Sneeuw + magie + liefde = kerst-tv

Jaren moesten kinderen het in december doen met de serie Kerst met Linus. Dit jaar zijn er ineens drie Nederlandse kerstseries. Allemaal met dezelfde ingrediënten.

Kerstmis valt vroeg dit jaar. Sinterklaas had zondag zijn hielen nog niet gelicht, of Kasper en de Kerstengelen diende zich aan op tv. Bij nader inzien bleek er ook al een andere serie op 17 oktober te zijn begonnen: Trollie.

De advent, de aanloop naar Kerstmis, is geknipt voor kinderseries. Lekker knus met de familie bij elkaar, je verwarmen aan de warme gloed van menselijkheid die uit de televisie straalt, en toeleven naar het feest van het licht.

Jarenlang zond de publieke omroep de Noorse serie Kerst met Linus uit. Maar vorig jaar besloot de NPO om een eigen, Nederlandse traditie te beginnen, met de dramaserie Vrolijke Kerst (VPRO). Dit jaar pakken ze stevig door en zijn er ineens drie kerstseries. Het is de bedoeling dat iedere omroep zo zijn eigen inborst kan tonen – wat ze niet doen. Dat het er drie zijn is wat overdadig, en overlappingen zijn onvermijdelijk, maar wat zal je klagen bij zoveel weelde.

Wat zijn de vijf vaste ingrediënten van een kerstserie?

1 Sneeuw en dennebomen

Trollie speelt zich af in de bergen van België (de Ardennen, maar dan met wat digitale bergen) dus volop sneeuw en dennebomen en een pittoreske berghut. Dat geeft de serie ook een on-Nederlands groots aanzien. De andere series spelen zich af op het Nederlandse vlakke land. Wel pittoresk, maar geen sneeuw. In Kasper en de Kerstengelen gaat het in de laatste minuut sneeuwen.

In Sams Kerst doen de kinderen een sneeuwdans, maar die wordt niet gehonoreerd. Volgens de EO schoot het budget tekort voor nepsneeuw of digitale sneeuw. Op een van de draaidagen was er wel échte sneeuw, maar toen zijn ze maar naar binnen gegaan – om de continuïteit niet te verstoren.

In Nederland sneeuwt het in werkelijkheid ook nooit meer echt, dus dat is wel zo realistisch. En realisme met een snufje magie is overheersend in Nederlandse kinderseries.

2 Eenzaam kind

De hoofdrolspelers zijn nieuwkomers, buitenstaanders. Ze hebben een modieuze jongensnaam met een A. Ze komen uit de stad in een dorp en voelen zich niet op hun plaats. De dorpskinderen doen ook lelijk tegen ze. Meestal zijn ze dromerig, sociaal onhandig. Aangename uitzondering op dit stereotype is Kasper, die zich in ieder geval lichamelijk goed kan verweren tegen de bullies. Een meisje schiet de nieuwkomer te hulp. Dat wordt dan de nieuwe vriendin.

„Nu even niet, schat” is een kernzin. De onhandige vaders en de gestreste moeders – drie keer een mooie, blonde vrouw – hebben geen tijd voor hun kind. Ze zien hem niet. En ze missen dus ook de sociale problemen en magische wezens die hem bezighouden. Hun verhuiszenuwen, familiestress en huwelijksproblemen maken het voor het kind nog ellendiger. (Veel van de genoemde ingrediënten zitten ook in gewone kinderseries.) De mama van Sam is trouwens hoogzwanger – wat voor de aanstaande broer ook reden tot ongerustheid is. Je kunt wel raden wanneer dat kind ongeveer wordt geboren.

3 Verdwaalde vreemdeling

Vreemdelingen heet je welkom met Kerst. Maria en Jozef mochten tweeduizend jaar geleden niet in de herberg – dat gaan we nu rechtzetten. In de series zitten een paar kinderen van kleur. In Sams Kerst ontfermt de opa zich over twee bruine jongens. Sam wordt dan jaloers, hij wil de aandacht niet delen: „Jij bent mijn opa. Je moet mij helpen.” Aardige verwijzing naar het vluchtelingenvraagstuk. Dan gaat hij toch maar met ze schaatsen, en stoppen ze samen nepdrollen in de schoenen van de bullies.

Verder heeft een engel in ‘Kasper’ een kleur. De engelen komen ‘uit het buitenland’, zo denkt de vader. Kaspers blinde zus krijgt een Arabische vriend, die haar door de wereld van de zienden gidst.

4 Magische wezens

De echte vreemdelingen zijn de magische wezens die verschijnen. Een trollenkind in Trollie, engelen bij Kasper. Vaak zijn ze verdwaald, dienen ze als surrogaatvrienden voor het eenzame kind. E.T. is nooit ver weg. Trollie doet erg aan E.T. denken. In Kasper zit zelfs een duidelijk citaat uit de klassieke film, als de vingertoppen van de jongen en het ruimtewezen elkaar raken.

In Sams Kerst zit geen magisch wezen. Magie ligt moeilijk bij de EO, want dat is duivelskunst. Jezus zou je een magisch wezen kunnen noemen: een god die naar de aarde viel. In de serie komt een kerstspel voor, waarin de geboorte van Jezus wordt uitgebeeld. De engel legt dan uit: „Dat kind is niet zomaar een kind. Men zal hem de zoon van God noemen.” Zo legt de Evangelische Omroep beknopt en open de christelijke oorsprong van Kerstmis uit. Tijdens de repetities van het kerstspel springen de kinderen nogal vrijmoedig om met Jezus. Twee Maria’s ruziën over hun pop: „Mijn Jezus is de mooiste. Op de jouwe zit stift.”

Sams Kerst is verder geen christelijke serie, zoals kerstseries en -films zelden christelijk zijn. Zelfs de overwegend christelijke Amerikanen maken liever kerstdrama dat geschikt is voor alle gezindten.

5 De liefde overwint

Omdat we bij de publieke omroep zitten, krijgen we maatschappelijke boodschappen mee: de dorpelingen zetten zich over hun conservatisme heen. De ouders leren om beter op elkaar en de kinderen te letten. En die vreemdelingen dus.

De boodschap van iedere kerstvertelling is dat, ondanks alle tegenslagen, stress en ruzie, de liefde overwint. Algemene verbroedering dus op het eind – vaak tijdens een kerstspel van de kinderen.