Twee broers en hun kuddes

Twee broers. Kain en Abel. Romulus en Remus. Je herkent de archetypen direct in Gummi en Kiddi, de twee bejaarde broers die in IJsland naast elkaar een schapenboerderij drijven. Veertig jaar spraken ze elkaar al niet, maar daar komt noodgedwongen verandering in als bij hun schapen scrapie, een aan BSE (gekkekoeienziekte) verwante dodelijke zenuwziekte, wordt vastgesteld.

De IJslandse regisseur Grímur Hákonarson maakte voordat hij eerder dit jaar met Rams in de prijzen viel in Cannes voornamelijk documentaires over de boerenstand in zijn land. Over de eenzaamheid in de winters en de vele mannen die het bedrijf van hun ouders erven en dan noodgedwongen vrijgezel blijven omdat alle meisjes naar de stad vertrekken.

Die zwijgzaamheid en die uitgestrekte natuur zijn al bijna vanzelf filmisch: de tijd trekt in die landschappen bleek, mistig en schilderachtig voorbij. Hoe tragisch het lot van de beide mannen ook is, Hákonarson kan het niet anders dan met gortdroge humor vertellen. De liefde voor hun schapen gaat zo diep, dat elke logica, elke interventie van de overheid om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan alleen maar absurd over kan komen.