Fiets weg? Boos! (Maar te lui om hem op te halen)

De meeste Amsterdammers worden goed kwaad als hun fiets is weggeknipt. Maar slechts de helft van hen haalt zijn fiets op bij het Fietsdepot. Vele duizenden fietsen wachten daar maximaal 6 weken op hun eigenaar.

Handhavers van de gemeente Amsterdam knippen fout geparkeerde fietsen weg in en bij de fietsflat ten westen van het Centraal Station.

Het zijn van die ochtenden. Nét iets te lang in bed blijven liggen, haastend richting de fietsflat bij het station en dan die fiets ergens op, in of naast een rek gooien om op het nippertje de trein te halen. Nog geen tien minuten later komen handhavers van de gemeente bij de fietsflat. De fiets wordt weggeknipt en afgevoerd. Na een lange dag werken constateert de eigenaar verbijsterd: fiets weg. Gestolen, óf verwijderd. Telefoontje naar het Fietsdepot. In het gunstigste geval is het enige wat hem of haar vervolgens rest de tocht naar dat verdomde depot, diep in Amsterdam-West, om de fiets terug te halen. Het slot is doorgeknipt. Een boete van 15 euro. En vervolgens nog een roteind terugfietsen.

„Ik begrijp de frustratie heel goed”, zegt Lionel, die als handhaver sinds 2010 fietsen wegknipt. „Maar mensen moeten wel beseffen dat ik zorg dat de stad netjes blijft.” Samen met zijn collega Ericht werkt Lionel vaak rond de fietsflat. In totaal werken er 17 medewerkers op 6 auto’s. Elke dag worden er per auto 40 fietsen opgehaald. Om de fiets op te halen moet de Amsterdammer 15 euro betalen, en vanaf 1 januari 22,50 euro. Thuisbezorgen kan ook. Dat kostte 30 euro en gaat 35 euro kosten. Afgelopen jaar haalde de gemeente 20.000 fietsen op.

Kwaad

De Amsterdammer en zijn fiets. Kwaad als die wordt weggeknipt, merken handhavers Lionel en Ericht. „Vergroeid met de fiets”, zeggen de handhavers. Maar, zegt Pieter Berkhout, manager van het Fietsdepot, tegelijkertijd vaak te lui om de fiets op te halen. En wie van zijn fiets(wrak) af wil, laat de gemeente vervolgens de fiets opruimen. Het hele traject, van wegknippen tot opslaan, kost de gemeente volgens Berkhout 70 euro per fiets.

De handhavers van de gemeente maken elke dag rondes over het Leidseplein, bij Amsterdam Centraal en bij de stations Zuid en Amstel. Daarnaast geven de stadsdelen sporadisch opdracht om fout geparkeerde fietsen weg te halen. Rond grote evenementen wordt de handhaving opgevoerd en worden bijvoorbeeld bruggen leeggemaakt.

Amsterdammers vinden dat de gemeente te weinig stallingsplekken heeft en dat onduidelijk is waar en wanneer er geknipt wordt. In juli kwam de gemeenteraad met een nieuw plan. De communicatie moet beter, en het aantal stallingsplekken flink omhoog.

Ericht is dan ook blij met de extra parkeerplekken bij het station, en door mensen aan te spreken op hun fietsgedrag probeert hij een hoop leed te voorkomen. Tegelijkertijd zijn ingesleten gewoontes lastig te veranderen, vindt Lionel. „Mensen willen allemaal zo dicht mogelijk bij het station hun fiets parkeren, terwijl honderd meter verder allemaal lege plekken zijn.”

Lionel kent de fietsflat door en door. „Fiets kwijt?”, vraagt hij aan een voorbijlopende vrouw. „Een rode? Die staat een stukje verder, naast de blauwe Batavus.”

Het belangrijkste werk voor Lionel en Ericht is het wegknippen van fietsen die langer dan 14 dagen geparkeerd zijn. Dat gebeurt door het opplakken van een sticker, die aangeeft dat de fiets weggehaald gaat worden. Ook knippen de handhavers fietsen weg die voor hinder zorgen.

‘Flauw en meedogenloos’

Maar wat hinder is, is volgens de Amsterdamse Vera (48) niet altijd even duidelijk. Zij parkeerde haar fiets „netjes aan een rek” bij het Centraal Station en deed haar kettingslot erdoor. De fiets werd weggeknipt. „Flauw en meedogenloos”, vindt ze. „De gemeente zegt dan dat de fiets niet ín het rek staat. Maar ik hinder niemand en die plek nodigt enorm uit om de fiets te parkeren.” Conclusie? Concert gemist, kosten voor een nieuwe kettingslot en veel gedoe om bij het Fietsdepot te komen. „Pesterij van de gemeente. En dat terwijl er zoveel echt los slingerende fietsen zijn.” Vera hoort meer verhalen. Over bijvoorbeeld fietsen die met één wiel buiten een parkeervak staan en meegenomen worden. Of over fietsen die in het rek staan, maar door anderen erbuiten gezet zijn om zelf de fiets in het rek te zetten.

Lionel en Ericht kunnen daar niet zoveel mee, zeggen ze. Zij werken volgens de regels. Maar zodra ze iemand tegenkomen van wie ze net de fiets aan het wegknippen waren, dan krijgt diegene de fiets terug. Behalve als de fiets al op de wagen staat en er twee andere fietsen voor staan. Dat laatste kan soms voor woede zorgen. Mensen zien hun fiets, maar mogen hem niet meer terug. Of claimen dat hun fiets niet fout geparkeerd stond. Lionel en Ericht hebben daarom agressietraining gehad. „Het raakt me af en toe wel”, zegt Lionel. „Ik snap dat mensen een slechte dag hebben en dat een weggeknipte fiets net de laatste druppel is. Maar wat kan ik doen? Soms haal ik dan toch die hele wagen maar leeg. Ik ga niet voor een fiets mezelf in de problemen brengen.”

Fietsdepot: surreële plek

Wie uiteindelijk de tocht naar het Fietsdepot onderneemt – eerst naar Sloterdijk, dan bus 82 en vervolgens nog 15 minuten lopen – komt op een surreële plek. Voor het gebouw op het fietsdepot ligt een groot grasveld, waar medewerkers de fietsen die in goede staat zijn naar de juiste plekken slepen. Achter het gebouw staan de fietswrakken – duizenden, netjes naast elkaar – terwijl aan de zijkant een constante aanvoer van nieuwe fietsen plaatsvindt. Aan de balie brengt een medewerker de fiets naar de eigenaar. Als tenminste duidelijk is om welke fiets het gaat. Anders is het zelf zoeken op het terrein. De eigenaar moet wel zijn sleuteltje van het kapotte slot kunnen overleggen.

Het fietsdepot zal nog wel even blijven bestaan. De gemeente zet weliswaar in op meer stallingsplekken, maar het aantal fietsen in Amsterdam blijft ook groeien en daarbij ook het aantal verkeerd gestalde fietsen. De stadsdelen willen intensiever gaan handhaven, zegt Berkhout. „Daardoor hebben wij de capaciteit die we hier aankunnen moeten opvoeren.” De bewaartermijn van fietsen is bijvoorbeeld verlaagd van 13 naar 6 weken, waardoor de capaciteit is gegroeid van 50.000 naar 100.000 fietsen.

Slechts de helft van de fietsen wordt opgehaald, vertelt Pieter Berkhout van het fietsdepot. In de eerste week na het wegknippen komen de meeste mensen. Daarna zakt het aantal mensen dat een fiets komt ophalen snel. Na zes weken worden de fietsen geveild – daarmee wordt een deel van de kosten gedrukt – of weggegeven aan maatschappelijke organisaties. „Oude barrels, maar ook gloednieuwe merkfietsen”, zegt Berkhout terwijl hij de deur van de veilinghal openduwt. Hij wijst naar een Gazelle met kinderzitje. Er zit geen kras op.

Dat zoveel fietsen niet worden opgehaald heeft een aantal redenen, denkt Berkhout. Mensen denken soms dat hun fiets gestolen is, of durven niet te komen omdat ze de fiets bij een junk hebben gekocht. „Veel Amsterdammers vinden het ook niet de moeite waard hun fiets op te halen, omdat die toch al oud en kapot is. De rit hier naartoe, de prijs die betaald moet worden; mensen maken een afweging of het hen dat waard is.”

Op het fietsdepot laden Lionel en Ericht ondertussen hun wagen uit. Het was een rustige ochtend – maar acht weggeknipte fietsen op Amsterdam Centraal. Het wordt kouder, dus meer mensen pakken het openbaar vervoer. Na een bak koffie stappen Lionel en Ericht weer op de wagen. Ze gaan flyeren en stickers opplakken over het wegknipbeleid. „Je moet de mensen ook een beetje opvoeden”, lacht Ericht.