IS slaagt erin om jongeren te laten dromen, wij niet

Eurocommissaris Frans Timmermans schreef een pamflet over Europa, waarmee hij overigens niet ‘Brussel’ bedoelt. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Een fragment.

Illustratie Hajo

Joseph Roth zoop zichzelf het graf in nog voordat de oorlog uitbrak. Hij schreef over het toenemende antisemitisme, de aangekondigde ontmenselijking, zonder de afloop te kennen. Dat is bijzonder waardevol, want meestal wordt over de jaren dertig geschreven in het volle besef van de afloop. En dan heeft natuurlijk iedereen het zien aankomen: achteraf weet iedereen altijd wat er gaat gebeuren.

Roth stelde een feilloze anamnese voordat de patiënt aan de haatkanker bezweek. En wat stelde hij vast – althans, hoe lees ik hem? Het is niet de haat van de grote schurken en de kleine boeven die hun handlangers zijn, waaronder de samenleving bezwijkt. Het is de onverschilligheid van de meerderheid van de mensen die de ontsporing van de gehele samenleving mogelijk maakt. En is dit niet ook nú onze grootste uitdaging: ons gevecht met de eigen en de algemene onverschilligheid?

Zijn we niet soms te veel een ‘nou en?’-samenleving geworden?

Onverschilligheid begint daar waar wat we horen en niet deugt, niet wordt tegengesproken. Dat we denken: laat maar, geen zin in ruzie. Dat we denken: het gaat wel over. (...)

Laten we eerlijk zijn: decennialang hebben we gedaan of tolerantie en onverschilligheid hetzelfde zijn. Maar tolerantie zal altijd falen als het neerkomt op wegkijken. Tolerantie kan alleen bestaan bij actief en betrokken burgerschap. Als je bereid bent de moeite te nemen om door de ogen van die ander te kijken – of die ander nu jood, homo, moslim, Roma, wat dan ook is. Samenleven is meer dan alleen maar naast elkaar bestaan. Het gaat ook om samen iets doen. (...)

Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat actieve tolerantie ook inhoudt dat je niet alleen protesteert en in actie komt als jouw geloof, jouw groep, jouw gemeenschap wordt aangevallen. Ik zou eerlijk gezegd weleens wat vaker moslims willen horen die boos worden als een jood wordt uitgescholden, of joden willen zien protesteren als een moslima haar hoofddoek niet durft te dragen, of wordt bespuugd. (...)

Waarom laat de terreurbeweging IS een deel van onze jongeren dromen over een heldendood en een beloning in het hiernamaals, en zijn wij niet in staat deze jongeren te laten dromen over een samenleving waar recht voor iedereen geldt en iedereen de kans krijgt met zijn talenten en mogelijkheden te woekeren? Omdat we onze droom niet verwoorden? Omdat we zelf niet meer in onze droom geloven? Waarom kijken we zo vaak weg als een puber een meisje op straat ‘hoerrr’ naroept? Eenzelfde puber die waarschijnlijk op de vuist gaat als hij denkt dat iemand de eer van zijn zus of zijn moeder aantast?

Waarom gaan liefhebbende zonen en broers, die alles voor hun moeders en zussen overhebben, naar Syrië om daar vrouwen te behandelen als voorwerpen die ze mogen gebruiken, voor het leven beschadigen, doden? Steeds als ik hiervan hoor denk ik weer: hier is dat aloude proces van ontmenselijking aan het werk.

We moeten weerbaarder worden. Haat bestrijden die nu alle ruimte krijgt om zijn dodelijke gif via internet te verspreiden. Goebbels wist: een leugen goed genoeg verteld en voldoende herhaald wordt waarheid in de hoofden van mensen. Op internet zie je dit dagelijks gebeuren en we zullen een strategie moeten vinden om met providers en anderen te zoeken naar de beste manier om het internet te vaccineren, zodat de verspreiding van het gif dat haat heet, kan worden ingedamd door de waarheid er beter tegenover te stellen.

(…) Een samenleving die geen gemeenschap is, valt uit elkaar. De grootste verworvenheid van de afgelopen eeuw is de gegroeide individuele vrijheid. Als ik bedenk hoe onvrij mijn grootouders waren, onvrij doordat zij opgesloten zaten in een maatschappelijk, religieus en moreel keurslijf, sta ik versteld van wat in de Nederlandse samenleving is bereikt gedurende de periode van ruim een halve eeuw dat ik nu leef. Dat het gevoel van gemeenschap daardoor veel zwakker is dan toen, is een logische ontwikkeling. Maar het mag ons toch niet overkomen dat dit gevoel zo zwak wordt, dat mensen haast niets meer met anderen delen – en dus ook haast niets meer van anderen begrijpen, laat staan voor anderen voelen?