Van miljonair in San Francisco tot natuurbeschermer in Chili

Foto AFP

Dat een succesvol bedrijf opzetten en veel geld verdienen niet altijd gelukkig maakt, weet Douglas Tompkins. Het leven van de op dinsdag overleden oprichter van kledingmerken The North Face en Esprit vertelt een klassiek Amerikaans verhaal: hoe een succesvol miljonair in San Francisco natuurbeschermer in Chili en Argentinië werd.

De 72-jarige Tompkins overleed na een ongeval met zijn kajak op het grote General Carerra-meer, op de grens met Chili en Argentinië. Al jaren woonde de Amerikaanse filantroop met zijn vrouw in de uitgestrekte natuur van Patagonië. Wat is er van de bijzondere levensloop van Tompkins te leren?

Begin jong

In de jaren zestig richt Tompkins, dan al een bedreven buitensporter, samen met een vriend buitensportmerk The North Face op. De eerste winkel opent in 1966 in San Francisco. The Grateful Dead speelt bij de opening en er hangt een poster van Bob Dylan in de etalage, zo wil de overlevering. Twee jaar later verkoopt hij het bedrijf - tegenwoordig is The North Face eigendom van kledingfabrikant VF Corporation, ook producent van spijkerbroekmerken Lee en Wrangler.

Foto Reuters

Foto Reuters

Samen met zijn eerste vrouw Susie Tompkins-Buell begint Tompkins vervolgens kledingmerk Esprit. Eind jaren tachtig besluit hij ook zijn aandelen in dat bedrijf te verkopen. Het levert hem naar schatting 125 miljoen dollar op.

Durf het daarna helemaal anders te doen

Met dat fortuin vertrekt hij naar Chili. Want het moet helemaal anders. Samen met zijn tweede vrouw Kris, jarenlang bestuursvoorzitter van buitensportmerk Patagonia, begint hij met het opkopen van land. Hun doel? Natuurparken creëren, en als dat is gebeurd het eigendom van de grond overdragen aan de Chileense dan wel Argentijnse overheid.

Want, zo zegt Tompkins in meerdere interviews, hij is klaar met “selling stuff that nobody needs”. Hij wil bijdragen aan een duurzamere wereld, geïnspireerd door de deep ecology van de Noorse filosoof Arne Naess. Via hun stichtingen koopt het stel zo’n 800.000 hectare aan grond; Tompkins beweegt zich over de enorme gebieden met zijn rood-witte vliegtuigje.

In de gebieden die ze kopen proberen Tompkins en zijn vrouw het landschap terug te brengen naar de ‘oorspronkelijke’ staat. In de Chacabuco Vallei verkopen ze bijvoorbeeld al het vee, 30.000 schapen en 3.800 koeien, en halen ze invasieve exoten - planten die er niet thuis horen - uit de grond, schrijft The Atlantic.

Foto http://www.proyectoibera.org/

Foto http://www.proyectoibera.org/

Laat je niet uit het veld slaan door kritiek

Dat wordt ze niet door iedereen in dank afgenomen. Lang wordt er gespeculeerd over de ‘echte’ plannen van Tompkins door de lokale bevolking - hij zou er een Joodse staat willen stichten, nucleair afval willen dumpen, of de watervoorraden verkopen. Inmiddels is er een lokale actiegroep die zich verzet tegen het werk van Tompkins: ze willen het vee terug, verbieden dat buitenlanders nog land kunnen kopen.

Maar Tompkins lijkt in interviews nooit echt van de kritiek onder de indruk. Tegen de New York Times zei hij:

“If you’re not willing to take the political heat, then you shouldn’t get into the game of land conservation, especially on a large scale.”