Opera ‘Eichmann’ komt niet tot leven

Een onbedoelde mix tussen schooltoneel en Jiskefet: musiceren en filosoferen in Eichman, een opera over de vrije wil. Foto Robert Benschop

Schrijver en regisseur Bo Tarenskeen wilde met Eichmann een opera maken over de vrije wil, maar het eindresultaat blijkt een onbedoelde mix tussen schooltoneel en Jiskefet. Het uitgangspunt maakte al bezorgd: de voorstelling heeft geen plot maar in plaats daarvan zeven archetypen, die volgens de toelichting ‘een perspectief belichamen dat mensen kunnen hebben op de schuldvraag rondom nazi Adolf Eichmann.’

Dus zag men bij de première gisteravond in Muziekgebouw aan ’t IJ tussen zeven opgestelde bureaus een bepruikte cellist opkomen als verlichtingsfilosoof, die met opgeheven vinger verklaarde niet in hogere krachten te geloven maar wel in deeltjes. Een slagwerker met zwarte hoed (de calvinist) vond het leven een goddelijk bevel: je bent medeplichtig maar niet verantwoordelijk. De hippie-harpiste zong een wankel liedje met als refrein „Vrijheid is een auto”.

Ook een zwijgende, vioolspelende moslima en een aardebruine naakte golem maakten deel uit van het ensemble, al werd nooit helemaal duidelijk waarom. De grootste rol leek weggelegd voor de recidivist in trainingspak (Stijn Vervoort), die filosofeerde over wat voor bevalling een val uit het Paradijs is. Woordgrapjes bleken sowieso onweerstaanbaar. Zelf denken is zelfbedrog, want het brein is de vrije wil steeds 0,09 seconden voor: ‘Ons denken is ná denken’, aldus de verlichtingsfilosoof.

Componiste Maria Alejandra Castro Espejo moest deze statische monologen met muziek verbinden, wat bij een totaal gebrek aan drama nog best lastig bleek. Vaak klonk een zoekend ostinato-patroon dat heroïsch kon opwellen op het moment dat de filosoof zijn eigen culturele superioriteit prees, dan wel grimmig hamerde bij het eindeloos herhaalde bevel „Je volgt!” van de calvinist. De tussenliggende contemplerende stiltes waren tergend.

De lach was niet meer te bedwingen toen alle archetypes begeleid door tamboerijn de tekst „We zijn de som der delen” aanhieven. Ook zong de geest van Hannah Arendt (Ekaterina Levental) dat diep van binnen iedereen een volstrekt normaal mens is. Ze was nauwelijks verstaanbaar. Misschien ook beter om thuis Arendts filosofische bespiegelingen te lezen. Want om in het theater ethische vraagstukken tot leven te brengen heb je toch echt een plot nodig.