Klimaat: liever kennis dan geld delen

Nu het eindspel in Parijs nadert, neemt de tegenstelling tussen geld en goede bedoelingen weer toe. Maar Frankrijk lijkt een tactisch plan te hebben. 

Een kolencentrale in Delhi. Opkomende economieën, zoals India, verschuilen zich als het uitkomt achter de term ‘ontwikkelingsland’. Foto Kuni Takahashi/Bloomberg

De zenuwen nemen snel toe, op Le Bourget, het Parijse vliegveld waar de klimaattop zijn laatste fase is ingegaan. Woensdagmiddag presenteerde conferentievoorzitter Laurent Fabius, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, een nieuw concept van het akkoord waarover tot dit weekeinde wordt onderhandeld. 

Terwijl bij rijke landen voorzichtig optimisme klonk, reageerden arme landen terughoudend. Over alle voor ontwikkelingslanden belangrijke onderwerpen moet nog een besluit worden genomen.

De VS doen er alles aan om een van die onderwerpen te neutraliseren. ‘Loss and damage’, verlies en schade, riekt te veel naar rechters, naar schuld en dus schadevergoeding. Als er al iets over dit onderwerp in het akkoord zou moeten komen, hoort het volgens de VS thuis bij het thema ‘adaptatie’, aanpassing. In ieder geval zou elke juridische verantwoordelijkheid expliciet moeten worden uitgesloten.

Julie-Anne Richards van het Climate Justice Programme zei woensdag, nog voordat het huidige concept werd gepubliceerd, dat de VS een spookbeeld creëren. Geen van de ontwikkelingslanden spreekt over juridische verantwoordelijkheid. En ‘loss and damage’ gaat volgens Richards niet over aanpassing, juist niet. Het gaat over de gevolgen van klimaatverandering waaraan mensen zich niet langer kúnnen aanpassen. „Het gaat over verlies van cultuur en, in het geval van kleine eilandstaatjes in de Stille Oceaan, ook over het verlies van soevereiniteit. We moeten nadenken hoe we daarmee omgaan.”

Dat is precies wat Farah Kabir van ActionAid in Bangladesh zich een paar dagen geleden ook afvroeg. „Hoe compenseer je een gemeenschap voor het wegspoelen van hun begraafplaats? Het verlies van hun cultuur? Zij kunnen hun religieuze rituelen niet meer praktiseren.” Dat heeft niets met geld te maken, maar met manieren om het leed te verzachten.

Kleine eilandstaatjes

Dat geldt ook voor mensen in gebieden die door de opwarming onleefbaar dreigen te worden. Nieuw-Zeeland neemt de laatste jaren mensen op uit kleine eilandstaatjes. Nu gebeurt dat, zegt Richards van Climate Justice, nog niet vanwege klimaatverandering. „Maar je zult wel al moeten nadenken hoe je mensen gaat opvangen als het zover is.”

‘Loss and damage’ gaat, net als andere gevoelige thema’s op de klimaattop, over het verschil tussen arme en rijke landen. De overdracht van technologie is ook zo’n gevoelig onderwerp. Volgens Heleen de Coninck van de Radboud Universiteit in Nijmegen, die onderzoek doet naar dit thema, zijn de geïndustrialiseerde landen nauwelijks bereid hun kennis te delen. Ze willen best investeren in arme landen, maar samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, laat staan het delen van dure patenten, komt amper van de grond.

„Rijke landen zouden hun verlies moeten nemen”, zegt De Coninck. „Ze zouden moeten erkennen dat hun monopolie op technologische kennis over klimaatverandering niet vol te houden is als je het probleem serieus wilt aanpakken.” Alleen dan kan technologie een belangrijk element zijn in de strijd tegen klimaatverandering.

Technologische kennis moet vaak aan lokale omstandigheden worden aangepast om goed te werken. Die kennis kan het beste in de landen zelf worden ontwikkeld. Maar zij hebben volgens De Coninck een achterstand die ze zelf niet kunnen inhalen. „Ik sprak met iemand van [oliebedrijf] Chevron in Indonesië, toch niet een van de minst ontwikkelde landen. Het bedrijf heeft een school gebouwd omdat het niet de mensen kon vinden met voldoende kennis.”

Als het Westen zijn kennis niet wil delen, kan een land als Indonesië geen duurzame economie opbouwen, zegt De Coninck. „Zo blijft het land afhankelijk van landbouw, mijnbouw en bosbouw. En zo zal het voorlopig de grootste exporteur van steenkool blijven.”

Terwijl de onderhandelingen over dit soort taaie kwesties moeizaam verlopen, zijn er wel steeds meer rijke landen die vinden dat de opwarming verder moet worden teruggedrongen dan tot nu toe afgesproken. Geen 2 graden, maar slechts 1,5 graad temperatuurstijging eind deze eeuw.

Critici denken dat ze daarmee hun gebrek aan echte ambities proberen te maskeren. De afspraken die er nu liggen, zijn al niet voldoende voor de 2-gradengrens. „Wat betekent dan 1,5 graad als je er niet de middelen bij levert om die te halen”, zegt Azeb Girma van de Pan African Climate Justice Alliance. En als de EU samen met 79 ontwikkelingslanden pleit voor een nog krachtiger akkoord, lijkt dat heel wat, zegt Raman Mehta van de Indiase milieugroep Vasudha Foundation, maar het betekent niks.

Nu het eindspel in Parijs is begonnen, lijkt het wantrouwen tussen arme en rijke landen weer toe te nemen. Aan minister Fabius de lastige taak om de brug te slaan.

Dat wordt moeilijker naarmate de uren wegtikken. Maar er is enige grond voor optimisme. Toen de arme en rijke landen dinsdag hun oude stellingen weer leken in te nemen, wist Fabius ze daar met een opmerkelijke behendigheid weer uit te krijgen. Het leverde hem veel applaus op. Van zowel de rijke als de arme landen.