Icoon voor Wes, Woody en hipsters

‘Peanuts’ is een Amerikaans fenomeen dat steeds nieuwe fans vindt.

Snoopy en Charlie Brown.

In Europa kennen we de personages uit de iconische stripreeks Peanuts van Charles ‘Sparky’ Schulz voornamelijk via Snoopy, de beagle die te pas en te onpas op het ondergoed van onze kinderen verschijnt. In Amerika is de bende van schlemiel Charlie Brown en zijn hond sinds 1950 een instituut en een inspiratie voor steeds nieuwe generaties intellectuelen en artiesten.

Dat Peanuts in Europa minder bekend is, komt doordat de strip zo onlosmakelijk verbonden is met de Amerikaanse cultuur. De referenties naar American football zijn legio, het immer verliezende baseballteam van Charlie Brown staat meer dan eens op de voorgrond. Snoopy heeft sinds 1968 een vaste stek in de iconische Thanksgiving Day Parade van warenhuis Macy’s in New York, de ballonnenstoet die miljoenen lokt. De personages zijn niet weg te denken van prentkaarten, koffiemokken en koekjesdozen.

Tragikomische slapstick

De nieuwe animatiefilm is dan ook nu al een financiële hit in Amerika. Hij kan aansluiten bij liefst 45 tv-specials. Bijna elke Amerikaanse feestdag heeft een eigen Charlie Brown tv-special, die jaar in, jaar uit opnieuw wordt uitgezonden. Die feestspecials (met de populaire jazzsoundtrack van Vince Guaraldi) maakte Schulz vanaf 1965 in samenwerking met Disney-animator Bill Melendez, beginnend met A Charlie Brown Christmas.

De commercialisering en infantilisering van de franchise staan nogal haaks op de inhoud ervan. Zo ging de door Coca-Cola gesponsorde A Charlie Brown Christmas ironisch genoeg over een depressieve Charlie Brown die vindt dat Kerstmis een hol begrip is geworden.

Wat stripserie Peanuts zo interessant maakt voor een ouder publiek, is dat de kinderen over het leven praten als existentiële filosofen. Dat gaat gepaard met een gezonde dosis cynisme, levensmoeheid, en tragikomische slapstick. Antiheld Charlie Brown gaat voor zijn problemen zelfs vaak in psychoanalyse bij Lucy, die in plaats van de typische Amerikaanse limonadekraam mentale begeleiding aanbiedt voor 5 cent. Een neurotische schlemiel in de trant van Woody Allen die zelfs door zijn eigen psychiater uitgelachen wordt. „My anxieties have anxieties”: een citaat dat je zo aan Allen zou toeschrijven. Maar de uitspraak komt van Charlie Brown, die niets goeds te verwachten heeft van de schattig ogende kinderen om hem heen, en van zijn knuffelhond Snoopy, die in feite een zelfingenomen en pompeuze narcist is.

Die truc van Schulz – schattig, kinderlijk uiterlijk, diepe bronnen – maakte school. Striptekenaar Bill Watterson liet kleuter Calvin op gelijkaardige manier door het leven gaan met zijn speelgoedtijger Hobbes, filmmaker Wes Anderson biechtte op dat zijn werk sterk beïnvloed is door Schulz. Zo is Max Fischer (Jason Schwartzman) in de film Rushmore (1998) duidelijk gemodelleerd naar Charlie Brown en is diens vader net als die van Schulz een kapper. The Royal Tenenbaums (2001) wordt bevolkt door hypergetalenteerde kinderen die volwassen levens leiden, een ontwikkeling die zich voortzet in Moonrise Kingdom (2012), waarin de scouts een hommage zijn aan Snoopy’s Beagle Scouts.

Volwassen kinderen

De gelijkenis tussen het werk van Anderson en Schulz gaat echter verder, op een manier die vooral bij de huidige twintigers en dertigers weerklank vindt. Zij worden vaak beschreven met de bewoording „volwassen kinderen”. Ze zouden zich vastklampen aan de geborgenheid van de kindertijd, zich verschuilen achter nostalgie: de basis van de hipstercultuur zoals we die nu kennen.

Zowel Anderson als Schulz creëert op zijn manier een gesloten universum waarin geen plaats is voor ‘echte volwassenen’. In Peanuts krijgen we ze zelfs niet te zien: we horen enkel nonsensicale trombonegeluiden wanneer ze praten. En bij beiden draait het meer om identiteit dan om succes. De antiheld zegeviert juist door altijd te mislukken, zoals Charlie Brown. Dat hij nerd-achtig, onzeker en onhandig is, maakt hem des te echter. Het ontbreken van deze essentiële les maakt van de nieuwe animatiefilm ironisch genoeg een verliezer.