CPB: groei lager door minder gaswinning

De Nederlandse economie groeit gezond door, maar niet zo hard als eerder gedacht.

In navolging van De Nederlandsche Bank (DNB) heeft het Centraal Planbureau (CPB) vrijdag zijn prognose voor de economische groei in 2016 neerwaarts bijgesteld. Beide instellingen noemen twee hoofdredenen voor hun getemperde optimisme: de wereldhandel valt tegen en de verlaging van de gasproductie in Groningen is kostbaar.

 

In zijn decemberraming voorspelt het CPB volgend jaar 2,1 procent groei van het bruto binnenlands product (bbp). Op Prinsjesdag ging het CPB nog uit van 2,4 procent. De Nederlandsche Bank verlaagde maandag haar raming van 1,8 naar 1,7 procent.

Tussen de ramingen van CPB en DNB, de twee belangrijkste instituten die economische prognoses doen, zit dus nog een flink verschil, van 0,4 procentpunt. Dit is niet ongebruikelijk. De ramingen zijn gebaseerd op verschillende modellen en ze zijn omgeven door onzekerheid. Voor dit jaar verschillen de prognoses nauwelijks: DNB voorspelt 1,9 procent groei, het CPB 2 procent.

Daarmee blijft de economie gezond groeien. In 2013 verkeerde Nederland nog in recessie. „Het gaat de goede kant op, daar moeten we blij mee zijn”, zei minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) naar aanleiding van de CPB-raming. „Maar we houden het niet vanzelf vast.”

De lagere gasproductie remt de groei. De Raad van State oordeelde in november dat in Groningen hooguit 27 miljard kuub aardgas mag worden gewonnen, terwijl het kabinet eerder uitging van 33 miljard kuub. Dit kost Nederland 0,2 procentpunt aan bbp-groei, denkt het CPB.

De lagere gaswinning en de slechtere exportomstandigheden worden deels gecompenseerd door binnenlandse vraag. Hogere inkomens en lagere lasten jagen de consumptie aan. In de cao’s stijgen de lonen weer, terwijl de inflatie zeer laag blijft. Daar komt de lastenverlichting van het kabinet van 5 miljard euro bovenop.

Het begrotingstekort daalt, maar door de lagere gaswinning en de lastenverlichting gaat dit trager. Volgend jaar is het tekort niet 1,4 procent (zoals eerder geraamd) maar 1,8 procent van het bbp, voorspelt het CPB. DNB gaat uit van 2,2 procent.

Dat is nog altijd ruim beneden de EU-norm van 3 procent. Maar problematisch is dat ook het structurele overheidstekort (waarin de invloed van de conjunctuur niet is meegenomen) oploopt, van iets meer dan 1 procent dit jaar naar circa 2 procent in 2016. In de EU is afgesproken dat lidstaten juist streven naar een structureel tekort van 0,5 procent of minder.