Textielmagnaat Tompkins werd de Bill Gates van natuurbehoud

Douglas Tompkins (1943-2015)

Oprichter van outdoor-merk The North Face gebruikte al zijn miljoenen voor natuurbehoud in Patagonië.

Foto Daniel Garcia / AFP

Een ijskoude golf deed dinsdagochtend op het Generaal Carrerameer in Chili de kajak omslaan van Douglas Tompkins, medeoprichter van outdoor-merk The North Face en kledingmerk Esprit. Het duurde een tijd voordat Tompkins (72) uit het water kon worden gehaald. Hij overleed een paar uur later in een ziekenhuis in Coyhaique, Chili, aan onderkoeling. Zijn metgezellen bleven ongedeerd.

Tompkins was een Amerikaanse textielmagnaat die eco-filantroop werd. Als de Bill Gates van het natuurbehoud benutte hij zijn fortuin om bijna 900.000 hectare land in Argentinië en Chili aan te kopen en er gigantische natuurparken te stichten. Het grootste en bekendste is het Pumalín Park, 290.000 hectare regenwoud in de provincie Palena in Chili. „Hij vloog zelf vliegtuigen, hij beklom bergen overal ter wereld”, zei een van zijn twee dochters tegen The New York Times. „Dat hij nu zijn leven in een meer verliest, dat de natuur hem zo ongeveer verzwolgen heeft, is schokkend.”

Samen met zijn tweede vrouw, Kris McDivitt, die leiding gaf aan buitensportmerk Patagonia, verwezenlijkte hij zeven reservaten. Daarbij kwam hij regelmatig in aanvaring met projectontwikkelaars en overheden, die grote infrastructurele projecten geblokkeerd zagen door de excentrieke grootgrondbezitter. Soms brachten Tompkins en zijn vrouw protesten tot zwijgen door tot natuurreservaat getransformeerd land terug te schenken aan de regering.

Tompkins (1943) was een jongen die van zijn grootste liefhebberij zijn werk had gemaakt. Hij maakte de middelbare school niet af en zag nooit een universiteit van binnen. Hij werkte alleen om vervolgens te kunnen skiën of klimmen. Met Yvon Chouinard, oprichter van buitensportmerk Patagonia, reed hij in 1968 van Californië naar de punt van Latijns-Amerika. Doel van de reis: zo veel mogelijk surfen en klimmen.

Tijdens een van zijn periodes in geldnood begon hij een winkeltje in klimuitrustingen in San Francisco. Speciale outdoor-spullen waren er toen nauwelijks; klimmers gingen met legerspullen de bergen in. Tompkins en zijn zakenpartner noemden hun winkel naar de moeilijkst beklimbare kant van een berg: de noordzij.

De rusteloze Tompkins stapte na twee jaar uit The North Face (nu onderdeel van het V.F kledingconglomeraat, waartoe ook Lee, Timberland en Vans behoren en dat in 2014 een omzet van ruim 12 miljard dollar had). Met zijn vrouw richtte hij kledingmerk Esprit op (nu een in Hongkong gevestigde holding met een omzet van 19 miljard dollar).

Maar naarmate Tompkins zich meer verdiepte in het werk van natuurbeschermers, voelde hij zich ongemakkelijker in het zakenleven. In 1989 besloot hij, zoals hij zei, „te stoppen met de verkoop van dingen die mensen niet nodig hebben”.

Hij scheidde, verkocht zijn belang in Esprit voor naar schatting 150 miljoen dollar en verhuisde naar Chili, waar hij en zijn tweede vrouw begonnen aan de uitbouw van hun imperium van natuurparken en stichtingen voor milieuactivisme. Het ging hen niet alleen om de aankopen van land, maar ook om wat de Noorse filosoof Arne Naess, wiens verzameld werk Tompkins uitgaf, „diepe ecologie” noemde: verzet tegen de oorzaken van natuurvernietiging, economische ontwikkeling voorop.

Overheden en lokale bevolkingen zagen het belang hiervan niet altijd. In Tompkins’ omgeving waren er Chilenen die weinig begrip hadden voor het feit dat er onder de nieuwe landeigenaar geen plek was voor hun koeien, schapen of zalmkwekerijen. Tompkins bleef uitleggen dat natuurbehoud in ieders belang is. „We hebben geen keus. We kunnen anders onze mooie planeet wel vaarwel kussen”, schreef hij op zijn website.