Eichmann wordt onbedoeld een soort Jiskefet

Foto Robert Benschop

Schrijver en regisseur Bo Tarenskeen wilde met Eichmann een opera maken over de vrije wil, maar het resultaat blijkt een onbedoelde mix tussen schooltoneel en Jiskefet.

Eichmann was in de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor de logistiek van de deportatie van Joden naar concentratiekampen. Hij haalde nooit een trekker over, maar was vanaf achter zijn bureau mede verantwoordelijk voor de Holocaust. In de jaren 60 werd hij terechtgesteld. Zelf beweerde hij enkel zijn werk te doen. Het uitgangspunt van de opera maakte al bezorgd: de voorstelling heeft geen plot, maar in plaats daarvan zeven archetypen, die volgens de toelichting ‘een perspectief belichamen dat mensen kunnen hebben op de schuldvraag rondom nazi Adolf Eichmann’.

Dus ziet men tussen zeven opgestelde bureaus een bepruikte cellist opkomen als verlichtingsfilosoof, die met opgeheven vinger verklaarde niet in hogere krachten te geloven maar wel in deeltjes. Een slagwerker met zwarte hoed (de calvinist) vond het leven een goddelijk bevel: je bent medeplichtig maar niet verantwoordelijk. De hippie-harpiste zong een wankel liedje met als refrein „Vrijheid is een auto.”

Ook een zwijgende, vioolspelende moslima en een aardebruine naakte golem maakten deel uit van het ensemble, al werd nooit helemaal duidelijk waarom. De grootste rol leek weggelegd voor de recidivist in trainingspak (Stijn Vervoort), die filosofeerde over wat voor bevalling een val uit het Paradijs is. Woordgrapjes bleken sowieso onweerstaanbaar.

De lach was niet meer te bedwingen toen alle archetypes begeleid door tamboerijn de tekst „We zijn de som der delen” aanhieven. Ook zong de geest van schrijver en filosoof Hannah Arendt (Ekaterina Levental) dat diep van binnen iedereen een volstrekt normaal mens is. Misschien is het beter om thuis Arendts filosofische bespiegelingen te lezen. Want om in het theater ethische vraagstukken tot leven te brengen heb je toch echt een plot nodig.