‘Wegduiken helpt niet. Aan de slag, zou ik zeggen’

Frans Timmermans verzet zich fel tegen gemakzuchtig fatalisme over Europa. Hij luchtte zijn hart in een pamflet. De titel? ‘Broederschap’.

Foto AFP

Zijn „hartekreet”, noemt Frans Timmermans Broederschap, het vrijdag te verschijnen boekje dat hij over Europa schreef. In zestig pagina’s probeert hij het fatalisme over de EU terug in de fles te duwen. Hij roept op tot meer optimisme, verbondenheid en leiderschap. En tot minder onverschilligheid en angst. „Jammeren helpt niet. Wegduiken ook niet. Aan de slag, zou ik zeggen.”

Voor het 5 euro kostende pamflet, waarvan de opbrengst naar Vluchtelingenwerk gaat, putte de tweede man van de Europese Commissie uit toespraken die hij dit jaar hield. Maar bovenal uit de gebeurtenissen in Europa, die zijn eerste jaar in Brussel in een wilde rit veranderden. Ontspannen doet hij met muziek. Vandaag heeft Timmermans in zijn kantoor de Spotify-lijst ‘Totally Stress Free’ opstaan.

Heel gerust is hij niet: in Broederschap herhaalt Timmermans zijn zorg dat het Europese project ‘weleens echt zou kunnen stranden’. Oekraïne, Syrië, eurocrisis, Griekenland, vluchtelingen, Brexit, terrorisme – de EU zit in een ‘bijna perfecte storm’. Bijna, want doemdenken is niet heel lang aan Timmermans (54) besteed. Er is, schrijft hij, ‘geen enkele reden’ om niet te geloven ‘in een mooie toekomst die recht doet aan de waarden die ons allemaal dierbaar zijn’.

Een pleidooi voor meer idealisme is in dit tijdsgewricht gewaagd. Bondskanselier Merkel werd erom afgebrand. En de discussie hoe lidstaten de lasten van de vluchtelingencrisis kunnen verdelen, leidde nog niet tot de gehoopte solidariteit, wel tot ruzie en argwaan. Het armlastige Oosten wil liever geen vluchtelingen, het rijke Westen dreigt met korten op EU-subsidies. De Griekse grens repareren lukt niet en de vrijreizenzone Schengen, het EU-symbool bij uitstek, kraakt.

Het enige tastbare succes tot nu toe werd buiten de EU behaald: een deal met Turkije over het stoppen van vluchtelingen, in ruil voor 3 miljard euro aan hulp. Als hoofdonderhandelaar had Timmermans hier zijn handen vol aan, maar in het vliegtuig op en neer naar Ankara vond hij tijd voor zijn pamflet. „Ik had er sterk de behoefte aan om het allemaal een keer voor mezelf op te schrijven”, zegt hij. „En ik vind wat reflectie zo vlak voor de feestdagen ook wel passen.”

Premier Rutte vindt visies „geleuter” en zegt: „Die grens moet dicht.”

„Ik pretendeer niet dat ik het beter weet dan Rutte of wie dan ook. Ik leg gewoon mijn verhaal naast wat anderen zeggen. Als iemand het geleuter vindt dan respecteer ik dat. Ik hoop natuurlijk dat ik mensen kan stimuleren om er eens over na te denken. Meer vraag ik niet.”

U roept de ‘elite’ op om zich uit te spreken en de borrelpraat te laten voor wat die is.

„Je moet niet iedereen die ergens tegenaan trapt met Fortuyn vergelijken, elke opvatting moet op zijn eigen merites worden beoordeeld. Maar dat betekent niet dat je je eigen overtuigingen meteen moet inleveren. Respect wordt nu vaak door héél respectloze mensen op héél hoge toon opgeëist. ‘Daar moet een piemel in’ – dat is toch onvoorstelbaar?”

U pleit voor dialoog, voor kijken, luisteren. In Brussel wordt al maanden eindeloos vergaderd.

„Dat luisteren en dat praten moet ertoe leiden dat we elkaar weer wat meer gaan vertrouwen. Wat je nu ziet is een politieke vorm van moral hazard. We hebben elkaar beet in negatieve zin. Zowel op Europees niveau als op nationaal niveau. We weten allemaal wat moet gebeuren, maar we wachten allemaal tot de ander wat doet. We willen pas vluchtelingen opnemen als Griekenland en Italië goed gaan registreren, maar zij talmen daar juist weer mee omdat ze weinig animo zien voor het opnemen van vluchtelingen. Dan krijg je een kip-en-eiverhaal. Het resultaat is dat burgers denken: er gebeurt niks. Begin nou eens met de erkenning op het hoogste politieke niveau dat we dit alleen maar samen kunnen oplossen.’’

Uw partijgenoot Jeroen Dijsselbloem sluit niet uit dat we naar een mini-Schengen moeten van Zweden, Duitsland, Oostenrijk, België en Nederland.

„Wat los je daar in hemelsnaam mee op?”

Je hebt weer controle over je grenzen.

„Zondag in het voetbalstadion begon iemand hier ook over. En dan zeg ik: hoe dan? Hoe grens je de boel af? Met hekken? En dan laat ik mensen zelf de redenering afmaken. Ik vind dit zo boeiend. Het is denken in bekende, eeuwenoude, Nederlandse patronen. Het water stroomt binnen, dan moet ik een dijk bouwen. Simpel. Ik snap het wel, maar maak je redenering wel af. Ik vind het ook heel raar dat Nederland aan dit soort dingen denkt en dan niet eens Frankrijk erbij betrekt, terwijl ik de mentale, economische en fysieke grens tussen Franstalig België en Frankrijk niet kan vinden.’’

Is Europa te snel uitgebreid?

„Het is snel gegaan, maar wat zou er zijn gebeurd als we Polen, Tsjechië, Slowakije en de Baltische landen tien jaar hadden laten wachten? Waar zaten we nu dan met meneer Poetin? Voor oude lidstaten is het snel gegaan, sneller dan verteerbaar is. Maar het alternatief had veel slechter uitgepakt.”

U zegt: er zijn angsten en problemen, maar ook kansen. Waar dan?

„Ik was een paar jaar geleden op een vmbo in Den Haag. Ik vroeg aan die jongeren, cultureel heel divers: waar dromen jullie nou van? Aan acht van de tien jongeren was die vraag nog nooit gesteld. Nog nooit! En ik ben van oordeel: als we niet meer kunnen dromen dan gaan we dood. Vandaag stond nog in de krant dat er vacatures zijn maar dat de werkloosheid niet afneemt. Dat kun je oplossen, met scholing. Het kost geld, maar dat moet je er dan voor overhebben. Anders sluit je mensen op in het heden.”

In uw pamflet breekt u een lans voor de multiculturele samenleving.

„Ik hoor iedereen roepen dat die dood is, maar ik weet niet eens wat ze ermee bedoelen. Het gevoerde beléíd is failliet. Tolerantie is gelijk aan wegkijken, dat is compleet mislukt, daar ben ik het mee eens. Maar daarmee is diversiteit niet van tafel. Diversiteit zal er altijd zijn, neemt alleen maar toe. Zo ontwikkelt de wereld zich. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Je kunt niet eisen dat iedereen rauwe haring gaat eten, maar wel dat in de publieke ruimte een aantal regels wordt gerespecteerd. Ik bied geen blauwdruk voor de samenleving, ik geloof daar niet in. Ik probeer een gesprek op gang te brengen dat om meer draait dan het absolute, eigen gelijk.”

Wanneer bent u gaan denken dat het Europese project kan stranden?

„Een paar maanden terug, tijdens een overleg rond een EU-top. Toen drong tot mij door dat de gevoelde bedreigingen in landen – op het vlak van veiligheid, economie, identiteit – een concreet gezicht kreeg in de vluchtelingencrisis. Ik geloof dat de EU deze crisis aankan, maar het gaat niet vanzelf. Ik merk te vaak, zeker bij jonge mensen, zo’n houding van: Europa is een hoop gedoe maar het komt weer goed. Als we niks doen kan het ook fout gaan. Ik vind het belangrijk dat dit besef breed doordringt. Als je steeds denkt dat het toch niet kapot kan, dan is dat een bonus op niksdoen. Het is geen natuurwet dat we nooit meer conflicten in Europa hebben, maar een bewuste keus. Misschien dat er betere manieren komen om conflicten te beslechten, maar als ik terugkijk in de geschiedenis, heb ik nog niets gezien wat beter werkt dan dit. Met alle haken en ogen en tekortkomingen die eraan zitten.”

U bent voorzichtig. U zegt niet snel: meer Europa!

„Dat roepen werkt verlammend, want dan zeggen mensen: het werkt niet en nu wil je nóg meer van wat niet werkt. We moeten beginnen met het herontdekken van de schoonheid van de dialoog. En dat is al heel, héél ambitieus.”

Je kunt ook zeggen: wat niet werkt is 28 EU-leiders die steeds het wiel moeten uitvinden, omdat uw Commissie zelf geen beslissingsmacht heeft.

„Als ik daar vandaag een discussie over begin, sla ik ieder ander debat in één klap dood. Ik wil nu vooruit en niet dromen over nieuwe bevoegdheden. We moeten af van die extreme polarisatie tussen de uiterste pragmatici, die alles geleuter vinden, en de idealisten die niet meer met de voetjes op de grond komen.”

EU-leiders komen er steeds moeilijker uit.

„De onmacht zit ’m in gebrek aan vertrouwen, en dan heb je geen bal aan een verdragswijziging. Daar moet je politiek voor handelen, niet juridisch. EU-leiders kunnen morgen besluiten om alle issues die spelen, aan te pakken. Het probleem is dat nationale debatten draaien om de vraag: wat kan ik bij andere Europeanen wegslepen? Ik hoor nooit meer iemand collectieve oplossingen verdedigen.”

Een echte, eigen begroting dan? Nu moet de Commissie bedelen en alle potjes omkeren.

„Honderd procent mee eens. Maar krijg ik die begroting ook? Nee, die krijg ik niet.’’

In de Turkije-deal hebt u zelf bewezen dat het werkt: méér manoeuvreerruimte voor de Commissie.

„Ja, en er was geen verdragswijziging voor nodig. Het werkte omdat ik iedere keer terugkoppelde en mij ervan verzekerde dat wat ik deed grosso modo op de steun van de lidstaten kon rekenen.”

Het werkte omdat lidstaten totaal radeloos waren.

„Wij zijn slechts een afgeleide van wat lidstaten ons gunnen en dat hebben ze ons gegund in verdragen. En in politiek handelen gunnen ze ons dat van week tot week. That’s it. Dat is de realiteit.”

Dat lijkt me gekmakend.

„Ik heb tien keer zoveel energie gekregen, omdat ik merk hoe existentieel deze vluchtelingencrisis is geworden. Het verlamt mij niet.”