SVB in beroep tegen uitspraak AOW-leeftijd

Volgens hoogleraar pensioenrecht Erik Lutjens is het de vraag of de uitspraak in hoger beroep stand houdt.

Foto: Roos Koole / ANP

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) gaat in beroep tegen een uitspraak van de rechter in Leeuwarden, die recentelijk oordeelde dat een Friese vrouw op haar 65ste al recht heeft op AOW, en niet pas op haar 67ste. De zestigjarige weduwe uit Joure was in beroep gegaan tegen de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en kreeg gelijk.

De Telegraaf berichtte woensdag over de zaak. De vrouw zou vanwege chronische gezondheidsproblemen en haar leeftijd moeilijk aan werk kunnen komen. Andere inkomstenbronnen heeft ze niet. Inclusief alle toelages zou ze in het pensioengat van twee jaar onder het bijstandsniveau komen, waardoor ze haar eigen huis zou moeten ‘opeten’.

Onevenredig zwaar belast

Dit was volgens de rechter in strijd met het eigendomsrecht; de vrouw zou “onevenredig zwaar” belast worden door de verhoging als ze haar huis als onderpand zou moeten gebruiken om te kunnen leven. Bij zijn oordeel beriep de rechter zich op Europees recht, dat bepaalt dat een wetswijziging niemand in zijn inkomen onevenredig hard mag treffen.

Volgens de krant eist een Kamermeerderheid opheldering van staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken. Een woordvoerder van de SVB laat in een reactie weten niet te willen ingaan op de zaak, totdat het hoger beroep is geweest.

‘Europees recht makkelijk toegepast’

Of het vonnis van de rechter in het hoger beroep standhoudt, is nog maar de vraag. Erik Lutjens, hoogleraar pensioenrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zet vraagtekens bij de uitspraak van de rechter. Volgens Lutjens zijn er gevallen bekend van mensen wier pensioen veel harder werd getroffen - en die uiteindelijk niet in het gelijk werden gesteld. Het draait om de vraag in welke mate iemand “onevenredig zwaar” wordt getroffen.

“Het Europees recht is hier wel heel makkelijk toegepast. In sommige gevallen werd een pensioen met wel vijftig procent verlaagd, en zelfs hun situatie werd niet als ‘onevenredig zwaar’ gezien. In dit specifieke geval zijn er ook nog compensatieregelingen getroffen door de regering.”

Ook verwacht Lutjens niet dat de uitspraak, mocht die standhouden in hoger beroep, meteen van grote betekenis kan zijn voor soortgelijke zaken.

“Dat lijkt me een te snelle conclusie. Het gaat hier om hele specifieke omstandigheden.”