Te dure kankermedicijnen

Twee recente berichten over kankergeneesmiddelen die in het oog springen. De prijzen die hiervoor in Nederland moeten worden betaald, behoren tot de hoogste van Europa. Dit meldde het medisch tijdschrift Lancet Oncology afgelopen vrijdag. Tweede bericht: het Zorginstituut adviseert nivolumab, een geneesmiddel tegen longkanker, niet via de ziektekostenverzekering te vergoeden, omdat het te duur is. Het is voor het eerst dat het Zorginstituut tot een dergelijk advies komt. De drie maanden overlevingswinst die een gemiddelde patiënt aan het gebruik van nivolumab kan overhouden, staat niet in verhouding tot de kosten ervan. Omgerekend bedragen die 134.000 euro per gewonnen levensjaar.

Of minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) het gisteren uitgebrachte advies overneemt, zal later blijken. Ze zal het in elk geval kunnen gebruiken bij onderhandelingen over de prijs, die volgens het Zorginstituut met 43 procent moet dalen om op een acceptabel niveau uit te komen.

Het advies herinnert de politiek eraan dat een streep moet worden getrokken die aangeeft tot welk niveau de prijs van een medicijn acceptabel is, zodat dit in het verplichte basispakket van ziektekostenverzekeringen kan worden opgenomen. Oftewel hoeveel geld mag een maand, drie maanden, een jaar, aan gewonnen levenswinst – en kwaliteitswinst – de samenleving kosten?

Die vraag is relevant omdat de vergoedingen worden betaald uit premies die niet te hoog mogen worden. Is dat maximum 80.000 euro per jaar, zoals het Zorginstituut dat nu hanteert , of een ander bedrag? Een lastige vraag, die wel een antwoord verdient.

Evenzeer is de opvatting van het Zorginstituut een signaal aan de farmaceutische industrie. Dat geluid mag met name vanuit Nederland luider klinken, nu gebleken is dat dure kankergeneesmiddel hier niet alleen zomaar ‘duur’ zijn, maar soms véél duurder, tot aan 50 procent toe, dan in andere Europese landen. Die verschillen moeten worden verklaard en waar mogelijk worden verkleind of opgeheven. Dit vraagt om meer transparantie over de totstandkoming van medicijnprijzen.

Het vraagt ook om een tegenmacht die bij onderhandelingen over voldoende volume beschikt. Nederland probeert door samen met België in te kopen de prijzen al te drukken. In Europees verband zouden de lidstaten gezamenlijk een steviger vuist tegenover de farmaceutische fabrikanten kunnen maken. Terecht hamert minister Schippers daarop. Op hun beurt mogen die fabrikanten deze vraag beantwoorden: hoeveel minder winst mag een mensenleven kosten?