Jansen kan zaal betoveren met breekbaar melodietje

Janine Jansen Foto ANP/ Bas Czerwinski

Zes jaar geleden zette Janine Jansen Beethovens Vioolconcert op cd met dirigent Paavo Järvi en de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Met diezelfde begeleiders speelde de violiste het werk gisteravond in het Concertgebouw. Wat is er in zes jaar veranderd?

Eigenlijk niet zo veel. Details kregen een net even andere invulling, maar de visie die aan de uitvoering ten grondslag lag was grosso modo dezelfde. Het orkest legde een solide, in heldere lijnen gedacht fundament, dat prettig contrasteerde met Jansens poëtische, karaktervolle interpretatie van de solopartij: nu eens omfloerst, aftastend, dan weer daadkrachtig in de snaren grijpend.

Er zijn talloze cadenza’s voor het eerste deel geschreven, waarvan die van Kreisler veruit het meest wordt gehoord – volgens velen is het ook de mooiste. Op cd koos Jansen voor Kreisler, en dat deed ze nu weer. Haar beheersing van de moeilijke dubbelgrepen en het prachtige contrapunt is fabelachtig, maar je zou haar ook wel eens in de weerbarstige cadenza van Schnittke willen horen duiken.

De idylle na de cadenza klonk zéér ingetogen en die lijn werd doorgetrokken naar het verrukkelijke Larghetto. Jansen kan vlammen als de beste, maar het is haar bijzondere gave om ogenschijnlijk puur op intuïtie een hele zaal te betoveren met zo'n teder en breekbaar, wonderschoon melodietje.

Chef Järvi liet zijn Deutsche Kammerphilharmonie Bremen na de pauze volop schitteren in Brahms’ Eerste symfonie. Ook hier: veel reliëf en een mooie balans.

Het is een fijn, wat plechtstatig orkest, met een diepe strijkersklank die in het Andante leek te spinnen als een tevreden kat.

    • Joep Stapel