Nieuwe aanpak mishandeling van kinderen schiet tekort

Inspectie Jeugdzorg heeft zware kritiek op fusieorganisatie Veilig Thuis. Zaken met hoge prioriteit blijven liggen.

Geen zicht op de veiligheid van mishandelde kinderen. Onbereikbare vertrouwensartsen. Rammelende registratie. En maandenlange wachtlijsten. Het is een greep uit de kritiek van de Inspectie Jeugdzorg op Veilig Thuis, sinds 1 januari het meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk geweld.

De Inspectie heeft de afgelopen weken over tien van de 26 vestigingen van Veilig Thuis gerapporteerd, op basis van een reeks bezoeken die in augustus begon. Al die vestigingen schieten tekort in hun toezicht op de veiligheid van kinderen – vaak in ernstige mate. Stuk voor stuk moeten de vestigingen voor het eind van dit jaar met „verbeterplannen” komen.

Veilig Thuis is een fusie van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld en valt sinds begin dit jaar onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Idee achter de fusie: alle geweld achter de voordeur hangt met elkaar samen. Dan loont het, aldus het Rijk, om de meldpunten onder één dak te brengen. Veilig Thuis-nieuwe stijl brengt alle meldingen van mishandeling in kaart en stelt vast of ze gegrond zijn. Zo ja, dan brengt het hulp op gang.

In de praktijk duurt het vaak maanden voordat die hulp er is, constateert de Inspectie. Veilig Thuis Gelderland-Zuid kende tijdens het inspectiebezoek (oktober) een wachtlijst van 78 zaken, waaronder zaken met „hoge prioriteit”, schrijft de Inspectie. Mishandelde kinderen moeten er drie maanden wachten voor ze hulp krijgen. In Groningen: tachtig zaken in de wacht. Veilig Thuis Hollands Midden (Leiden, Gouda): bijna honderd zaken, met een wachttijd van vier maanden.

Geen contact met wachtenden

Over de veiligheid van deze wachtende mensen heeft Veilig Thuis vaak geen actueel beeld. In Groningen is er bij wachtlijstzaken zelfs „geen contact” met de melder of het gezin, noch is er sprake van „tussentijdse veiligheidsafspraken”, schrijft de Inspectie op basis van haar oktoberbezoek.

Ook de beschikbaarheid van de vertrouwensarts, een spilfunctie, laat te wensen over. Deze arts stelt met specialistische kennis vast of een vermoeden van kindermishandeling gegrond is. Meldingen van mishandeling komen bij nacht en ontij, dus aan Veilig Thuis verbonden vertrouwensartsen moeten 24 uur per dag bereikbaar zijn – dat is een „veldnorm”, aldus de Inspectie. Maar de praktijk is opnieuw anders, bleek bij bezoeken dit najaar aan Zuidoost-Brabant, Twente, Noord- en Midden-Limburg en Brabant-Noordoost. Daar werkte de vertrouwensarts louter binnen kantooruren.

Ander heikel punt is de registratie van de geweldsmeldingen. Vestigingen van Veilig Thuis werken vaak nog met meerdere systemen – een direct gevolg van de fusie. Dat bemoeilijkt het in samenhang volgen van een gezin. Gelderland-Zuid werkte ten tijde van het inspectiebezoek in september zelfs met vier verschillende systemen.

Gelderland-Zuid en Drenthe scoren tot dusver het slechtst. Van de 24 Inspectiecriteria voldoen ze er aan acht. Zo is Gelderland-Zuid niet voorbereid op het uitvoeren van een crisisinterventie voor volwassenen – denk aan ouders die acute hulp behoeven bij de zorg voor hun kind. Ook hebben de medewerkers er, aldus de Inspectie, „onvoldoende (bij)scholing gevolgd, specifiek gericht op de taken van Veilig Thuis.” Ook werken de medewerkers van Gelderland-Zuid „nog volgens de werkwijze van hun oude organisatie”.

Te hoge werkdruk

Moniek Pieters, directeur van GGD Gelderland-Zuid waar Veilig Thuis in die regio onder valt, zegt dat de nieuwe organisatie kampt met een „gebrek aan capaciteit”. Tegelijkertijd steeg het aantal meldingen, door een „succesvolle overheidscampagne”. Gevolg: een te hoge werkdruk. „Wat je dan krijgt, is dat professionals terugvallen op hun oude manier van werken.” Veilig Thuis Gelderland-Zuid zegt de ambitie te hebben van „het gros” van de onvoldoendes van de Inspectie „in februari” voldoendes te hebben gemaakt.

Staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) in een reactie: „Ik wil dat de kwaliteit van Veilig Thuis onbesproken is.” Hij heeft, parallel aan de toezichtronde van de Inspectie, „kwaliteitsverbetering” onder de loep genomen met de Veilig Thuis-organisaties. „Samen moet dat leiden tot betere hulp aan kinderen en volwassenen die slachtoffer worden van mishandeling.”

De Inspectie Jeugdzorg wil haar bevindingen nog niet becommentariëren. Eerst brengt zij, de komende weken, rapporten uit over de overige zestien vestigingen van Veilig Thuis.