De kinderen hebben er weinig aan

Veilig Thuis, meldpunt voor kindermishandeling, heeft opstartproblemen. Te veel meldingen, te weinig geld.

Haar medewerkers kregen buikpijn van het „constante schiften” van de meldingen van mishandeling. Wel acuut, niet acuut. Direct actie ondernemen of op de papierstapel – hoe pijnlijk ook, het kón niet anders, zegt directeur Moniek Pieters van GGD Gelderland-Zuid waar Veilig Thuis in die regio onder valt. „Er waren te veel meldingen.” Toen Inspectie Jeugdzorg eind oktober langskwam stonden er 78 zaken op de wachtlijst, ook urgente zaken. Er waren – „gelukkig maar” – geen incidenten, zegt Pieters.

Crisismanagement. Dat is het woord dat zich opdringt bij het lezen van de inspectierapporten over het functioneren van Veilig Thuis, sinds 1 januari 2015 de fusieorganisatie van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld. Veilig Thuis telt 26 vestigingen. Over tien daarvan publiceerde de inspectie de afgelopen weken beoordelingsrapporten – samen een bloemlezing van opstartproblemen. Onvoldoende personeel, gebrek aan bijscholing, zorgwekkend lange wachtlijsten, gedoe met registratiesystemen. Geen van de tien voldoet aan alle gestelde criteria, ook al eist de inspectie dat expliciet.

Volgens de vestigingen van Veilig Thuis in Gelderland-Zuid en Drenthe, die de laagste rapportcijfers van de inspectie kregen, zijn de problemen grotendeels te wijten aan de enorme toename van meldingen van geweld achter de voordeur. Die groei is, zegt Pieters, weer het gevolg van het succes van de overheidscampagne die nog steeds loopt – en die inderdaad bekend is bij menig radioluisteraar en tv-kijker: „Een veilig thuis, daar maak je je toch sterk voor?” Gevolgd door het algemene nummer van Veilig Thuis.

Het aantal telefoontjes nam ook toe door de meldcode die in 2013 werd ingesteld voor mensen die beroepsmatig met kinderen van doen hebben, zoals leerkrachten en crèchemedewerkers. Vermoeden zij mishandeling, schrijft de meldcode voor, dan bellen ze met Veilig Thuis.

De vraag om hulp en advies steeg dus sterk in Gelderland-Zuid en de 25 andere vestigingen van Veilig Thuis. Tussen de meldingen zitten ook complexe zaken – en die vreten tijd. Vaststellen of er sprake is van mishandeling, een vertrouwensarts eropaf sturen, een onderzoek starten, overleg met buren, met de school.

Veilig Thuis-nieuwe-stijl kreeg er geen mensen bij. Bezuinigen op de zorg, dat is deze jaren het devies voor gemeenten. Jan Bos, de wethouder van Emmen die namens twaalf gemeenten het woord voert over Veilig Thuis Drenthe, zegt: „Het budget dat we Veilig Thuis hebben gegeven, is niet toereikend. Daarover zijn we nu met elkaar in gesprek.”

Zo groeiden overal in Nederland de wachtlijsten voor mensen die hulp van Veilig Thuis behoefden. Drie maanden wachttijd, vier. In Drenthe zes maanden, toen de inspectie in augustus langskwam. Tot ongelukken heeft het niet geleid, zegt Bos. Wel tot overvraagde organisaties. Organisaties die bovendien kampten met typische fusieperikelen, zoals een veelheid aan registratiesystemen. Geen wonder, zeggen hij en Pieters, dat andere zaken in de verdrukking raakten, zoals de bereikbaarheid en bijscholing van medewerkers.

Veilig Thuis in zowel Gelderland-Zuid als Drenthe heeft inmiddels nieuwe mensen aan het werk gezet. In Gelderland zijn de wachtlijsten zelfs weggewerkt. Maar de crisis is er nog niet bedwongen: zo laat de essentiële samenwerking met „ketenpartners” te wensen over: denk aan afstemming met een huisarts, het wijkteam. Veilig Thuis Drenthe kan continue bereikbaarheid nog steeds niet garanderen. Wethouder Bos verwacht beterschap per januari.