Staatsloterij en Lotto mogen van ACM fuseren tot loterijreus

Er is toch al nauwelijks concurrentie in loterijland, redeneert de ACM. Dus mogen er ook twee aanbieders zijn.

De Staatsloterij en De Lotto mogen fuseren. Dat heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gisteren via een persbericht bekendgemaakt.

Met de fusie van de Staatsloterij (omzet 738 miljoen euro) en Lotto (312 miljoen euro) blijven nog maar twee loterijaanbieders in Nederland over. De andere is Novamedia, waar de Postcodeloterij, BankGiroloterij en Vriendenloterij onder vallen. Het nieuwe fusiebedrijf baat naast de Staatsloterij en de Lotto ook onder meer sportweddenschappen via de Toto uit en zit achter Krasloten en Lucky Day.

Opvallend is dat de ACM het terugbrengen van drie naar twee grote loterijspelers rechtvaardigt met het feit dat er toch al nauwelijks concurrentie in de loterijbranche is. Uit ACM-onderzoek zou blijken dat consumenten nauwelijks overstappen en loterijen allemaal een „eigen spelersgroep” hebben. Een analyse van het onderzoek en fusiebesluit is nu niet mogelijk omdat het pas over een week openbaar wordt gemaakt.

In 1999 keurde de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een vergelijkbare fusie juist af. Toen wilden de Staatsloterij, Lotto en BankGiroloterij samengaan en vond de NMa dat ze een te groot marktaandeel zouden hebben, waardoor de „mededinging op significante wijze wordt belemmerd”. Volgens een ACM-woordvoerder is de marktpositie nu anders omdat de twee grote partijen allebei ongeveer de helft van de markt in handen hebben. In 1999 zou een partij 70 procent van de markt in handen krijgen.

Het kabinet liet eerder weten een voorstander te zijn van de fusie. Volgens staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) leidt een fusie tot „een positief financieel resultaat” en zou het fusiebedrijf meer inkomsten genereren „voor maatschappelijke doelen en de sport”. Het kabinet heeft aangegeven dat het de Staatsloterij op termijn wil verkopen.