Caesar richtte in 55 v. Christus slachting aan bij Lith en Kessel

Voor het eerst kan een locatie in Nederland gelinkt worden aan Caesars aanwezigheid.

Gevonden doorboord schedeldak Foto VU Amsterdam

In 55 voor Christus heeft Caesar in Noord-Brabant ten zuiden van de Maas twee Germaanse stammen gedecimeerd. Dat stelt hoogleraar archeologie Nico Roymans (VU) op basis van historisch en archeologisch onderzoek. Hij vond resten bij de Brabantse dorpen Kessel en Lith. Tot nu toe was in Nederland geen enkele locatie in verband gebracht met de aanwezigheid van Caesar.

In zijn geschrift De Bello Gallico meldt Caesar wel dat er in totaal 430.000 Tencteri en Usipetes waren en dat hij deze kort na de verovering van Gallië ‘vernietigde’. Deze Germanen waren uit hun thuisgebied aan de oostelijke oevers van de Rijn (in het huidige Duitsland) verdreven. Caesar weigerde hen asiel en overviel hun kamp. Mannen, vrouwen en kinderen sloegen op de vlucht, waarna ze „bij de samenvloeiing van Maas en Rijn” niet verder konden. Daar werden ze gedood of wierpen ze zich in de rivier.

Van de kampen zijn geen archeologische sporen gevonden. Wel van de slachting, concludeert Roymans. In het gebied kende hij archeologische vondsten die in de jaren 70, 80 en 90 door amateurs waren verzameld. „Grote hoeveelheden ijzeren zwaarden, speerpunten, gordelhaken, mantelspelden en botten.” Het grootste deel hiervan stamt stilistisch gezien uit de eerste eeuw voor Christus.

De botten bleken van minstens honderd mannen, vrouwen en kinderen. „Bij 25 van hen hebben we een C14-datering gedaan; driekwart blijkt uit de eerste eeuw voor Christus te zijn. Bij de botten uit die tijd vinden we ook traumata door geweld, zoals een vrouw wier oogkas door een werpspeer is doorboord.”

Roymans liet bioarcheologe Lisette Kootker van de Vrije Universiteit in Amsterdam bij drie individuen de strontiumisotopen in het tandglazuur onderzoeken. Kootker: „Zo kunnen we vaststellen in welk geologisch gebied iemand is opgegroeid. De drie individuen zijn zeker niet uit het Nederlandse rivierengebied afkomstig. Ter controle hebben we ook nog een 600 jaar ouder bot onderzocht en dat bleek wel van een lokaal individu.”

Afslachten van de stammen

Roymans heeft een idee waarom Caesar vrij sprak over het afslachten van de stammen. „Hij schilderde de stammen door hun enorme aantal af als bedreiging. Hij kon zichzelf als beschermer van Rome presenteren.”

Mogelijk heeft Caesar daarom gezegd dat hij de Tenceteri en Usipetes had vernietigd. Toch duiken ze in de eerste eeuw na Christus weer in de bronnen op. Roymans: „Door te zeggen dat hij de stammen had vernietigd, kon hij ‘buiten de boeken om’ gevangengenomen Germanen voor eigen gewin als slaven verkopen.”

Historicus Jona Lendering, auteur van De rand van het Rijk, over de Romeinen en de Lage Landen, reageert eerst kritisch. „In die tijd zijn meer gevechten geweest tussen Germanen en Romeinen, of Germanen onderling.” Maar: „Vanwege de locatie geef ik Roymans het voordeel van de twijfel.”