‘Schilder van druipers’ krijgt gelijk

De verf op de schilderijen van Frank van Hemert ging druipen. Gisteren won hij een rechtszaak, eindelijk.

Kunstenaar Frank van Hemert met één van zijn ‘huilschilderijen’ in de rechtbank Noord-Holland op 24 november.

De Duitse verffabrikant Schmincke moet beeldend kunstenaar Frank van Hemert 200.000 euro betalen. Dat bedrag is een voorschot op de schade die Van Hemert (1956) heeft geleden door het gebruik van ondeugdelijke verf die tientallen van zijn schilderijen uit begin jaren negentig onherstelbaar heeft beschadigd. Dat is het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland in een kort geding dat Van Hemert had aangespannen.

De rechtbank heeft gisteren ook beslist dat Schmincke de kosten moet dragen van een door de rechtbank aan te wijzen deskundige, die de definitieve omvang van de schade gaat bepalen. Het voorschot van 2 ton is een „conservatieve schatting”, staat in het vonnis. Een accountant heeft eerder becijferd dat alleen de materiële schade voor de kunstenaar al ongeveer 1,5 miljoen euro groot is.

De verffabrikant moet het voorschot betalen, maar kan in beroep tegen de uitspraak. De advocaat van Schmincke was gisteren onbereikbaar voor commentaar.

Van Hemert, die een voorschot van 4 ton had gevorderd, reageerde gistermiddag niettemin opgetogen op de uitspraak. „Een pak van mijn hart”, zei hij, „eindelijk is erkend dat ik schade heb”.

Begin jaren negentig gebruikte Van Hemert talloze tubes Fleischfarbe Nr. 213 van Schminke voor 59 doeken. Soms bracht hij de huidkleurige verf heel dun op, soms in dikke lagen. „De toeschouwers zijn ook van vlees, die kleur relateert aan hun huid”, aldus de kunstenaar.

Het probleem manifesteerde zich pas jaren nadat Van Hemert de schilderijen had gemaakt. Begin 2000 ontving hij een fax van een verzamelaar die een doek van hem had uitgeleend aan een museum. Het plastic verpakkingsmateriaal plakte aan de verf, hoe of dat kon? Niet veel later volgden verontruste telefoontjes van andere verzamelaars die doeken uit begin jaren negentig van hem hadden gekocht: de rozerode verf was gaan druipen, het waren ‘huilschilderijen’ geworden.

In 2001 spande Van Hemert een rechtszaak tegen Schmincke aan. Hij won, maar de verffabrikant ging in beroep en daarna in cassatie. Kunsthistoricus Carel Blotkamp getuigde in de rechtszaal dat het niet vreemd was om verf ‘pasteus’ te gebruiken. Elisabeth Bracht, de toenmalig restaurator van het Stedelijk Museum Amsterdam, legde uit dat de schilderijen ‘total loss’ waren. TNO verrichtte onderzoek, net als verfspecialist Jaap Boon, emiritus hoogleraar.

De conclusie van de wetenschappers: de samenstelling van de verf deugde niet. Voor de partij die Van Hemert gebruikte was goedkope, slecht drogende olie gebruikt, vermoedelijk in combinatie met inferieure aluminiumzepen. Na ongeveer zeven jaar, concludeerde Boon, vertoonde deze partij verf „smeltgedrag”.

In februari van dit jaar bepaalde ook het Gerechtshof dat Schmincke aansprakelijk is voor de door Van Hemert geleden schade. Na dat arrest weigerde de verffabrikant met de kunstenaar in gesprek te gaan over de hoogte van de schadevergoeding. Pas begin oktober bood Schmincke een voorschot van 50.000 euro aan. Dat werd door Van Hemert afgewezen.

Naast de onherstelbare schade aan de schilderijen, waarvan er zich vijf in museale collecties bevinden (waaronder het Stedelijk Museum Amsterdam), is volgens de kunstenaar sprake van reputatieschade. Als ‘schilder van druipers’ is zijn naam naar de vaantjes. Musea en verzamelaars mijden hem sinds de problemen.

Door de slepende procedure heeft hij lange tijd niet of minder kunnen werken. Ook heeft de kwestie geleid tot medische en psychische klachten, zegt de kunstenaar. „Ik wil mijn leven terug.”

Hij zit financieel aan de grond, zegt Van Hemert. Naast schulden heeft hij claims van gedupeerde verzamelaars aan zijn broek. Bovendien staan in zijn opslag nog 26 waardeloos geworden ‘huilschilderijen’. De destijds populaire kunstenaar zette die doeken als ‘pensioenvoorziening’ opzij.