Van der Steur krijgt flink pak huiswerk

Minister Van der Steur neemt de aanbevelingen over. Dat betekent dat er – wéér – veel anders moet bij het ministerie en het OM.

De commissie-Oosting heeft zowel het Openbaar Ministerie als het ministerie van Veiligheid en Justitie een flink pak huiswerk meegegeven. Verantwoordelijk minister Ard van der Steur zei gisteren kort na de presentatie van het rapport dat hij de aanbevelingen overneemt.

Zo stelt de commissie voor om bij publiciteitsgevoelige incidenten eerder te kiezen voor een externe en onafhankelijke onderzoeker. Door de komst van zo’n buitenstaander, schrijft Van der Steur aan de Tweede Kamer, worden „rustmomenten” gecreëerd, „ten behoeve van de voorbereiding van een adequate reactie”.

Pikant is dat zijn voorganger Opstelten het advies van zijn ambtenaren afsloeg om vorig jaar het onderzoek door een buitenstaander te laten verrichten. Om te bezien hoe hoog het bedrag voor Cees H. nu echt was geweest, werd de bewindsman door zijn ambtenaren geadviseerd om Kees Vendrik, lid van de Algemene Rekenkamer, in te schakelen. Opstelten wilde klaarblijkelijk geen buitenstaander en belastte Henk van Brummen, voormalig OM-topman, met het onderzoek. Diezelfde minister verbood Van Brummen vervolgens om met staatssecretaris Fred Teeven, de geestelijk vader van de deal, over de hoogte van het bedrag te spreken. Het gevolg was een „onvoldoende grondig” onderzoek, aldus de commissie.

Schikkingen openbaar maken

Ook rond het sluiten van schikkingen met criminelen komt de commissie met aanbevelingen, die zijn specifiek voor het Openbaar Ministerie bedoeld. Zo moet duidelijker vastgelegd worden wanneer een officier van justitie een deal mag sluiten en wanneer die deal aan een hoofdofficier, het college van procureurs-generaal of zelfs aan de minister moet worden voorgelegd.

Na het interne besluit moet volgens de commissie ook aan de buitenwereld verantwoording worden afgelegd. Alle overeenkomsten zouden „in geanonimiseerde vorm” openbaar gemaakt moeten worden. Zo’n externe verantwoording zou een disciplinerende werking hebben. Volgens Van der Steur gaat het OM bekijken „hoe nog meer openheid kan worden gegeven”. Ook wordt bekeken of in de toekomst schikkingen altijd eerst door een rechter moeten worden getoetst.

Van der Steur gaat de organisatie van het OM aanpassen naar aanleiding van de bevindingen van de commissie. Zo komt er een procureur-generaal met een bedrijfsmatige achtergrond. Daarnaast komt er een lid van het College van PG’s die zich vooral gaat bezighouden met het „herontwerpen en inrichten” van de interne organisatie.

Schikkingen met verdachten mogen sowieso niet tot gratie leiden, vindt de commissie. Van „een uitruil tussen vrijheidsbeneming en voordeelsontneming” mag geen sprake zijn. Volgens de minister gebeurt dit in de praktijk al niet meer.

Justitie mist politieke sensitiviteit

De commissie wijst bij haar aanbevelingen op het belang van voldoende „politieke sensitiviteit” bij het ministerie, maar met name bij de onderdelen die meer op afstand van het departement staan, zoals het OM. Maar tot een concreet advies hierover komt zij niet. De aanbeveling om „in alle lagen van de organisatie de politieke sensitiviteit” te verhogen, werd toch maar niet gedaan. Dat zou te veel een open deur zijn.