Maak vak Nederlands eens aantrekkelijker

Hoog tijd voor een nieuwe methode die het vak Nederlands minder saai maakt, schrijven vier hoogleraren neerlandistiek.

Illustratie Kap

Het gaat niet goed met het voortgezet onderwijs in het Nederlands. Zowel leraren als leerlingen zijn ontevreden met het curriculum, dat al twintig jaar ongewijzigd is. Uit onderzoek van een paar jaar geleden blijkt dat scholieren Nederlands als een van de saaiste vakken op school beschouwen, het trekt een dalend aantal studenten in het hoger onderwijs, met een nijpend lerarentekort als gevolg.

Daarom zijn er vorig jaar door het ministerie van OCW twee ‘meesterschapsteams’ ingesteld, die zich onlangs hebben uitgesproken in een manifest dat pleit voor vernieuwing van het vak. Het spreekt zich nog niet inhoudelijk uit over wat er zou moeten veranderen. Wij willen hier vast een voorzet doen. Daarmee reageren we ook op een ander recent gepubliceerd advies, namelijk dat van het platform ‘Onderwijs 2032’.

Het platform legt de nadruk op burgerschap en persoonlijke ontwikkeling en informatieverwerking. In een toelichting vatte voorzitter Paul Schnabel een en ander samen met de rijmwoorden vaardig, aardig en waardig. Het Nederlands kan daarin, menen wij, een cruciale rol spelen.

Het voortgezet onderwijs zou leerlingen kennis moeten aanreiken over taal en de rol daarvan in de samenleving. Ze moeten leren analyseren welke voorstelling van de wereld in literaire teksten, maar ook in andere media wordt opgebouwd. Wat zijn de effecten van verschillende manieren van representeren, bijvoorbeeld in beschrijvingen van mensen uit andere culturen? Hoe worden lezers daardoor gemanipuleerd? Hoe werkt framing, in journalistieke teksten of in politieke toespraken?

Met behulp van communicatietheorie kunnen leerlingen kritische vragen leren stellen over de bron van een boodschap. Bovendien leren ze dan zelf onderzoeken wat voor invloed een medium heeft op de inhoud van de boodschap. Wat is de status en de waarde van informatie op verschillende platforms?

De vraag naar ‘begrijpelijke en effectieve taal’ dwingt leerlingen om na te denken over de afstemming van een boodschap op het publiek. Kennis van dit soort zaken draagt bij aan het taalbewustzijn en aan de taalvaardigheid en dus het zelfbeeld van leerlingen.

Ook onderwijs over taalvariatie en meertaligheid biedt mogelijkheden om aan te sluiten bij Onderwijs 2032: het stimuleert om na te denken over identiteit en diversiteit in Nederland en Europa.

Dat geldt ook voor het literatuuronderwijs, dat meer ruimte moet krijgen bij Nederlands. Lezen vergroot blijkens onderzoek het talig, creatief en empathisch vermogen en is een confrontatie met en verbeelding van andere werelden.

Denk ook aan verhalen vertellen als essentieel onderdeel van identiteitsconstructie: creatief schrijven zou een vast onderdeel van het curriculum moeten zijn, en schrijven weer in het centrale eindexamen. Literatuuronderwijs kan bovendien een kritische en analytische leeshouding aanleren. Complexe teksten bestuderen wordt aantrekkelijker voor leerlingen als ze de modellen in handen krijgen om ze te analyseren.

Platform Onderwijs 2032 stelt ook voor ‘Taal en cultuur’ als apart domein te hanteren in plaats van het huidige (impopulaire) profiel Cultuur en Maatschappij. De voorgestelde scheiding tussen de domeinen ‘mens en maatschappij’ enerzijds en 'taal en cultuur' anderzijds zal de verschraling volgens ons verder doen toenemen. Wij stellen voor de domeinen los te laten en zo meer ruimte te bieden aan een brede en interdisciplinaire ontwikkeling ‘op maat’.

Wat we nodig hebben is de installatie van een commissie die bestaat uit onderwijskundigen, leraren, academici en educatieve uitgevers. Daarin zou gewerkt moeten worden aan een nieuw curriculum en een nieuwe methode voor Nederlands, die toekomstbestendig, actueel en aantrekkelijk zijn.