De schrijver streeft naar alchemie

vertelt in zijn werkkamer over zijn werkwijze en over zijn eerste historische roman.

Portretten van Tonio, de verongelukte zoon van A. F. Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, in de gang.

„Kijk, dit is echt een lekker scherp kappersschaartje. Daarmee knip ik alle artikelen over MH17 uit de krant.” Schrijver A.F.Th. van der Heijden (64) loopt rond in zijn werkkamer op de vierde verdieping van zijn huis in Amsterdam-Zuid.

Hij wijst op een enorme stapel mappen en documenten waarin hij alle informatie over de vliegramp in Oekraïne heeft verzameld. Even verderop in de werkkamer staan acht ordners keurig op een rijtje. Op de rug staat MX17 genoteerd – de fictieve naam van de Boeing in President Tsaar op Obama Beach, een roman in wording. „Ik mag het niet zeggen van mijn vrouw, maar als mij iets zou overkomen, dan is hier wel al een roman uit te halen.”

Aanleiding voor het bezoek aan Van der Heijden is De ochtendgave, zijn eerste historische roman die vrijdagmiddag wordt gepresenteerd in het stadhuis in Nijmegen. De opdracht voor het boek, dat zich afspeelt rondom de Vrede van Nijmegen in 1678, kreeg de schrijver al in september 2008 van de stad. „Het moest een novelle worden van zo’n 120 pagina’s”, vertelt Van der Heijden. „Het plan was dat het in 2009 zou uitkomen tijdens de officiële 330-jarige herdenking van de Vrede van Nijmegen. Maar gedurende het schrijven groeide mijn ambitie. Ik raakte zo geïnteresseerd in de Gouden Eeuw, dat ik het boek steeds verder begon uit te breiden.”

De beoogde publicatiedatum werd niet gehaald maar in 2010 werkte de schrijver hard aan zowel de uitgebreide versie over Nijmegen als aan Kwaadschiks, de roman die deel uitmaakt van zijn romancyclus De tandeloze tijd. „En toen verongelukte Tonio op 23 mei 2010.”

Zijn 21-jarige zoon overleed nadat hij in de vroege ochtend, na het uitgaan, was aangereden. „Ineens had ik een ander boek te schrijven. Dat was een vruchtbare periode, maar ik was rusteloos. Ik kon slechts af en toe werken.”

Tonio als verteller in Oekraïne

Hij loopt naar de rij orders over MX17 en vertelt hoe hij twee weken na de vliegramp aan President Tsaar op Obama Beach begon. „Ik dacht: ik werk tot het af is. Ik wilde het boek laten eindigen in een rechtszaak. Daarvoor had ik het Internationaal Strafhof in Den Haag op het oog, maar ik had meer informatie nodig. Om precies te weten wat er is gebeurd, begon ik feiten te verzamelen. Ik knipte alles uit de kranten, maar dit voorjaar liep ik wel tegen een probleem aan. Het rapport over MH17 kwam pas dit jaar in oktober uit. Dat moest ik toch afwachten voordat ik verder kon.”

Voor de roman was hij ook op zoek naar een factor ‘waardoor een zekere alchemie ontstaat’. „Ik bedoel iets magisch waardoor het verhaal op een hoger plan wordt getild. Dat kwam: in de week dat het toestel neerstortte, lag Natan, mijn schoonvader, ineens op zijn sterfbed. Hij is geboren in Oekraïne. Ik had al bedacht dat de verteller van dit boek Tonio zou worden, nu heb ik hem de naam Natan gegeven.”

Dat Tonio het verhaal over MX17 vertelt, heeft te maken met zijn liefde voor de fotografie. „Toen hij nog leefde, was hij daar druk mee bezig”, vertelt Van der Heijden, terwijl zijn vrouw, de schrijfster Mirjam Rotenstreich, de werkkamer binnenkomt. „Ik stelde me voor dat hij in 2014 als oorlogsfotograaf naar de ramp in Oekraïne zou zijn afgereisd om daar de lichamen van zijn omgekomen ouders te zoeken. Wil een roman interessant worden, dan moet groot drama worden ingebed in een persoonlijk drama.”

Samen lopen Van der Heijden en Rotenstreich de trap af naar de tweede verdieping waar jeugdfoto’s van Tonio, uit verschillende periodes in zijn leven, aan de muren hangen.

Een kleine, intens stralende jongen lacht op zwart-witfoto’s zijn tanden bloot. Op latere kleurenfoto’s staat hij onder meer op het boekenbal met zijn beide ouders. „Ik heb tijdens het schrijven van Tonio vaak gedacht, hier blijft het bij”, vertelt Van der Heijden. „Maar sinds dat boek ben ik eigenlijk fulltime aan het werk gegaan. Ik ben gaan schrijven op de manier zoals me altijd al voor ogen stond. Voorheen wilde ik aan het leven deelnemen, dan ging ik, na een werkdag, rond een uur of vijf naar café De Zwart of Welling. Daar moet ik nu niet meer aan denken.”

Soms een bevrijdende huilbui

Dat oude leven mist hij nauwelijks. „Mirjam en ik doen het hoogst noodzakelijke buiten de deur, we zijn veel thuis. Ik denk dat het zo blijft. Dat betekent niet dat ik me voor honderd procent afsluit van de wereld, maar wel voor een deel.”

Vaak drinken ze samen op vrijdag of zaterdag aan het eind van de dag een glas op de bank in de woonkamer. „Dan roepen we vanzelf Tonio op, beginnen over hem te praten. We halen herinneringen op, vertellen elkaar anekdotes. Soms zit daar een bevrijdende huilbui bij. Dit is mijn leven geworden. Je krijgt een andere kijk op de invulling ervan. Wat ik heb opgezet, wil ik afmaken. Daar voel ik me goed bij.”