De Bill Gates van natuurbehoud

Oprichter van outdoor-merk The North Face gebruikte al zijn miljoenen voor natuurbehoud in Patagonië.

Douglas Tompkins kocht 900.000 hectare land om natuurparken te stichten. Foto Daniel Garcia / AFP

Een ijskoude golf deed dinsdagochtend op het Generaal Carrerameer in Chili de kajak omslaan van Douglas Tompkins, medeoprichter van het outdoor-merk The North Face en kledingmerk Esprit. Het duurde een tijd voordat Tompkins (72) uit het water kon worden gehaald. Hij overleed een paar uur later in een ziekenhuis in Coyhaique, Chili, aan onderkoeling. Zijn metgezellen bleven ongedeerd.

Tompkins was een Amerikaanse textielmagnaat die ecofilantroop werd. Als de Bill Gates van het natuurbehoud benutte hij zijn fortuin om bijna 900.000 hectare land in Argentinië en Chili aan te kopen en er gigantische natuurparken te stichten. Het grootste en bekendste is het Pumalín Park, 290.000 hectare regenwoud in de provincie Palena in Chili. „Hij vloog zelf vliegtuigen, hij beklom bergen overal ter wereld”, zei een van zijn twee dochters tegen The New York Times. „Dat hij nu zijn leven in een meer verliest, dat de natuur hem zo ongeveer verzwolgen heeft, is schokkend.”

Samen met zijn tweede vrouw, Kris McDivitt, die aan het hoofd heeft gestaan van buitensportmerk Patagonia, verwezenlijkte hij zo zeven reservaten. Daarbij kwam hij regelmatig in aanvaring met projectontwikkelaars en overheden, die grote infrastructurele projecten geblokkeerd zagen door de excentrieke grootgrondbezitter. Soms brachten Tompkins en zijn vrouw protesten tot zwijgen door tot natuurreservaat getransformeerd land terug te schenken aan de regering.

Tompkins (1943) was een jongen die van zijn grootste liefhebberij zijn werk had gemaakt. Hij maakte de middelbare school niet af en zag nooit een universiteit van binnen. Hij werkte alleen om vervolgens te kunnen skiën of klimmen. Met Yvon Chouinard, oprichter van Patagonia, reed hij in 1968 van Californië naar de punt van Latijns-Amerika.

Tijdens een van zijn periodes in geldnood begon hij een winkeltje in klimuitrustingen en rugzakken in San Francisco. Speciale outdoor- uitrustingen waren er toen nauwelijks; klimmers gingen met legerspullen de bergen in. Tompkins en zijn zakenpartner noemden hun winkel naar de moeilijkst beklimbare kant van een berg: de noordzij.

De rusteloze Tompkins stapte na twee jaar uit The North Face en richtte met zijn toenmalige vrouw kledingmerk Esprit op. De voormalige hippie Tompkins bleek een uitstekend gevoel te hebben voor de cleane mainstream van de jaren tachtig. Esprit maakte een stormachtige groei door.

Maar naarmate Tompkins zich meer verdiepte in het werk van natuurbeschermers en ecologen, voelde hij zich ongemakkelijker in het zakenleven. In 1989 besloot hij, zoals hij het omschreef, „te stoppen met de verkoop van dingen die mensen niet nodig hebben”.

Hij scheidde, verkocht zijn belang in Esprit voor naar schatting 150 miljoen dollar en verhuisde naar Chili, waar hij en zijn tweede vrouw begonnen aan de uitbouw van hun ecologisch imperium van natuurparken en stichtingen voor milieuactivisme. Het ging het echtpaar niet alleen om de aankopen van land, maar ook om wat de Noorse filosoof Arne Naess, wiens verzameld werk Tompkins uitgaf, „diepe ecologie” noemde: verzet tegen de oorzaken van natuurvernietiging, economische ontwikkeling voorop. „We hebben geen keus. We kunnen anders onze mooie planeet wel vaarwel kussen”, schreef hij op zijn website.

    • Maartje Somers