Het ergerlijkste woord van 2015

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Me is uitgekozen tot het ergerlijkste woord van 2015. Althans, in constructies als me moeder, me pa en me zus. Dat is de uitslag van de verkiezing ‘Weg met dat woord!’ van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) in Leiden. Me kreeg 30 procent van de 25.000 stemmen.

Het mooiste Nederlandse woord, het lelijkste Nederlandse woord, het mooiste woord ter wereld, het mooiste en lelijkste woord in een bepaald dialect: de afgelopen jaren zijn woordverkiezingen opgekomen als paddenstoelen in de herfst. Het INL begon een verkiezing van het ergerlijkste woord, die dit jaar voor de derde keer wordt gehouden.

Deelnemers aan deze verkiezing mogen in de eerste ronde woorden insturen waar zij zich aan ergeren. Uit de inzendingen wordt een toptien samengesteld, waarop in de tweede ronde kan worden gestemd. Dit jaar leverde de verkiezing 5.000 inzendingen op; op de toptien werd door ruim 25.000 mensen gestemd.

Het aardige van de INL-verkiezing is dat sommige woorden al drie jaar lang worden ingestuurd. Dat geldt bijvoorbeeld voor selfie – een van de meest succesvolle neologismen van de afgelopen jaren. In 2013 ergerde 7 procent van de kiezers zich aan dit toen kersverse woord, in 2014 steeg dit naar 10 procent, maar inmiddels ergert nog maar 4 procent zich aan selfie.

De golfbeweging in die percentages sluit aan bij mijn eigen observaties. Aanvankelijk vonden veel mensen selfie een aanstellerig woord. Grappig misschien, maar ook het zoveelste onnodige Engelse leenwoord. Kunnen we daar geen Nederlands woord voor bedenken? Zeker, Kees van Kooten stelde bijvoorbeeld voor om er otofoto van te maken. Een perfecte palindroom met binnenrijm, maar in het wild ben ik dit woord nooit tegengekomen, wellicht omdat de betekenis kan worden verward met ‘foto van een auto’ (Vieze Man: „Wil jij een lekkere, natte, glanzende autofoto zien?” Enzovoorts).

Een vergelijkbare ontwikkeling deed zich voor bij het woord dagdagelijks, dat ook drie jaar op rij in de toptien van de INL-verkiezing staat. In 2013 ergerde 6 procent van de stemmers zich aan dit woord, in 2014 piekte dit naar 11 procent, om dit jaar te dalen naar 5 procent. Je zou dit kunnen interpreteren als: beginnende ergernis bij de eerste kennismaking, stijgende ergernis door toenemend gebruik, gevolgd door dalende ergernis door berusting of gewenning.

Overigens lijken sommige woorden in de loop van de tijd wel degelijk meer ergernis te wekken. Zo ergerde in 2013 5 procent van de stemmers zich aan papadag; in 2014 ontbrak dit woord in de toptien, maar dit jaar stond het er weer in en irriteerde het 7 procent van de stemmers. Geen grote stijging, maar toch.

Voor wie het niet kent: volgens de Grote Van Dale betekent papadag ‘vrije dag waarop een vader belast is met de zorg voor zijn kind(eren)’. Met die vrije dag wordt geen zaterdag, zondag of vakantiedag bedoeld, maar een vaste dag in de werkweek. Veelgehoorde reactie op dit truttige woord: je hebt toch ook geen mamadag.

Me leverde dit jaar de meeste stemmen op (30 procent), maar diervriendelijk vlees stond met 20 procent op de tweede plaats. De onderliggende boodschap van deze ergernis lijkt me duidelijk: maak het niet mooier dan het is.