Een pijnlijk precieze deconstructie van het rassenbesef

Toen de Franse president Nicolas Sarkozy in 2007 voor het eerst Afrika bezocht, hield hij in Senegal een toespraak die daar en elders op het continent nog altijd nadreunt. De tijd van ‘Françafrique’, het schimmige netwerk van corrupte relaties tussen Frankrijk en zijn oud-koloniën, was voorbij, zei hij overlopend van goede bedoelingen. Het werd tijd dat Afrika op eigen kracht ‘deel gaat uitmaken van de geschiedenis.’

Een van de scherpste kritieken kwam destijds van de in Frankrijk vaak aangehaalde Kameroense denker Achille Mbembe. Sarkozy baseerde zich volgens hem bijna letterlijk op het negentiende-eeuwse, eurocentrische Afrikabeeld van Hegel: de Afrikaan als natuurmens, waartoe de moderne wereld, laat staan enige Verlichting, niet is doorgedrongen.

Zijn nieuwste boek Kritiek van de zwarte rede (Critique de la raison nègre) begint Mbembe met de vaststelling dat juist Europa ‘niet langer het zwaartepunt van de wereld’ is, een venijnige repliek – al is die waarschijnlijk niet zo bedoeld: zijn boek is bepaald geen politiek schotschrift. De titel is in de eerste plaats een verwijzing naar Kant, wiens Kritiek van de zuivere rede uit 1781 de grenzen van de ratio opzoekt.

Lees ook ons interview met Achille Mbembe: 'Europa is moe en zelfvoldaan'

Mbembe zoekt lucide redenerend naar de grenzen van het begrip ‘ras’ en stelt voor het concept niet meer te gebruiken. Hij grijpt het nieuwe evenwicht in de wereld aan om met pijnlijke precisie het rassenbesef te deconstrueren. Het begrip ‘Neger’ – een woord dat hij consequent en met hoofdletter gebruikt (maar dat de Nederlandse titel niet heeft gehaald) – en ras zijn in de voorstellingswereld van de Europese samenleving ‘altijd één en hetzelfde geweest’, concludeert hij.

Drie ontwikkelingen zijn volgens hem van belang: de trans-Atlantische slavenhandel in de vijftiende en zestiende eeuw, waarbij mensen koopwaar werden: ‘gevangen in de kerker van hun uiterlijk […] behoorden ze voortaan toe aan anderen’, zonder naam, zonder familie of taal.

Daarna de kennismaking aan het eind van de achttiende eeuw van de ‘Neger’ met het schrijven, waarmee ze claimden volwaardige wezens te zijn, en die leidde tot de eerste slavenopstanden.

En ten slotte de economische globalisering, het kapitalisme op neoliberale leest dat aan alles marktwaarde toekent.

Die laatste fase leidt met ‘nieuwe imperialistische praktijken die elementen ontlenen aan de vang- en rooflogica van de slavenhandel en aan de koloniale bezettings- en exploitatielogica’ tot wat hij prikkelend de ‘vernegering’ van de wereld noemt. Voor het eerst in de geschiedenis van de mens verwijst de naam ‘Neger’ niet meer louter naar het lot van mensen van Afrikaanse origine in het vroege kapitalisme, schrijft hij, maar op alle ondergeschikte mensgroepen.

Het is ondoenlijk zijn weloverwogen en bij vlagen poëtische werk in kort bestek eer aan te doen. Op iedere pagina staan zinnen die je wil onderstrepen.

Hoewel Achille Mbembe evenveel vragen opwerpt als hij beantwoordt, is hij een stem die in het voortwoekerende debat over racisme en immigratie in dat wegkwijnende Europa node gehoord moet worden.