Wat gebeurt er met die banen in de thuiszorg?

Duizenden werknemers van TSN Thuiszorg vrezen voor hun baan. Waar gaat al dat werk dan naartoe?

Gemeentes kopen steeds eenvoudiger zorg in, het personeel heeft meer in zijn mars en krijgt daar naar betaald. Foto Roos Koole / ANP

De bewindvoerders van TSN Thuiszorg (12.000 medewerkers) zijn druk bezig met onderzoeken of de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland nog toekomstperspectief heeft.

Het akkoord dat staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA) afgelopen vrijdag met de gemeentes en vakbonden overeenkwam, kan op „instemming” van de bewindvoerders rekenen. Maar hebben de duizenden werknemers van TSN Thuiszorg er nog wel wat aan? Dat is de vraag. De leiding van het bedrijf heeft zelf uitstel van betaling aangevraagd omdat gemeentes structureel minder vergoeden voor een huishoudelijke hulp dan wat de werkgever volgens de cao kwijt is aan personeelskosten. Een poging hiervan af te wijken door werknemers minder te betalen, werd door de rechter verboden.

De erkenning van het ministerie van Volksgezondheid dat er in de markt voor huishoudelijke hulpen wat mis is, geeft de sector hoop. De branche waarschuwt al bijna een jaar voor een onhoudbare situatie met bijbehorende faillissementen. De eerste maatregelen van Van Rijn gaan pas in op 1 januari 2017. Is dat te laat of geeft het de bewindvoerders samen met het bestuur van TSN genoeg houvast om de stekker er toch maar niet uit te trekken?

Duidelijk is dat er veel onduidelijk is in de laatste plannen. Om het in termen van Van Rijn te formuleren: „onder leiding van de Transitiecommissie Sociaal Domein (...) wordt gewerkt aan de mogelijke contouren van een toekomstvisie voor de ondersteuning thuis”. Veel van het extra geld dat is aangekondigd, was al eerder aangekondigd of komt uit een bestaand potje. Het plan-Van Rijn vraagt om geduld.

„Wij zijn blij met de ontwikkeling”, laat een woordvoerder van Vérian, een van de grotere thuiszorgorganisaties van Nederland, weten. „Het is goed dat er wat gebeurt, dat het kabinet iets doet, maar het is afwachten hoe de plannen worden uitgewerkt.”

Curator Floris Dix van thuiszorgorganisatie Pantein/Vivent vroeg zich eerder dit jaar af of het door het bestuur aangevraagde faillissement wel terecht was en wat er met de banen was gebeurd.

Hij liet een apart onderzoek instellen. Wat bleek: het bankroet was niet te wijten aan mismanagement of een slecht administratief beheer. De oorzaak was de eerder door hem vastgestelde mismatch tussen het personeelsbestand en het uit te voeren werk. Gemeentes zijn steeds eenvoudiger zorg in gaan kopen, terwijl de medewerkers meer in hun mars hebben en een hoger door de cao voorgeschreven loon krijgen. Gevolg: verliezen.

De curator wilde (het grootste deel van) de activiteiten van Pantein aan een plaatselijke concurrent overdoen. Daarmee zou 80 procent van de 1.750 banen blijven. Maar de gemeentes gingen niet akkoord, die wilden zelf opnieuw aanbesteden. Het gevolg: niet 80 procent van het personeel behield zijn baan, maar slechts 50 procent.

Net als de caissière van achttien jaar bij sommige supermarkten wordt vervangen door de goedkopere scholier van vijftien jaar, worden ook oudere huishoudelijke hulpen vervangen door goedkopere uitzendkrachten of alfahulpen, die geen pensioen en vakantiegeld opbouwen.

En banen kunnen wel degelijk zomaar in rook opgaan. Sterker, dat gebeurt al jaren in de zorg, eens de snelst groeiende bedrijfstak. Het CBS telde in 2012 nog 447.880 banen in de thuiszorg en de verpleeg- en verzorgingshuizen. Vorig jaar was dat gedaald tot 405.523 banen. Binnen twee jaar verdween dus 10 procent van de werkgelegenheid in deze sector. Het is een direct gevolg van de politieke keuze om minder uit te geven. Bezuinigen betekent ook gewoon minder banen en minder zorg.