfer dat ze hun leven geven: een 7,8.

De Sociale Staat Van Nederland 2015

Gelukkig, maar ook zorgelijk

Er zijn ook punten van zorg, zegt Bijl. Hij noemt een observatie die ook naar voren kwam in het Buurtonderzoek dat NRC vorige week publiceerde: Nederlanders zijn gemiddeld genomen blij, maar ze maken zich wel zorgen over de toekomst. Bijl: „Het gevoel van kwetsbaarheid is toegenomen. Men vreest dat onze welvaart en het gemak van leven zullen afnemen, dat onze kinderen het minder goed zullen hebben.”

Daarnaast is hij kritisch over de roep om meer participatie van dit kabinet. „De vooronderstelling van het huidige beleid is dat er nog veel meer mantelzorg kan worden gedaan. Maar we moeten onszelf niet rijk rekenen. Het aandeel vrijwilligers ligt nu rond 45 procent. De regering kan wel willen dat dat nog hoger wordt, maar je kunt niet van staatswege een dienstbevel geven: gij zult vrijwilligerswerk doen.” 

Niet alleen loopt de hulp uit het netwerk tegen praktische grenzen aan – bijvoorbeeld als de familie niet in de buurt woont – maar ook zijn er steeds meer vrouwen actief op de arbeidsmarkt, legt Bijl uit. Dat heeft negatieve gevolgen voor het vrijwilligerswerk: een baan is soms moeilijk te combineren met bijvoorbeeld mantelzorg.

Belangrijk om te beseffen is dat Nederland al het hoogste aantal vrijwilligers in Europa heeft, vertelt Bijl. Daar gaat weer een mythe, namelijk dat we niet meer naar elkaar zouden omkijken. „De participatiesamenleving is er niet pas sinds Willem-Alexander hem noemde in de Troonrede”, zegt Bijl. „Wij doen al jaren onderzoek naar de betrokkenheid van burgers en in Nederland ligt die altijd op een heel hoog niveau.” En er zijn signalen dat het aantal burgerinitiatieven toeneemt, stelt het SCP-rapport. „Dan hebben we het dus bijvoorbeeld over burgers die voedselbanken of kinderboerderijen oprichten. Vroeger keek men of de gemeente subsidie kon verstrekken, nu komen burgers zelf in actie.”