Leraar worden duurt erg lang

Kamerleden en de minister willen meer praktijk in de lerarenopleiding, bleek gisteren in de Kamer.

Thomas Langbroek, leraar Duits: „In het leren in de praktijk van een ervaren docent zie ik weinig goeds. De oudere generatie is vastgeroest, alsof ze nog in de vorige eeuw zit.” Foto’s Andreas Terlaak

„Vaak niet nuttig”, zegt Eveline Brouwers over de universitaire lerarenopleiding levensbeschouwing die ze volgde in Leiden. En daarmee vat ze de klachten samen van veel studiegenoten. Universitaire lerarenopleidingen scoren slecht in de nationale studentenenquête en dit verklaart deels het geringe animo van universitair afgestudeerden voor het leraarschap. Om les te kunnen geven op de middelbare school, is een tweede onderwijskundige masteropleiding nodig, maar die kost een jaar extra na de master in het te doceren vak. Voor leraar moet je dus langer studeren.

Vandaar dat Kamerleden proberen de onderwijskundige master aantrekkelijker te maken voor academici. Waarom kunnen leraren niet in de middelbare scholen zelf worden opgeleid?

Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) stelde dinsdag in een Kamerdebat voor leraren in de praktijk op te leiden. „Er komt een heel blok theorie op een moment dat het je niets zegt”, zegt hij. Kamerlid Loes Ypma (PvdA) pleitte ervoor de lerarenopleiding meer in de scholen zelf vorm te geven. Minister Bussemaker (PvdA, OCW) antwoordde dat ze voorstander is van „meer opleiden met stages op school”. Binnenkort komt ze met een brief hierover.

Brouwers wil meer praktijk. De colleges vond ze te theoretisch. „We moeten academische verslagen schrijven en onderwijskundigen worden. Maar aan de universiteit heb ik al vijf jaar wetenschappelijk leren nadenken over mijn eigen vak. Voor de lerarenopleiding wil ik de praktijk van het lesgeven leren”, zegt ze. Maar degenen die vanuit het hbo een universitaire master hebben gehaald, willen juist meer theorie. Dat komt ook terug in enquêtes. De opleiding moet twee groepen met tegengestelde wensen behagen.

Minder inspirerend

Jonas Voorzanger, aanstaand leraar natuurkunde, miste de praktijk in zijn opleiding in Amsterdam: „Het was veel minder inspirerend dan het natuurkundejaar daarvoor. Veel dingen werden theoretisch uitgelegd. In de praktijk heb ik dit niet nodig. Van mijn begeleider op de school waar ik stage liep, heb ik meer geleerd.”

De opleidingen bieden nu voor de helft stage en voor de andere helft vakken als didactiek, pedagogiek, methoden om orde te houden en vakdidactiek: hoe je Frans, Nederlands of wiskunde het beste aan leerlingen kunt overbrengen. Studenten moeten een wetenschappelijke proeve afleggen, een didactisch onderzoek of een scriptie.

In 1982 werd de eis ingevoerd dat academici een extra master voor het leraarschap halen; mensen van de hbo-lerarenopleiding hebben niks extra’s nodig. Voorheen was een pedagogische aantekening bij een universitaire opleiding genoeg. Toen deze verzwaring werd ingevoerd, was er een overschot aan bevoegde leraren. Maar nu is er juist een tekort. Leraren in de bovenbouw van het vwo moeten zelfs een universitaire opleiding hebben. Nu wordt slechts driekwart van de lessen in de bovenbouw door een universitair afgestudeerde leraar gegeven.

Geen tijd voor begeleiding

In een deze week verschenen onderwijsadvies stelt de Nationale Denktank, een groep studenten onder leiding van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, ‘studenten-coschappen’ voor. Afgestudeerden die leraar willen worden, krijgen eerst theorie op een zomerschool en mogen daarna direct voor de klas, onder begeleiding van een ervaren docent. Ze krijgen dan ook al salaris. Maar in het huidige drukke lesrooster kunnen geen leraren voor begeleiding worden vrijgemaakt, protesteerden twee leraren tijdens een door de Denktank georganiseerde bijeenkomst. Dat kost extra geld.

De universitaire lerarenopleidingen willen graag veranderen maar niet de opleiding verkorten. Jan van Tartwijk, hoogleraar toegepaste onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, bepleit in plaats van twee masters een tweejarige master, waarin het vak zelf en de educatieve master worden gecombineerd.

Utrecht heeft dat al. De Vrije Universiteit in Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen werken daaraan. De combinatie bestaat ook al aan de drie technische universiteiten en krijgt waardering van studenten. Het is ook mogelijk de theorie al tijdens een minor in de bachelor op te dienen, waarmee een tweedegraads bevoegdheid kan worden gehaald. Dan kost de educatieve master nog maar een half jaar. „Zonder opleiding voor de klas staan, levert ook gedoe op. Dat is onhandig en dan vallen veel mensen uit”, zegt Van Tartwijk. „In een tweejarige master kan je meer de diepte in gaan.”

Thomas Langbroek, kersvers leraar Duits aan De Nieuwste School in Tilburg, vindt zijn lerarenopleiding aan de Universiteit van Amsterdam niet overbodig. „In het leren in de praktijk van een ervaren docent zie ik weinig goeds”, zegt hij. „De oudere generatie is vastgeroest, alsof ze nog in de vorige eeuw zit. Ze geven veel lessen voor de hele klas tegelijk, doen weinig aan nieuwe lesmethoden. Als de route wordt verkort, krijg je nog meer uitval onder jonge docenten.”

Hij begrijpt de verwarring van studenten. Ze zijn ongeduldig. „Het is net als met rijles”, zegt hij. „Pas na het rij-examen leren de mensen echt rijden.”

Correcties en aanvullingen

Nationale Denktank

De onafhankelijke Nationale Denktank voor studenten staat niet onder leiding van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) (9/12, p. 10-11). Het bestuur van de KHMW vormt de Raad van Advies van de denktank.