Een rondje Schiebroek

Tram 25 maakt zich op de Schieweg los van het verkeer en klimt als een stadse achtbaan langzaam omhoog, het viaduct op, over het razende verkeer van de snelweg. Maar de afdaling is zacht, geleidelijk, en zonder vlinders in je buik te krijgen komen we aan in Schiebroek.

De eindhalte is al in zicht, maar de tram rijdt eerst een rondje door de wijk en langs de singels. Alsof je door een dorpje rijdt, de huizen staan maar een paar meter van de rails. Bij de Peppelweg stapt een stel oudere dames in met boodschappentassen. Dan is de lus compleet en verandert de eindbestemming van de tram in Carnisselande. Ik vergeet haast uit te stappen, geconditioneerd als ik ben wacht ik op de vrouwelijke stem van de RET die zegt niet te vergeten mijn „persoonlijke eigendommen en afval mee te nemen”.

Halte Wilgenplaslaan. Op de hoek bij tuincentrum 'Schiebroek Plants' staan de kerstbomen op de stoep. Aan de overkant van de straat proppen twee vrouwen een net aangeschafte boom in de achterbak van hun auto. Tevreden slaan ze de klep dicht. Er is een Chinees afhaalrestaurant, een beautysalon, en een banketbakkerij met witte tafeltjes en stoeltjes voor de deur.

Binnen ruikt het zoals het bij een bakker hoort te ruiken. Een geur die supermarkten proberen te imiteren, maar waar ze nooit in slagen. Aan de muren prijkt theekopjesbehang. Op de muurplanken ligt vers brood. Overal waar je kijkt zorgvuldig verpakte koekjes en chocolaatjes.

De vriendelijke dame achter de toonbank vertelt dat ze al sinds 1961 bestaan. „Banketbakkerij Degenkamp is een familiebedrijf.” De komst van de Randstadrail is goed geweest voor de klandizie. Er zijn dit jaar 100 kilo pepernoten over de toonbank gegaan. Nu zijn de kerstkransjes en de tulbanden aan de beurt.

Buiten volg ik de tramrails naar de Peppelweg. Onderweg kom ik langs de Ereprijsstraat en de Vergeet-Mij-Nietstraat. Op een hoek staat een oliebollenkraam. Er zijn wat grote ketens, maar niet zoveel als je tegenkomt in een gemiddelde winkelstraat in Rotterdam. Er wordt beleefd geglimlacht, excuses gemaakt als iemand wil passeren. Het lukt me niet om de boekhandel voorbij te lopen, waar de rekken met kerstkaarten al zijn uitgestald.

Als ik op de terugweg voor de tweede keer langs de Vergeet-mij-nietstraat kom, besluit ik nog een keer langs de banketbakker te gaan. Voor mijn moeder.