Tapper werd vioolbouwer

Andere namen en beroepen, maar dat Publieke werken op feiten is gebaseerd, kan je zien op de Prins Hendrikkade.

Het Victoria Hotel in de film Publieke werken, met links het Damrak: ook in werkelijkheid werd het negentiende-eeuwse hotel om twee zeventiende-eeuwse huisjes heengebouwd.

Het waarheidsgehalte van Publieke werken is makkelijk te controleren. Stap het Centraal Station van Amsterdam uit en werp een blik op het Victoria Hotel aan de overkant. Daar deinst de negentiende-eeuwse gevel aan de Prins Hendrikkade even terug om uit te wijken voor twee zeventiende-eeuwse pandjes – het ene bijna vierkant, het andere drie smalle verdiepinkjes hoog. Het hotel is eromheen gebouwd. De strijd om deze huisjes, die de roman van Thomas Rosenboom en nu ook de film in actie zet, heeft zich ook in werkelijkheid afgespeeld. De hap die uit de hotelwand is genomen om de oude perceeltjes overeind te houden, levert het bewijs: dit is echt gebeurd.

In de jaren tachtig van de negentiende eeuw probeerden de oprichters van het Victoria Hotel alle oude perceeltjes op de hoek van Damrak en Prins Hendrikkade op te kopen, zodat ze konden worden gesloopt. Alleen bij de huisnummers 46 en 47 lukte dat niet. De eigenaren, tapper Johannes Verburgt en kleermaker Pieter Carstens, namen geen genoegen met de ruim 20.000 gulden die het hotel wilde betalen. Ze eisten 50.000. Waarna beide partijen de hakken in het zand zetten. Verburgt en Carstens meenden sterk te staan. Zonder hun huisjes zou de bouw niet verder kunnen, dachten ze. Maar na een paar jaar vruchteloos loven en bieden besloot het hotel van de aankoop af te zien. Dan maar geen rechte gevel, dan maar om de pandjes heen.

Alles klopt. Rosenboom veranderde alleen de tapper Verburgt in de (fictieve) vioolbouwer Walter Vedder. Maar belangrijker is dat hij hun ook een motief gaf. In de vele krantenberichten uit die tijd staat geen letter over de reden voor hun halsstarrigheid. Rosenboom verzon een reden waarom ze zo veel geld eisten. In feite hadden ze het bij voorbaat al uitgegeven, ze moesten alleen nog incasseren.

Maar de authentieke uitkomst is onveranderd. Toen het Victoria Hotel in 1890 werd geopend, schreef het Nieuws van den Dag: „Aan de zijde van de Prins Hendrikkade omklemt het hotel nog twee kleine weerspannigen bij de bouw: een tapperijtje en een kleermakerswinkeltje, waarvan de eigenaren zich zelfs voor 46.000 gulden in de veiling niet wilden laten vinden. De tegenstelling verhoogt thans misschien te meer de aandacht.”

Later werden de nummers 46 en 47 opgekocht door de concurrerende tapper Johannes van den Ende. Diens nazaten zijn tot op de dag van vandaag de eigenaren. Sinds jaar en dag verhuren ze de pandjes aan Anton Molenaar, die er met zijn souvenirwinkel Victoria Gifts goede zaken doet. Hij is niet van plan daar spoedig mee te stoppen. „Het Victoria Hotel heeft geen interesse meer in overname”, zegt hij. „En het is trouwens beschermd stadsgezicht.”