Het succesrecept van Trump: meng angst en woede

Trump wil moslims de toegang tot de VS ontzeggen. Kritiek alom. Maar dat maakt niet uit in een ‘post-waarheid maatschappij’.

Trump heeft een trouwe Republikeinse aanhang, ook in bevolkingsgroepen die hij met graagte kwetst. Foto’s Erik S. Lesser/EPA, Scott Morgan/Reuters, Jim Young/Reutuers

Donald Trump had „heavy stuff” voor zijn aanhangers in South Carolina, zei hij maandagavond. „Maar we moeten het gewoon doen. Het wordt steeds erger. Het is niet politiek correct om te zeggen, maar het boeit me niks.” Hij pakte een A4’tje en las een verklaring voor die hij kort daarvoor naar de pers had gestuurd. Alle moslims wil hij de toegang tot de VS weigeren, „totdat onze leiders weten wat er gebeurt”. Trump kreeg het meeste applaus toen hij zijn hand de lucht in gooide en zei: „What the hell is going on?”

Wat gebeurt er? Die strofe is de opmerkelijkste in Trumps verklaring. Het weigeren van moslims is hem op een storm van kritiek komen te staan. De eveneens Republikeinse presidentskandidaat Lindsey Graham noemde hem „xenofoob”. De Democraat Martin O’Malley sprak van „een fascistische demagoog”. President Obama’s woordvoerder zei dat Trump „zichzelf diskwalificeert” voor het presidentschap.

Maar minstens zo belangrijk als Trumps boodschap (‘Weg met de moslims’) was wat hij tussen de regels door zei: het gaat niet langer om feiten. Dat is ook het geheim van Donald Trumps succes. Waar klassieke politici zeggen wat er moet gebeuren, of waarom iets dat gebeurt niet goed is, vraagt Donald Trump zich af: „Wat gebeurt er eigenlijk?” Hij deed het eerder, toen hij sprak over Syrische vluchtelingen: „Er is iets gaande.” Wat dat ‘iets’ was, zei hij niet. Hij deed het ook toen hij het had over president Obama: „Hij sluit zijn ogen voor de problemen. Waarom? Er is iets aan de hand waar we niet van weten.”

Trump voelt goed aan dat zijn aanhang niet alleen boos is, maar vooral ook angstig. Zelden komt Donald Trump met een uitgewerkte theorie. Dat hoort bij de strategie. Hij zaaide in 2011 twijfel over Obama’s geboortebewijs, en suggereerde dat Obama misschien in Kenia was geboren. „Er is iets op het geboortebewijs dat Obama niet aanstaat”, zei Trump, die slim genoeg was om het alleen bij suggesties te houden. Trumps theorie kreeg veel aandacht onder complotdenkers, zelfs nadat Obama zijn geboortebewijs openbaar had gemaakt.

Trump doet wel vaker opmerkelijke uitspraken. Klik op onderstaande citaten om zijn opvallendste quotes uit de laatste jaren te zien (of bekijk ze hier).

Wat Trump doet, werd door komiek Stephen Colbert ooit ‘truthiness’ genoemd. Iets klinkt voor sommigen waar, ze voelen dat er iets in zit, maar het is niks. Het begrip ontstond kort na de presidentsverkiezingen van 2004, toen Republikeinen de Democraat John Kerry lieten aanvallen door de groep The Swift Boat Veterans for Truth. Kerry een oorlogsheld in Vietnam? Welnee, die medailles verdiende hij helemaal niet. Kerry verloor de verkiezingen.

Sindsdien zit Amerika volgens schrijver Farhad Manjoo in een „postwaarheidsamenleving”. Door de extreme polarisatie tussen links en rechts gaat het niet zozeer om meningsverschillen, maar om de vraag wat ‘echt’ is, en wat niet. „We verschillen niet langer van mening. We zien verschillende feiten als de waarheid”, schrijft hij in zijn boek True Enough. In die zin hebben de Republikeinen, die nu zo met Trump in hun maag zitten, zelf de hand gehad in zijn opkomst.

Donald Trump gedijt als geen ander in dit klimaat. Hij zei een paar weken geleden dat „duizenden en nog eens duizenden” moslims in New Jersey stonden te juichen na de aanslagen van 11 september 2001. Toen hem door een journalist om bewijs gevraagd werd, zei hij: „Het is vast niet politiek correct om te zeggen.” Trump weet dat hij er geen verantwoording over hoeft af te leggen, iedereen heeft immers zijn eigen waarheid. Tegen zijn aanhangers zei hij daarop: „Zeker 70 procent van alle journalisten is absoluut oneerlijk. Het is uitschot.”

Tekenend is dat Trump zich vorige week liet interviewen door de website Infowars van Alex Jones, Amerika’s bekendste complotdenker. Jones prees Trump als „de George Washington van deze tijd”: „90 procent van mijn lezers steunt je.”

Bijna een half jaar is Donald Trump nu presidentskandidaat. De eerste maanden wachtte iedereen op het moment dat hij iets zou zeggen dat te ver ging. Trump ging vaak ver, maar zijn aanhang bleef hem trouw. De meeste Republikeinen zijn ervan overtuigd dat Trump de nominatie niet kan winnen: uiteindelijk wint vrijwel altijd de kandidaat met de steun van de partijelite.

Opmerkelijk is dat Democraten daar niet zo zeker van zijn. Op een conferentie met partijstrategen in Washington bleek dat zij hem als de grootste kanshebber zien. Hij heeft een schild voor uitglijders, zeggen zij, dus waarom zou een volgende blunder hem opeens fataal worden? Hij imiteerde een lichamelijk gehandicapte verslaggever, beledigt vrouwen, en zei tegen een zaal met Joodse Republikeinen: „Jullie willen jullie politici controleren.”

Het maakt niet uit in een land waar woorden los zijn gaan staan van hun betekenis. Hij zuigt alle energie uit de campagnes van de klassieke kanshebbers op de nominatie, zoals Jeb Bush of Marco Rubio. Trump zelf omschreef het zo: „Eerst had je zeventien mensen die meededen. En toen begonnen ze één voor één te vallen. Ping. Ping. Heerlijk!”