Timmermans: 'Wegduiken helpt niet. Aan de slag, zou ik zeggen'

Eurocommissaris Timmermans verzet zich fel tegen gemakzuchtig fatalisme over Europa. Hij luchtte zijn hart in een pamflet. De titel? ‘Broederschap’.

Timmermans en Jean-Claude Juncker in het Europees Parlement. Foto Patrick Seeger/EPA

Zijn „hartenkreet’’, noemt Frans Timmermans Broederschap, het vrijdag te verschijnen boekje dat hij over Europa schreef. In 60 pagina’s probeert hij het fatalisme over de EU terug in de fles te duwen. Hij roept op tot meer optimisme, verbondenheid en leiderschap. En tot minder onverschilligheid en angst.

„Jammeren helpt niet. Wegduiken ook niet. Aan de slag, zou ik zeggen.”

Voor het 5 euro kostende pamflet, waarvan de opbrengst naar Vluchtelingenwerk gaat, putte de tweede man van de Europese Commissie uit verschillende toespraken die hij dit jaar hield. Maar bovenal uit de dramatische gebeurtenissen in Europa, die zijn eerste jaar in Brussel in een wilde rit veranderden. Ontspannen doet hij met muziek. Vandaag heeft Timmermans in zijn kantoor de Spotify-lijst ‘Totally stress free’ opstaan, met zacht kabbelende gitaarmuziek.

Minister Timmermans op weg naar Servië met het regeringsvliegtuig en een kleine delegatie. Foto Roger Dohmen / Hollandse Hoogte  

Heel gerust is hij niet: in Broederschap herhaalt Timmermans zijn zorg dat het Europese project ‘weleens echt zou kunnen stranden’. Oekraïne, Syrië, eurocrisis, Griekenland, vluchtelingen, Brexit, terrorisme – de EU zit in een ‘bijna perfecte storm’. Bijna, want doemdenken is niet heel lang aan Timmermans (54) besteed. Er is, schrijft hij, ‘geen enkele reden’ om niet te geloven ‘in een mooie toekomst die recht doet aan de waarden die ons allemaal dierbaar zijn’.

Een pleidooi voor meer idealisme is in dit tijdsgewricht gewaagd. Bondskanselier Merkel werd erom afgebrand. En de discussie hoe lidstaten de lasten van de vluchtelingencrisis kunnen verdelen, leidde nog niet tot de gehoopte solidariteit, wel tot ruzie en argwaan. Het armlastige Oosten wil liever geen vluchtelingen, het rijke Westen dreigt met korten op EU-subsidies. De Griekse grens repareren lukt niet en de vrij-reizen-zone Schengen, het EU-symbool bij uitstek, kraakt.

Het enig tastbare succes tot nu toe werd buiten de EU behaald: een deal met Turkije over het stoppen van vluchtelingen, in ruil voor 3 miljard euro aan hulp. Als hoofdonderhandelaar had Timmermans hier zijn handen vol aan, maar in het vliegtuig op en neer naar Ankara en in steriele hotelkamers vond hij tijd voor zijn pamflet. „Ik had er sterk de behoefte aan om het allemaal een keer voor mezelf op te schrijven”, zegt hij in een interview. „En ik vind wat reflectie zo vlak voor de feestdagen ook wel passen.”

U heeft het over verbondenheid. Premier Rutte vindt visies „geleuter” en zegt: „Die grens moet dicht.”

„Ik pretendeer niet dat ik het beter weet dan Rutte of wie dan ook. Ik leg gewoon mijn verhaal naast wat anderen zeggen. Als iemand het geleuter vindt dan respecteer ik dat. Ik hoop natuurlijk dat ik mensen kan stimuleren om er eens over na te denken. Meer vraag ik niet.’’

U roept de ‘elite’ op om zich uit te spreken en de borrelpraat te laten voor wat die is.

„Wat nu te vaak gebeurt, doet me denken aan een heel oude sketch van Van Kooten & De Bie, over een journalist die zich tijdens een interview wil verplaatsen in een havenarbeider. [Met een plat accent] ‘Heb je wijf die boterham voor je gesmeerd?’ Waarop die havenarbeider antwoordt: ‘Ja, mijn echtgenote heeft inderdaad mijn lunch verzorgd.’ Je moet niet iedereen die ergens tegenaan trapt met Fortuyn vergelijken, elke opvatting moet op zijn eigen merites worden beoordeeld. Maar dat betekent niet dat je je eigen overtuigingen meteen moet inleveren. Respect wordt nu vaak door héél respectloze mensen op héél hoge toon opgeëist. ‘Daar moet een piemel in’ - dat iemand dat zegt tegen een vrouw met een andere mening is toch onvoorstelbaar?”

Neem stelling tegen gemakkelijke analyses en oplossingen, schrijft u.

„Mensen, zo bleek ook uit jullie NRC-buurtonderzoek, zijn best happy met hoe ze het nu hebben, maar ze verwachten niet zo veel van de toekomst. Ze zijn onzeker over hun veiligheid, over hun economische toekomst en over hun identiteit. Al die gevoelens die al veel langer spelen, komen nu, bam, bij elkaar. Het eenvoudige antwoord is: grenzen dicht, uitkeringen omhoog, buitenlanders eruit. Dat werkt niet, en dat beseffen mensen ook, maar de partijen die zo’n antwoord geven, hebben de vraag tenminste goed begrepen. Ik schrijf op mijn manier op dat ik de vraag óók begrijp, en velen met mij, maar dat mijn antwoord anders is.’’

U pleit voor dialoog, voor kijken, luisteren. In Brussel wordt al maanden eindeloos vergaderd, maar veel verder zijn we nog niet gekomen.

„Dat luisteren en dat praten moet ertoe leiden dat we elkaar weer wat meer gaan vertrouwen. De maatregelen die we moeten nemen, zijn allemaal niet zo heel erg ingewikkeld. Maar wat je nu ziet is een politieke vorm van ‘moral hazard’. Zowel op Europees niveau als op nationaal niveau. We hebben elkaar beet in negatieve zin. We zitten bij elkaar, we weten allemaal wat er moet gebeuren, maar we wachten allemaal tot de ander iets doet. We willen pas vluchtelingen opnemen als Griekenland en Italië goed gaan registreren. Maar zij talmen daar juist weer mee omdat ze weinig animo zien voor het opnemen van vluchtelingen. Dan krijg je een kip-en-ei-verhaal. Het resultaat is dat burgers denken: er gebeurt niks. Begin nou eens met de erkenning op het hoogste politieke niveau dat we dit alleen maar samen kunnen oplossen.’’

Uw partijgenoot Jeroen Dijsselbloem sluit niet uit dat we dan maar naar een mini-Schengen moeten van Zweden, Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland.

„Wat los je daar in hemelsnaam mee op?’’

Je hebt weer controle over je eigen grenzen.

„Zondag in het voetbalstadion begon iemand hier ook over. En dan zeg ik: hoe dan? Hoe grens je de boel af? Met hekken? En dan laat ik mensen zelf de redenering afmaken. Ik vind dit zo boeiend. Het is denken in bekende, eeuwenoude, Nederlandse patronen. Het water stroomt binnen, dan moet ik een dijk bouwen. Simpel. Ik snap het wel, maar maak je redenering wel af. Ik vind het ook heel raar dat Nederland aan dit soort dingen denkt en dan niet eens Frankrijk erbij betrekt, terwijl ik de mentale, economische en fysieke grens tussen Franstalig België en Frankrijk niet kan vinden. Leg mij maar uit hoe je dat voor elkaar wil krijgen.’’

Is Europa te snel uitgebreid?

„Het is heel snel gegaan, maar dan ga ik denken aan het alternatief: wat zou er zijn gebeurd als we Polen, Tsjechië en Slowakije en de Baltische landen tien jaar hadden laten wachten? Waar zaten we nu dan met meneer Poetin? Voor de oude lidstaten is het verdomd snel gegaan en sneller dan verteerbaar is, maar ik houd staande dat het alternatief veel slechter had uitgepakt. Dat Oost-Europese landen nu moeite hebben met het opnemen van vluchtelingen los je niet op door ze op hun kop te geven. Vraag ze: wat kunnen jullie wél doen? Financieel, met grensbewakers. Met negatieve reacties over en weer schieten we weinig op.’’

U zegt: er zijn angsten en problemen, maar ook kansen. Waar dan?

„Ik was een paar jaar geleden op een school in Den Haag, voor een gastcollege op een VMBO. Ik moest over Europa praten, maar ik vroeg aan die jongeren, heel cultureel divers: waar dromen jullie nou van? Wat willen jullie later nou worden? En serieus: aan acht van de tien jongeren in die klas was nog nooit die vraag gesteld. Nog nooit! En ik ben van oordeel: als we niet meer kunnen dromen dan gaan we dood. Vandaag stond nog in de krant dat er vacatures zijn maar dat de werkeloosheid niet afneemt. Mensen hebben niet de juiste vaardigheden. Dat kun je oplossen, met scholing. Het kost geld, maar dat moet je er dan voor over hebben. Anders sluit je mensen op in het heden.’’

In uw pamflet breekt u een lans voor de multiculturele samenleving.

„De toekomst is diversiteit. Ik hoor iedereen roepen: de multiculturele samenleving is dood, maar ik weet niet eens wat ze ermee bedoelen.’’

Zelfs Merkel zei het.

„Ze mogen het allemaal zeggen. Het gevoerde beléid is ook failliet. Tolerantie staat gelijk aan wegkijken, dat is compleet mislukt, daar ben ik het mee eens. Je kunt mensen niet mee laten voetballen zonder ze de spelregels uit te leggen, en vervolgens gaan schelden dat ze elke keer buitenspel staan. Dat was het multiculturele drama. Maar daarmee is diversiteit niet van tafel. Diversiteit zal er altijd zijn en neemt alleen maar toe. Zo ontwikkelt de wereld zich. En de vraag is dus: hoe ga je daarmee om?

Assimileren is in Europa eeuwenlang geprobeerd en dat leidt alleen maar tot bloedvergieten. Je kunt niet eisen dat iedereen rauwe haring gaat eten. Maar je mag wel eisen dat in de publieke ruimte een aantal regels wordt gerespecteerd. Het is niet revolutionair, ik bied geen blauwdruk voor de samenleving, ik geloof daar ook niet in. Ik doe alleen maar een poging om een gesprek op gang te brengen dat niet alleen maar draait om het absolute eigen gelijk.’’

Wanneer bent u gaan denken dat het Europese project kan stranden?

„Een paar maanden terug, tijdens een overleg rond een EU-top. Toen drong tot mij door hoeveel van die gevoelde bedreigingen in de landen – waarover ik het net had – eigenlijk een concreet gezicht kreeg in de vluchtelingencrisis. Ik geloof dat de EU deze crisis aankan, maar het gaat niet vanzelf. Ik merk te vaak, zeker bij jonge mensen, zo’n houding van: het is een hoop gedoe maar het komt weer goed. Maar als we niks doen kan het ook fout gaan. Ik vind het belangrijk dat dit besef breed doordringt. Als je steeds denkt dat het toch niet kapot kan, dan is dat een bonus op niks doen, en dat is juist verlammend. Alles wat we maken kan ook weer kapot. Het is geen natuurwet dat we nooit meer conflicten hebben in Europa, maar een bewuste keus. Misschien dat er in de toekomst veel betere manieren komen om dit soort conflicten te beslechten. Maar als ik terugkijk in de Europese geschiedenis, heb ik nog niets gezien dat beter werkt dan dit. Met alle haken en ogen en tekortkomingen die eraan zitten.’’

U noemt oplossingen, maar bent ook voorzichtig. U zult niet snel zeggen: meer Europa!

„Dat roepen werkt verlammend, want dan zeggen mensen: het werkt niet en nu wil je nóg meer van wat niet werkt. Ik zeg: laten we het nou eerst een beetje laten werken. We moeten beginnen met het herontdekken van de schoonheid van dialoog. En dat is al heel, héél ambitieus.”

Je kunt ook zeggen: wat niet werkt is 28 EU-leiders die steeds het wiel moeten uitvinden, omdat uw Commissie zelf geen beslissingsmacht heeft.

„Als ik daar vandaag een discussie over begin, sla ik ieder ander debat in één klap dood. Ik wil de komende jaren vooruitgang boeken, en niet dromen over nieuwe bevoegdheden. Die gaan er niet komen. En als het niet gebeurt, moet je die dromen aanpassen. We moeten af van die extreme polarisatie tussen de uiterste pragmatici, die alles geleuter vinden, en de idealisten die overal van dromen maar niet meer met de voetjes op de grond komen.”

Ik droom niet, ik stel alleen maar vast dat de EU-leiders er steeds moeilijker uitkomen.

„De onmacht zit ’m in gebrek aan vertrouwen, en dan heb je geen bal aan een verdragswijziging. Daar moet je politiek voor handelen, niet juridisch. EU-leiders kunnen morgen besluiten om alle issues die spelen, aan te pakken. Zo ingewikkeld is het niet. Het probleem is dat nationale debatten draaien om de vraag: wat kan ik bij andere Europeanen wegslepen? Ik hoor nooit meer iemand de collectieve oplossingen verdedigen.’’

Een echte, eigen begroting dan? Nu moet de Commissie bedelen om geld en alle potjes omkeren.

„Honderd procent mee eens. Maar krijg ik die begroting ook? Nee, die krijg ik niet.’’

In de Turkije-deal hebt u zelf bewezen dat het werkt: méér manoeuvreerruimte voor de Commissie. Europa sprak met één stem.

„Ja, en er was geen verdragswijziging voor nodig. Het werkte omdat ik iedere keer terugkoppelde en mij ervan verzekerde dat wat ik deed ook grosso modo op de steun van de lidstaten kon rekenen.”

Het werkte omdat lidstaten totaal radeloos waren.

„Het ging zeker niet vanzelf, kan ik je verzekeren. Wij zijn slechts een afgeleide van wat lidstaten ons gunnen en dat hebben ze ons gegund in verdragen. En in politiek handelen gunnen ze ons dat van week tot week. That’s it. Dat is de realiteit.”

Dat lijkt me gekmakend.

„Ik heb tien keer zoveel energie gekregen, omdat ik merk hoe existentieel deze vluchtelingencrisis is geworden. Het verlamt mij niet.”