‘Orthodoxe joden grotere bedreiging dan Iran’

Israëls politici onderschatten de onrust om de Tempelberg volledig, zegt oud-Mossadchef Efraim Halevy.
Halevy tijdens een bezoek aan Nederland op uitnodiging van het CIDI voor een bijeenkomst ter nagedachtenis van Yitzhak Rabin. Foto Remko de Waal/ANP 

De explosieve situatie rond de Tempelberg van de laatste weken in Jeruzalem wordt door Israëlische politici totaal onderschat. Dit zegt Efraim Halevy, voormalig directeur van de Israëlische buitenlandse inlichtingendienst Mossad in een interview met NRC.

Wederzijdse provocaties van joden en moslims bij de Tempelberg vormen een belangrijke oorzaak van het opgelaaide geweld. Bijna dagelijks voeren Palestijnen, veelal tieners, aanvallen uit op Israëliërs met messen, scharen, auto’s. Naast frustratie over de bezetting en het vastgelopen vredesproces vloeit het geweld voort uit de angst dat Israël uit is op de confiscatie van de Al-Aqsa-moskee, een van de heiligste plekken in de islam en een belangrijk symbool van Palestijns nationalisme.

* Klik of tab op de bollen voor meer informatie (laatste update eind oktober)

Halevy was vorige week in Nederland op uitnodiging van het Centrum Informatie en Documentatie Israël. „De leiders van Israël begrijpen niet welke gevoelens de Al-Aqsa-moskee losmaakt bij moslims”, zegt hij.

Halevy kan het weten. Hij voerde in de jaren negentig namens de Israëlische regering geheime vredesbesprekingen met Jordanië, waarin de heilige plaatsen een belangrijke rol speelden. Toen Israël de Tempelberg in 1967 veroverde op Jordanië, is afgesproken dat joden daar niet zouden bidden. Om religieuze spanningen te voorkomen kwam het terrein op de berg onder beheer van de islamitische stichting Waqf, die rapporteert aan de Jordaanse regering.

De Klaagmuur in Oost-Jeruzalem grenst aan de Al-Aqsa-moskee . Foto Thomas Coex/AFP

Halevy vertelt dat op een cruciaal moment in de onderhandelingen in de jaren negentig de toenmalige Jordaanse koning Hussein zei: er komt geen vrede zonder afspraken over de status van Tempelberg. „De volgende ochtend bracht ik verslag uit bij [de toenmalige premier] Rabin”, vertelt Halevy. „Ik verwachtte dat hij uit zijn vel zou springen, want hij was een driftkop. Maar hij zei op kalme toon: laat dit maar aan mij over. Twee dagen later had hij een verklaring opgesteld, die ik persoonlijk aan koning Hussein moest overhandigen.” Daarin werd de Jordaanse invloed op de heilige plaatsen verankerd.

„Niemand wist ervan, zelfs de leden van het kabinet had hij niet op de hoogte gesteld”, herinnert Halevy zich. „Als het naar buiten was gekomen, was het zeker getorpedeerd. Rabin besefte heel goed hoe explosief de kwestie was. Hij was ervan overtuigd dat de Al-Aqsa-moskee buiten de politieke strijd moest blijven.”

Maar de afgelopen jaren wordt er gemorreld aan de status-quo. Steeds meer joden bezoeken de Tempelberg, en radicale joodse groepen eisen luidruchtig het recht op om te bidden op de berg. Palestijnen vrezen dat ze de heilige plaatsen willen overnemen of zelfs vernietigen, een angst die wordt gevoed door hun leiders. De toenemende radicalisering van ultraorthodoxe joden is een grotere bedreiging voor Israël dan Iran, zei Halevy eerder tegen Yedioth Ahronot.

„De regering was te coulant voor de joodse activisten”, vindt Halevy. „Premier Netanyahu riep de activisten niet tot de orde. Deze mensen hebben de steun van rechtse partijen in het kabinet, die willen dat de Israëlische vlag wappert bovenop de berg. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken bracht een bezoek aan de berg om te bidden, met goedkeuring van de regering. Dat was in mijn ogen een grote fout. Hierdoor is de situatie verslechterd.”

Sinds zijn vertrek als directeur van de Mossad in 2002, en een jaartje als hoofd van de Nationale Veiligheidsraad, legt Halevy zich toe op het schrijven van artikelen en boeken over de Israëlische politiek en geschiedenis. Hij vertolkt daarbij een pragmatisch geluid dat wel vaker klinkt uit kringen van het leger en de inlichtingendiensten, en dat steeds verder af staat van de onverzoenlijke rechtse taal van veel politici. Terwijl het leger een verbetering van de situatie in Palestijnse gebieden ziet als een oplossing voor het geweld, dringen rechtse politici aan op een omvangrijk militair offensief, zoals Operatie Verdedigend Schild in 2002.

Wat zou de regering moeten doen om het geweld te stoppen?

„De regering zegt bereid te zijn de situatie in de Palestijnse gebieden te verlichten. Maar dan moet er eerst een eind komen aan het geweld. Dit doet me denken aan de Tweede Intifadah, toen [toenmalig premier Ariel] Sharon onder grote internationale druk stond om een einde te maken aan Operatie Verdedigend Schild. Sharon zei: ik wil dat het eerst zeven dagen rustig is. Maar in dat geval ben je afhankelijk van de andere partij. Die geef je de macht om te beslissen wat er gebeurt. Dit is verkeerd.”

Dat was destijds makkelijker. De Palestijnse facties steunden de opstand. Nu is het geweld spontaan.

„Ja maar Israël kan zich nu bijvoorbeeld zeven dagen lang inhouden. En wat de Tempelberg betreft meer toeschietelijk zijn jegens de Palestijnen. Dat verandert de perceptie, dat is heel belangrijk. Dat zou de andere partij de kans geven om eveneens stappen te zetten om de spanningen te verminderen. De vraag is: wie zet de eerste stap? En in mijn ogen is dat de sterkste partij. Maar dat is niet de manier waarop de regering denkt.”

De tweestatenoplossing lijkt een stille dood te zijn gestorven. Het gevolg is een eindeloos voortdurende bezetting, die Israël zo goed mogelijk probeert te beheersen. Zullen de Palestijnen dit accepteren?

„Nee dat denk ik niet. Israël zegt: we blijven, omdat we anders onze veiligheid niet kunnen garanderen. Een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, waarin de contouren van een oplossing werden geschetst, sprak van verdedigbare grenzen voor beide partijen. Dus ook voor de Palestijnen. Maar we doen alsof wij de enige zijn die daar recht op hebben.”

Groeiend internationaal isolement, opkomst van de boycotbeweging. Ziet u dit als een probleem?

„Ik denk dat de boycotbeweging wordt uitvergroot om politieke redenen. Ik zeg niet dat er geen probleem is, dat is er wel degelijk. De labeling van producten uit de Westelijke Jordaanoever door de EU is een slecht idee. Maar al die politieke grootspraak geeft de boycotbeweging totaal onnodige publiciteit. Een grote internationale campagne, die Israël weer eens afschildert als het slachtoffer van antisemitisme, werkt contraproductief. Het probleem moet worden aangepakt op een gerichte, discrete manier. Dat is veel effectiever.”

Wat vindt u van de manier waarop Israël zich internationaal opstelt?

„Israël moet ophouden te vervallen in zelfmedelijden. Daar geloof ik niet in. Je kunt niet zeggen dat je een van de grootste militaire machten ter wereld bent, en dan gaan steigeren over de labeling van producten. Dan doe je alsof je de underdog bent. Dat ben je niet. Dat kan niet na ruim zestig jaar bestaan als een natie, waarin de bevolking van 600.000 naar 8 miljoen is gegroeid, na zoveel oorlogen waarin we ons hebben laten gelden. We hebben een grotere bevolking dan Denemarken, Ierland, Noorwegen. Drie landen in Europa. Is dat genoeg? We zijn niet langer een kleine, rusteloze en kwetsbare natie die wereldwijd op zoek is naar sympathie. We moeten volwassen worden.”

Een vader met zijn zoontje voor de Al-Aqsa-moskee. In de handen van het jongetje een plastic geweer. Foto Ahmad Gharabli/AFP

Ziet u Iran als een bedreiging?

„We moeten niet elke kleine toespraak van een rebelse Iraniër zien als een bedreiging voor Israël. Sjeik wie dan ook zei dit, oooh, Khamenei zei dat, aaah. Ach, Khamenei kraamde de afgelopen jaren allerlei onzin uit, maar hij is er niets mee opgeschoten. Iran heeft een pijnlijke nederlaag geleden in Syrië. De inzet van duizenden Hezbollahstrijders en honderden militaire adviseurs was niet genoeg om het Syrische regime te behoeden voor ineenstorting. Rusland moest te hulp schieten.”

Hoe zou Israël zich moeten opstellen tegenover Iran?

„Ik denk dat we tegen de Iraniërs moeten zeggen: we leven met jullie mee na dit verlies. Maar we willen dat dit niet weer gebeurt. We willen een einde maken aan alle retoriek en onze hand uitsteken. Negen van de tien keer zullen ze die niet aannemen, maar we hebben een kans van een op tien dat het lukt. Wat hebben we aan al die al die toespraken? Zelfvoldoening? Wow, we hebben een speech gegeven als nooit tevoren. Miljoenen mensen riepen halleluja. Dus? Wat gebeurde er daarna? Niets.”