Schadevergoeding voor kunstenaar die inferieure verf kreeg

Het door hoogleraar Jaap Boon geleverde bewijs, dat Fleischfarbe na vijf jaar begint te druipen.

Een paar tubes inferieure verf die tot een schadevergoeding van miljoenen kunnen leiden? De eerste aanzet is gisteren gegeven door een vonnis van de rechtbank Noord-Holland. De Duitse verffabrikant Schmincke dient beeldend kunstenaar Frank van Hemert 200.000 euro te betalen, als voorschot op een zogeheten schadestaatprocedure.

Het voorschot en de benoeming van een expert die op kosten van de fabrikant de omvang van de schade gaat bepalen, is de voorlopige uitkomst van een juridisch gevecht dat al veertien jaar duurt.

Tot aan het hof is Van Hemert in het gelijk gesteld. De huidkleurige verf (Fleischfarbe Nr. 213) die de kunstenaar begin jaren negentig gebruikte op 59 doeken deugde niet: zeven jaar na gebruik begon de roze rode verf te druipen, met onherstelbare schade als gevolg.

De ‘huilschilderijen’ en de rechtszaken hebben de 59-jarige kunstenaar geen goed gedaan, zegt hij. Verzamelaars eisen hun geld terug, musea lieten hem sinds de problemen links liggen, hij heeft minder kunnen schilderen, zijn gezondheid heeft onder de problemen geleden, en de schilderijen die hij had gereserveerd voor zijn oude dag zijn waardeloos geworden. Alleen de materiële schade, becijferde zijn accountant, is al ruim 1,5 miljoen euro.

Veel schade als gevolg van een paar tubes beroerde verf, zei ook Maarten Schepel, de advocaat van de kunstenaar, twee weken geleden in zijn pleidooi bij het kort geding. „Maar het komt wel vaker voor dat een kleine oorzaak grote gevolgen heeft”, zei de advocaat.

Schmincke moet het voorschot betalen, maar kan wel in beroep tegen het vonnis. De advocaat van de verffabrikant was vandaag onbereikbaar voor commentaar.