Column

In de herfst vielen de directeuren en toezichthouders

Twee verse rapporten van onderzoekscommissies naar bestuurlijke (wan)toestanden liggen op mijn bureau en hun uiteenlopende conclusies brengen me in een staat van lichte verwarring. Bij de ene culturele instelling gaf de directeur zijn levenspartner een opdracht en lichtte hij zijn raad van toezicht onvoldoende in. Deze Guus Beumer mag blijven zitten bij het Nieuwe Instituut. Zijn raad van toezicht stapt op. Bij de andere instelling nam een raad van toezicht een nieuwe directeur aan zonder assessment en zonder controle van zijn trackrecord bij zijn vorige instelling. De veronderstelde artistieke kwaliteiten had hij zeker, maar het bleek in zijn eerste jaar te schorten aan zijn managementcapaciteiten. De onderzoekscommissie laakte het gebrek aan professionaliteit bij de instelling, waarvan ze de cultuur als te vriendschappelijk en te informeel omschrijft. Bij de Appel moest Benedetti vertrekken, het bestuur blijft zitten. Waarom dat verschil? Ik kan het niet verklaren.

Wat de onderzoeken wel leren: directies en raden van toezicht van culturele instellingen liggen onder een vergrootglas nu door bezuinigingen de financiële spanningen toenemen. Denk ook aan de directeur van HET Symfonieorkest die vorige maand opstapte – een paar dagen voordat een onderzoeksrapport over een veel te ambitieuze ondernemende strategie verscheen. Bij het orkest in financiële nood stapt ook de raad van toezicht op.

Het Ro Theater verloor zijn directeur en de voorzitter van de raad van toezicht, omdat zij harder holden in een beoogde fusie met de schouwburg dan hun organisatie kon verwerken. Dat een nauwe samenwerking tussen theater en gezelschappen in welke vorm dan ook onontkoombaar lijkt, bleek vorige week ook weer uit de aanbevelingen die de commissie Ter Horst aan de theatersector deed om relevant te blijven voor een groot publiek. Een reeks aanbevelingen die al eerder weerklonken, maar bij toekomstige onderzoekscommissies komen ze ongetwijfeld terug.

Professionalisering is een lastig woord in creatieve omgevingen die liever artistiek bezig zijn. Een slotconclusie van de commissie-Swaab bij de Appel gaat ongetwijfeld geciteerd worden: „Het is meer dan voorheen essentieel dat culturele instellingen op professionele wijze worden georganiseerd en geleid. Dit niet ter verbetering van de publiekscijfers, noch ter werving van meer inkomsten, maar voor de artistieke ontwikkeling.” Kauw daar maar even op.