Postma’s feestconcert na jazzprijs

Na de uitreiking van de Boy Edgar Prijs klonk spetterende jazz van winnares Tineke Postma met een reeks musici.

Boy Edgar Prijs winnares jazzsaxofoniste Tineke Postma speelt in BIMhuis. Foto Andreas Terlaak

De groei die jazzsaxofoniste Tineke Postma heeft doorgemaakt is bewonderenswaardig. In korte tijd wist de 36-jarige Friezin niet alleen de top van de Nederlandse, maar ook van de internationale jazz te bereiken. Terecht zag de jury van de Buma Boy Edgar Prijs Postma’s combinatie van kosmopolitisme en Hollandse nuchterheid. „Hoe een in principe bescheiden Friese musicus carrière in de Verenigde Staten maakte met haar eigen Amerikaanse band en samenwerkte met niet de minsten”, meldt de jury. De prijs is een aanmoediging voor „een uitstekend bandleider, een ontvankelijke en derhalve natuurlijke autoriteit”.

Woensdagavond, bij de uitreiking van de voorname jazzprijs in het BIMhuis, Amsterdam toonde Postma zich een innemende en dankbare winnares die een speciaal muziekprogramma bracht met mensen „van wie ik houd”. De prijs, zei ze, was een eer waar ze nog niet op had durven hopen. Ze wil het „waarmaken”, en ze voelt een verplichting „de muziek naar een groot publiek te brengen”.

Speciaal ingevlogen voor het uitreiken van de prijs (een beeld van Jan Wolkers en 12.500 euro) was de Amerikaanse drumster Terri Lyne Carrington, Postma’s ‘kameraad in jazz’. Die memoreerde hoe Postma destijds uitblonk in het Sisters in Jazz-project dat ze coachte. Op Carringtons tournee, een line-up van vier sterke vrouwen met pianiste Geri Allen en bassiste Esperanza Spalding, zag ze pas echt wat Postma waard is. „En ik realiseerde me hoe de man-vrouwverhoudingen in de jazzwereld zijn veranderd. Ook Tineke weet mannelijke collega’s van het podium weg te spelen.”

Postma liet eerst haar eigen kwartet, dat bijna tien jaar bestaat, horen. Daarin beweegt onder meer Postma’s geliefde pianist Marc van Roon, steeds vrijer ‘voorbij de liedjes’.

Ingetogen en diepgevoelde jazz klonk. Te kort om in dit volle programma echt van de grond te komen, maar het liefdeslied Cancon d’Amor van Heitor Villa-Lobos was meevoerend.

In een duo met pianist Jasper van ’t Hof toonde Postma meer experiment. Contrasten kunnen hem niet groot genoeg zijn, zijn improvisaties op synthesizer en vleugel zijn fascinerend. Met puntig funky blokakkoorden wakkerde Van ’t Hof iets aan bij de saxofoniste, wier soms wat celebrale spel vuriger werd.

Een andere inspirator is saxofonist Greg Osby. Met hem als sparringpartner was hun internationale band Sonic Halo een gloedvol klapstuk van deze feestavond. In vooral Osby’s composities nam Postma de regie. Osby’s abstracte spel is in deze band losser en soepeler. Heel verrijkend was de fuzzy bluessound die gitarist Reinier Baas toevoegde.