Lesjes in sarren, dromen, falen

Kinderen bevolken de Charlie Brown-strips van Charles M. Schulz, basis voor de nieuwe film. Maar een onbezorgde wereld is dat zeker niet.

Zeker, het hondje Snoopy kan uitzinnig van blijdschap dansen. En het grote ronde hoofd van Charlie Brown lijkt als geen ander stripfiguur op een smiley, hét symbool van een vrolijke lach.

Maar dat is schijn. Peanuts, de strip over het Amerikaanse ventje Charlie Brown, zijn vriendjes en hond Snoopy, die Charles M. Schulz tussen 1950 en zijn dood in 2000 vrijwel dagelijks tekende voor zo’n 2.600 kranten in 75 landen, was verre van een vrolijke strip. Bitterzoet is nog een milde karakterisering van Schulz’ creatie, die nu, bijna zestien jaar na zijn dood, nog steeds populair is. En de basis vormt voor een nieuwe animatiefilm, die weer een nieuwe stroom heruitgaven voortbrengt.

Charlie Brown werd in bijna iedere dagstrip gepest, uitgelachen en belachelijk gemaakt. Door zijn vriendjes en vriendinnetjes. „Ha Charlie Brown”, roept Lucy als hij langsloopt in een strip: „Is dat je hoofd, of verberg je dat achter een ballon? HAHAHAHA.” Somber komt Charlie thuis, zet de radio aan en hoort: „Wat is er in deze wereld heerlijker dan de vrolijke lach van kleine kinderen?” Op het laatste plaatje zien we Charlie Brown de radio wegschoppen.

Schamper tranendal

De wereld van kleine kinderen – steevast zonder volwassenen – is in deze strip bepaald geen vriendelijke, zorgeloze wereld. Peanuts is een universum vol angsten, depressies, eenzaamheid, vernederingen en gefnuikte ambities, opgediend in een sausje van mild sarcasme. En desondanks blijft onze jonge held Charlie Brown altijd maar dromen en doorgaan. Zo wil hij graag uitblinken in sport, honkbal en American football. Elke keer is Lucy bereid de voetbal voor hem vast te houden als hij hem weg wil schoppen. En elke keer haalt ze de bal op het laatste moment weg, zodat Charlie de bal mist. Of neem het meisje van Charlie Browns dromen, het roodharige meisje. Hij durft haar niet aan te spreken: nooit wordt de liefde beantwoord. We krijgen haar in de circa 18.000 strips die Schulz tekende zelfs nooit te zien.

Schulz maakt van dit schampere tranendal toch iets vrolijks, en daarin schuilt zijn genie. De kinderen die de strip bevolken zijn in opbeurende, rake pennenstreken getekend. De dieren die hij tekende zijn nog schattiger: het hondje Snoopy en diens vriend, het vogeltje Woodstock, zijn een eigen leven begonnen op nog altijd populaire T-shirts, mokken en andere merchandising. De mild sarcastische humor waarmee Schulz zijn personages hun avonturen liet beleven droeg ook bij tot het succes, bij kinderen en volwassenen. Schulz: „Sarcasme is een slechte eigenschap. Maar het is goed voor de creativiteit.”

De Peanuts-personages zijn archetypes. Zo is Charlie Brown de eeuwige verliezer, Lucy de scherpe criticaster, Schroeder, die Beethoven op zijn speelgoedpianootje speelt, de artistiekeling. Linus, die duimt, een neuroticus. Snoopy de romanticus. De Peanuts-kinderen „spreken ons aan omdat ze monsters zijn”, schreef de Italiaanse schrijver Umberto Eco in een essay: „Ze zijn de spiegel van onze moderne neuroses.”

Losers beginnen vroeg

Schulz heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat de wereld van Charlie Brown op zijn eigen jeugdervaringen was gebaseerd. Hij werd in 1922 in St. Paul, Minneapolis geboren. Zijn schooltijd, met name op St. Paul’s Central High School, vond hij een ramp, vertelde hij in een interview in The Comics Journal in 1997. Hij was mager, had flaporen. Hij hield van sport, maar omdat hij niet groot en sterk was, negeerden de gymleraren hem. Hij voelde zich buitengesloten, onzeker; een meisje aanspreken durfde hij niet. Tekenen en lezen, dingen die je alleen kunt doen, deed hij graag. Hij ging tekencursussen volgen. Zo begon hij als cartoonist en kreeg met vallen en opstaan werk. Toen hij in 1950 een contract kreeg voor een krantenstrip over kinderen, Li’l Folks, waaruit Peanuts ontstond, veranderde zijn leven. „Ik keerde vol hoop terug in Minneapolis en vroeg een zeker meisje [van mijn dromen] ten huwelijk. Toen ze me afwees en een ander trouwde, was er geen twijfel over dat Charlie Brown op komst was. Losers beginnen vroeg.”